Verdwaal in een verhaal- tijdloos helend verhalenhoekje ©Mieke

In een rustig dorp genesteld tussen groene heuvels en een kronkelende rivier leefde een jongeman genaamd Aruna. Hij was geen krijger met een zwaard, noch een wijze met oude rollen. Zijn kracht lag in zijn vriendelijke hart en onwrikbare geest.

Het dorp werd geconfronteerd met een vreselijke dreiging: een duistere wanhoop die in de harten van de mensen kroop en verdeeldheid en angst zaaide. Terwijl anderen wanhopig waren, begon Aruna, gewapend met mededogen en moed, aan een zoektocht om de bron van deze duisternis te vinden.

Aruna’s reis was zwaar en voerde hem door bossen waar de bomen twijfels fluisterden, en over bergen die leken te echoën met de verloren hoop van de dorpelingen. Toch zette Aruna door, met vastberadenheid gevoed door de liefde voor zijn thuis.

Aan het einde van de reis vond Aruna geen monster, maar een spiegel. Het onthulde dat de ware tegenstander van binnen zat: de angsten en twijfels van de dorpelingen zelf. Met deze kennis keerde Aruna terug naar huis, niet als een veroveraar, maar als een baken van hoop.

Met vurig enthousiasme vertelde hij verhalen over zijn avontuur, over de fluisterende bomen en echoënde bergen, en leerde de dorpelingen dat de duisternis niet met zwaarden kon worden verdreven, maar met het licht van begrip en eenheid.

Aruna werd een held niet door een beest te verslaan, maar door het volk te begeleiden bij het overwinnen van hun innerlijke schaduwen. Het dorp bloeide op en de rivier van wanhoop werd een stroom van gedeelde dromen, allemaal omdat één persoon ervoor koos een held van spirit te zijn.

En zo werd het verhaal van Aruna, de spirituele held, doorgegeven van generatie op generatie, een herinnering dat de grootste gevechten vaak van binnen worden uitgevochten, en de meest ware vorm van heldendom komt uit het hart.

©Mieke, mei 2024

beeldcreatie ©Mieke

In een rijk voorbij de sluier van ons alledaagse bestaan, was er een plek die bekend stond als de Ethereal Nexus. Hier kwamen zielen samen; hun lichtgevende essentie verstrengeld als draden van kosmische zijde. Elke ziel droeg zijn eigen unieke verhaal, geëtst in de stof van zijn wezen.

Onder deze zielen was Lysandra, een weefster van dromen. Haar bestaan ​​oversteeg tijd en ruimte, en haar doel was om de gerafelde randen van de realiteit te herstellen. Ze weefde ingewikkelde patronen in het tapijt van het bestaan, en naaide momenten van vreugde, verdriet en verwondering aan elkaar.

Lysandra’s favoriete taak was om de zielen van verloren zwervers te herstellen. Wanneer een vermoeide reiziger op de Nexus stuitte, droeg hun ziel vaak littekens – herinneringen aan hartzeer, spijt en verlangen. Lysandra zou deze draden voorzichtig ontrafelen en met zorg onderzoeken. Ze zag de echo’s van verloren liefde, de melodieën van vergeten gelach en de schaduwen van onvervulde dromen.

Op een dag kwam er een ziel die haar intrigeerde: een ziel genaamd Eamon. Zijn draden waren een chaotisch kluwen, geknoopt en gerafeld. Lysandra voelde een diep verdriet in hem, een wond die weigerde te helen. Ze wenkte hem om naast haar te komen zitten en ze spraken in de taal van zielen: een stille gemeenschap van gedeelde ervaringen.

Eamons verhaal ontvouwde zich als een kwetsbaar perkament. Hij was een muzikant in de sterfelijke wereld, zijn melodieën raakten harten en roerden emoties. Maar de tragedie sloeg toe toen zijn geliefde, Isolde, onverwachts overleed. Eamons verdriet verteerde hem. Hij dwaalde door het aardse vlak, op zoek naar troost.

Lysandra luisterde, haar ogen weerspiegelden het sterrenlicht. Ze ontwarde met zachtheid en liefde, de draden van Eamons ziel en haalde herinneringen naar boven: hun eerste dans onder een maanverlichte hemel, de warmte van Isolde’s lach en de bitterzoete smaak van afscheid. Ze weefde deze fragmenten tot een nieuw patroon, een eerbetoon aan hun liefde.

‘Je draagt ​​haar met je mee,’ fluisterde Lysandra. ‘Haar essentie is verweven in je kern.’

Eamon knikte, tranen glinsterden in zijn ogen. ‘Maar de pijn blijft. Hoe kan ik vrede vinden?’, treurde hij.

Lysandra leunde dichterbij, haar aanraking als een zachte bries, haar helende woorden, ‘De ziel is veerkrachtig, mijn lieve Eamon. Ze verlangt naar voltooiing. Zoek de vergeten noten, de melodieën die je niet hebt gezongen. Zing ze in de wind, en Isolde zal het horen,’ gaven hem moed.

En zo keerde Eamon terug naar het sterfelijke rijk. Hij zat aan de zee, zijn vingers streelden de snaren van zijn luit. De golven droegen zijn muziek door tijd en ruimte – een symfonie van liefde en verlangen. Terwijl hij zong, trilden de draden van zijn ziel, resonerend met Isoldes geest.

In de stille uren voor zonsopgang verscheen Isolde – een glinsterende lichtfiguur. Ze danste op het water, haar lach echode door Eamons hart. Hun zielen draaiden wervelend samen en voltooiden het onafgemaakte lied. En op dat moment begreep Eamon dat hij niet alleen was. Liefde oversteeg alle rijken. De reis van de ziel was eeuwig, besefte hij.

En zo bleef de Ethereal Nexus verhalen weven: het gelach van kinderen, de wijsheid van wijzen en de gefluisterde beloften van geliefden. Lysandra bleef de beschermer ervan, haar vingers herstelden behendig en met de grootste zorg de fragiele draden. Want in de dans van zielen was elke noot van belang, elke verbinding hield het universum in evenwicht.

En zo werd het verhaal van Lysandra en Eamon een sterrenbeeld: een baken van hoop voor iedereen die troost zocht in het verweven weefsel van het bestaan. Hun liefde weerklonk door de kosmos, een bewijs van de veerkracht van de ziel.

En zo is het dat het verhaal van de ziel zich ontvouwt: een tapijt van herinneringen, dromen en de eeuwige zoektocht naar compleetheid.

‘Onder de bleke sluier van de maan zoeken we de nexus,

Waar aardse draden zich verstrengelen met de kus van sterrenlicht.

Een brug van gefluister overspant de ongeziene rijken, daar komen onze zielen samen—een dans van gelukzaligheid.’

© Mieke, mei 2024

Op een plek waar de aarde de hemel raakt, daar waar de zon het langst aan de hemel staat, was er eens een klein dorpje dat zich voorbereidde op de zomerzonnewende. Het was een tijd van vreugde, een tijd waarin de sluier tussen de werelden dunner werd en de dorpsbewoners zich konden verbinden met de geesten van de natuur.

In het hart van het dorp stond een oude, wijze boom, wiens takken zich uitstrekten naar de hemel als armen die de zon omarmden. Elk jaar, op de langste dag, verzamelde het hele dorp zich rond deze boom om de zonnewende te vieren. Ze geloofden dat de boom een boodschapper was tussen hen en de geestenwereld.

Dit jaar was er echter iets bijzonders aan de hand. De oudste van het dorp had een visioen gehad: een geest van licht zou verschijnen tijdens de zomerzonnewende en een boodschap van diepe wijsheid brengen. De dorpsbewoners waren opgewonden en een beetje nerveus, want niemand wist wat de geest zou zeggen.

Toen de dag van de zomerzonnewende aanbrak, was de lucht helder en de zon scheen feller dan ooit tevoren. De mensen dansten en zongen, en hun harten waren vol hoop. Terwijl de zon op het hoogste punt stond, viel er een stilte over het dorp. Een zacht licht begon te schijnen vanuit de boom, en een figuur van pure energie verscheen voor de menigte.

De geest sprak zonder woorden, maar iedereen begreep de boodschap. Het was een herinnering aan de verbinding tussen alle levende wezens, aan de cyclus van het leven, en aan de kracht van het licht dat altijd terugkeert na de duisternis. De geest benadrukte het belang van dankbaarheid voor de zon, die leven geeft en voedt, en voor de maan, die de nacht verlicht en de dromen begeleidt.

Na de verschijning van de geest voelden de dorpsbewoners een hernieuwde verbondenheid met elkaar en met de wereld om hen heen. Ze wisten dat de boodschap van de geest hen zou leiden door de komende seizoenen, en dat de wijsheid van de zomerzonnewende hen zou helpen groeien en bloeien, net als de natuur zelf.

En zo, elk jaar, wanneer de zon het hoogst aan de hemel staat, herinneren de mensen van het dorp zich de geest van licht en de boodschap van eenheid en vernieuwing. De zomerzonnewende is niet alleen een viering van de zon, maar ook een eerbetoon aan de spirituele verbinding die ons allen verenigt.

Happy Solstice aan iedereen! ( 20 juni 2024)

© Mieke juni 2024

Er was eens, in een mystiek bos genesteld tussen de rijken van dromen en realiteit, een zachtaardige eenhoorn genaamd Lichthart. Ze was niet zoals andere eenhoorns; haar hoorn schitterde niet met zilver of goud. In plaats daarvan gloeide ze met een zacht, iriserend licht die van kleur veranderde naargelang haar emoties.

Lichthart bracht haar dagen door met het verkennen van de betoverde magische open plekken, haar hoeven raakten nauwelijks het met dauw gekuste gras. Ze had een speciale gave: het vermogen om gewonde wezens te helen.

Toen een gewonde vogel uit de lucht viel, zijn vleugel gebroken, raakte Lichthart hem aan met haar hoorn. De veren van de vogel schitterden en hij vloog weer op, een zoete melodie van dankbaarheid zingend.

De andere boswezens bewonderden haar vriendelijkheid. De wijze oude eik fluisterde haar geheimen toe, lieftallige feeën dansten om haar heen, waarbij ze sporen van sprankelend stof achterlieten. Maar Lichthart voelde een diep verlangen in haar hart. Ze vroeg zich af waarom haar hoorn gloeide, waarom ze deze helende kracht had.

Op een maanverlichte nacht, terwijl Lichthart uitrustte bij een kristalheldere stroom, verscheen er een mysterieus figuur. Het was een oude tovenares, haar ogen glinsterden als sterrenstelsels. Ze droeg een mantel geweven van sterrenstof en droeg een staf versierd met een prachtige parelmoerachtige maansteen.

‘ Lichthart’, sprak de tovenares, haar stem echode door het bos, ‘je hoorn bevat de magie van empathie. Je bent een brug tussen werelden – de fysieke en de spirituele. Je helende aanraking heelt niet alleen lichamen maar ook zielen.’

Lichthart luisterde, haar hart fladderde als de vleugels van een vlinder. ‘Waarom ik?’ vroeg ze. ‘Waarom dit geschenk?’

De tovenares glimlachte. ‘Omdat, lieve eenhoorn, je voorbestemd bent om evenwicht te brengen. De wereld heeft genezers nodig die zowel licht als schaduw begrijpen. Je iriserende hoorn weerspiegelt de complexiteit van het leven – de vreugde en het verdriet, liefde en verlies.’

Lichthart knikte en nam de woorden van de tovenares in zich op.

Vanaf die dag omarmde ze haar rol. Ze genas gewonde dieren, maar ze luisterde ook naar hun verhalen: hun angsten, hun hoop. Ze troostte verloren zielen en leidde ze naar de glinsterende sluier die het sterfelijke rijk scheidde van het hiernamaals.

Naarmate de seizoenen veranderden, gloeide Lichtharts hoorn feller. Ze werd een baken van mededogen, dat wezens uit verre landen aantrok. Het bos veranderde in een heiligdom: een plek waar gebroken harten troost vonden.

Op een avond, toen de maan laag hing, ontmoette Lichthart een vermoeide reiziger: een mensenmeisje genaamd Rozemarijn. Haar ogen waren gevuld met tranen en haar geest werd bezwaard door verdriet. Ze was haar familie, haar thuis en haar doel in het leven verloren.

Lichthart raakte het diepbedroefd meisje haar voorhoofd aan met haar gloeiende hoorn. De pijn van het meisje verdween en werd vervangen door een gevoel van vrede. ‘Waarom?’ fluisterde ze, lieve eenhoorn. Waarom kan het je wat schelen?’

‘Omdat,’ antwoordde Lichthart ‘we allemaal met elkaar verbonden zijn. Jouw verdriet is mijn verdriet , en jouw genezing is mijn doel.’

Rozemarijn bleef in het bos en verzorgde samen met Lichthart gewonde dieren. Ze leerde de wereld te zien door de ogen van Lichthart, de hartslag van de aarde te voelen, het gefluister van de wind, het kabbelen het helende water. En in die gedeelde empathie vond Rozemarijn haar eigen magie: het vermogen om harten te helen met woorden en vriendelijkheid.

Samen werden Lichthart en Rozemarijn legendes. Ze zwierven over de wereld en heelden niet alleen lichamen, maar ook zielen. En wanneer iemand vroeg naar de eenhoorn met de iriserende hoorn, zeiden ze: ‘ Ah, dat is Lichthart, de brug tussen werelden, de belichaming van vriendelijkheid en empathie.’

En zo bleef Lichtharts licht schijnen, de donkerste hoeken van het bestaan ​​verlichtend. Want in haar helende aanraking bloeide hoop op en weefden de draden van het universum een ​​wandtapijt van mededogen: een herinnering dat zelfs in een gebroken wereld, liefde kon helen wat gebroken was.

Als jij je gewond of verdwaald voelt, zoek dan een bos, een rustige plek in de natuur op waar Lichthart woont. Luister naar het zachte geritsel van bladeren, het verre gezang van feeën, en daar, onder de zachte aanblik van de maan, kun je je afstemmen op Lichthart, een glimp opvangen zelfs van de eenhoorn met de iriserende hoorn, een levend bewijs van de magische helingskracht, van vriendelijkheid, van empathie.

©Mieke, juni 2024

In de schaduw van een oude acaciaboom, op de uitgestrekte savanne, leefden een wijze giraf en een sluwe jakhals. Ze waren buren, maar konden niet meer van elkaar verschillen! De giraf, met zijn lange nek, keek uit over de savanne en droomde van vrede en harmonie. De jakhals, met zijn scherpe tanden, was altijd op zoek naar een kans om zijn honger te stillen.

Op een dag kwam de jakhals bij de giraf met een voorstel. ‘Laten we samenwerken,’ zei hij. ‘Jij kunt de sappigste bladeren van de hoogste bomen halen, en ik kan je beschermen tegen de leeuwen die in de nacht rondsluipen. Denk er maar eens over na en laat me weten wat je erbij voelt.’

De giraf dacht na en stemde toe. Wat een heerlijke vooruitzichten, eindelijk samenwerken! Samen werkten ze als een team, en hun samenwerking bracht voorspoed. De giraf reikte naar de hemel en plukte de bladeren, terwijl de jakhals waakte over de veiligheid van hun thuis.

Na verloop van tijd werd de jakhals hebzuchtig. Hij wilde meer dan zijn deel en begon de giraf te misleiden. Hij vertelde de giraf dat er gevaar dreigde waar dat niet zo was, alleen maar om meer voedsel voor zichzelf te krijgen.

De giraf, die geloofde in de goedheid van iedereen, vertrouwde de jakhals. Maar toen hij ontdekte dat de jakhals loog, was hij diep bedroefd. Hij confronteerde de jakhals en vroeg: ‘ Waarom bedrieg je mij, terwijl ik je alleen maar vriendelijkheid heb getoond?’

De jakhals voelde zich betrapt en schaamde zich. Hij had niet verwacht dat de giraf zijn bedrog zou ontdekken. Met hangende oren bood hij zijn excuses aan. ‘Ik was verblind door mijn hebzucht,’ bekende hij. ‘Ik heb onze vriendschap verraden voor mijn eigen gewin.’

De giraf, met zijn groot hart, vergaf de jakhals. ‘Laten we onze samenwerking voortzetten, maar deze keer eerlijk en respectvol,’ zei de giraf.

Vanaf die dag werkten de giraf en de jakhals weer samen, maar nu in een geest van wederzijds vertrouwen en respect. De giraf leerde dat het belangrijk is om waakzaam te zijn, terwijl de jakhals leerde dat ware vriendschap meer waard is dan welke schat dan ook.

Allebei hadden ze hun eigen lessen geleerd en beseften dat samenwerken op voet van gelijkwaardigheid, loyaliteit en harmonie bijdraagt voor hun eigen welzijn, maar ook dat van alle levende wezens.

©Mieke juni 2024

In het hart van een verre wolk, hoog boven de drukke wereld, werd een kleine regendruppel geboren. Het was een nieuwsgierig klein ding, gretig om de uitgestrekte ruimte buiten zijn als met doorzichtige pareltjes witte thuis te verkennen.

Op een dag, toen de wolk voller werd met het gefluister van een naderende storm, voelde de regendruppel een zachte duw. Het was tijd. Met een sprong in het diepe dook hij uit de hemel, samen met talloze anderen in een licht wervelende dans richting de aarde.

Terwijl hij verder afdaalde, zag de regendruppel de wereld zich ontvouwen – een tapijt van groen en blauw, van steden en bossen. Hij voelde de zacht strelende sensatie van de wind en de vrijheid van de val totdat hij met een delicate plons landde op het blad van een oude eik.

Van het blad druppelde de regendruppel naar de dorstige grond, sijpelde in de ondergrondse rivieren die pulseerden als aderen onder het oppervlak. Hij reisde door donkere, mysterieuze grotten, leerde de geheimen van de aarde kennen, totdat hij opdook in een kristalheldere bron.

Daar sloot hij zich aan bij een kabbelend beekje, die door weilanden en onder rustieke houten bruggen kronkelde. Kinderen speelden uitgelaten aan de oevers, hun gelach vermengd met het gezang van het water.

De beek groeide uit tot een machtige rivier, en de regendruppel voelde de aantrekkingskracht van iets groters: een roep om zich bij de eindeloze zee te voegen. Hij passeerde drukke havens en serene vissersdorpjes, elk met verhalen die over de golven rimpelden.

Uiteindelijk ontmoette de rivier de oceaan, en de regendruppel voelde een gevoel van ontzag. Hij was onderdeel geworden van iets groots, iets eeuwigs. Hij was de zee geworden.

In de warmte van de zon verdampte de regendruppel en steeg opnieuw op in de lucht. Hij was weer onderdeel geworden van de wolk, maar hij was niet meer hetzelfde. Hij droeg de herinneringen aan de aarde, de vreugde van de reis en de wijsheid van het water met zich mee.

En dus wachtte de regendruppel op het volgende duwtje, het volgende avontuur, wetende dat elke afdaling een begin was en elke druppel water een verhaal was dat wachtte om verteld te worden.

© Mieke, 3 juli 2024

Lang geleden, in een tijd waar de grenzen tussen de fysieke wereld en de spirituele dimensies vervaagden, lag het mystieke continent Lemurië. Het was een plek van ongeëvenaarde schoonheid, waar kristallen torens de hemel raakten en de zeeën glinsterden met een gouden gloed.

De Lemuriërs waren een volk van licht en liefde, diep verbonden met de aarde en haar wezens. Ze leefden in harmonie met de natuur en begrepen de heilige cycli van het leven. Hun harten waren zuiver, en hun geesten waren verlicht met de wijsheid van de sterren.

In het hart van Lemurië stond de Tempel van Licht, een heiligdom waar de Lemuriërs samenkwamen om te mediteren en te leren van de Ouden, wezens van licht die de kennis van het universum bewaakten. De Ouden leerden de Lemuriërs over de kracht van intentie, de magie van dromen, en de oneindige mogelijkheden van het bestaan.

Op een dag werd een jonge Lemuriër, genaamd Ysara, geroepen door de Ouden. Ze was bekend om haar genezende handen en haar vermogen om te luisteren naar de fluisteringen van de natuur.

Ysara zag in een visioen een nieuwe wereld, een plaats waar de harmonie van Lemurië zou voortleven in de harten van de mensen. Ysara wist dat dit haar levensmissie was, om de herinnering aan Lemurië te verspreiden en de zaden van licht te planten in de zielen van allen die ze zou ontmoeten.

Ysara begon aan een reis die haar door vele levens en werelden zou voeren. Ze deelde de liefde en wijsheid van Lemurië met iedereen die bereid was te luisteren. Met elke ontmoeting, met elke daad van vriendelijkheid, groeide de energie van Lemurië sterker in de wereld. Ze vertelde over de kracht van intentie en hoe elke gedachte en actie een rimpeling in het universum creëert.

Ze leerde aan mensen hoe ze zich dieper met de aarde konden verbinden en communiceren, hoe ze de energie van de kristallen konden gebruiken voor helingen, hoe dieren een belangrijke plaats innamen in het leven, en hoe ze hun eigen licht konden laten schijnen om anderen te helpen. Ze leerde hen over de kracht van mededogen, de vreugde van dankbaarheid, en het belang van het leven in het nu. Mensen bloeiden op en begonnen de oude wijsheid in hun dagelijkse leven te integreren.

Op een ochtend, toen de zon opkwam en de dauw nog op de bladeren lag, was Ysara verdwenen. Maar de lessen en de liefde die ze achterliet, bleven voortleven in ieders hart. Fluisteringen van liefde en licht die nooit worden vergeten. Lemurië, een herinnering aan wat ooit was en een belofte van wat nog kan komen. Het leeft voort in de stilte van de meditatie, in de schoonheid van de natuur, en in de goedheid van onze harten.

Lemurië is nooit echt verdween, maar heeft zich teruggetrokken in de rijken van het onzichtbare, wachtend op de tijd dat de mensheid klaar zou zijn om weer in harmonie met de aarde te leven. En tot die tijd, wandelen er ontelbare Lemuriërs onder ons, vermomd als gewone mensen, maar met harten vol van het oude licht, klaar om de weg te wijzen naar een wereld van vrede en liefde.

We worden eraan herinnerd dat we dragers zijn van het licht, geroepen om liefde te verspreiden voor alles wat leeft, het leven te vieren, de wonderen en vreugden te delen met elkaar.

© Mieke 8 juli 2024

In de rustige diepten van de oceaan, waar het zonlicht de golven nauwelijks kust, leefde een zeemeermin, Pearlina Ze was niet zomaar een zeemeermin, ze was de bewaker van de Heilige Lagune, een plek waar de magie van de oceaan het krachtigst was.

Pearlina’s staart schitterde met tinten smaragd en saffier, haar lange haren leken te stromen als vloeibaar zilver. Haar helderblauwe ogen, diep en wetend, bevatten de wijsheid van vele eeuwen. Ze was geliefd bij alle zeedieren, van het kleinste plankton tot de grootste walvissen en dolfijnen, want haar hart was net zo groot en meelevend als de oceaan zelf.

Toen Pearlina op een zonovergoten dag door de koraaltuinen zwom, hoorde ze in de verte een treurig klinkend gezang. Nieuwsgierig volgde ze de trillingen van het geluid. In de verte zag ze een meisje zitten op een rots en bewoog zich rustig verder naar het meisje.

Het meisje, geschrokken bij het zien van een levend wezen, hoewel verrassend anders, keek ze met enige spanning en toch wat ingehouden blijdschap niet alleen te zijn ….wie dit wel kon zijn? Inmiddels was ze gestopt met zingen.

Het meisje stelde zich door haar tranen, die zich vermengden met het zilte water, voor, vertelde wat er was gebeurd.

‘Naida is mijn naam, tijdens een hevige storm ben ik van ons schip gevallen. Ik hoopte met mijn gezang dat iemand me zou horen, want ik weet niet waar ik ben, ik ben bang.’

Pearlina benaderde haar zachtjes en zong een rustgevend lied dat de angsten van het meisje kalmeerde. ‘Wees niet bang, lieverd,’ fluisterde ze. ‘Hier ben je veilig.’

Naida keek op, haar ogen wijd open van verbazing. ‘Wie ben je?’ vroeg ze. ‘Je ziet er zo anders uit dan ons. En toch voelt het alsof ik je ken. Of droom ik dat maar? Is het een fantasie omdat ik hier al zolang alleen ben?’

Neen, Ik ben Pearlina, lieve Naida, bewaker van de Heilige Lagune,’ antwoordde de zeemeermin. ‘Je bent hier met een reden naartoe gebracht. Ik kan begrijpen dat dit voor jou nog niet te bevatten is. De oceaan heeft je uitgekozen en ik zal je op het juiste moment vertellen waarom. Ik wil je eerst laten kennismaken met het levend water, de plek waar wij nu samen zijn. Vertrouw er maar op dat je niet voor niets op die plek bent beland.’

Naida’s angst veranderde in nieuwsgierigheid. Overboord vallen , helemaal alleen, voor hoelang zelfs, weet ik niet meer, daar moet dan wel een goeie uitleg voor komen. Mij uitgekozen? Waarvoor dan?’

Pearlina glimlacht vertederend begripvol. ‘De oceaan voelt al sinds jouw geboorte een bijzonder licht in je, een geschenk dat kan helen en vrede kan brengen. Maar eerst is het belangrijk te leren luisteren naar het zachte fluisteren van de zee en het lied van je eigen hart.’

Gedurende de volgende dagen nam Pearlina Naida onder haar hoede om het dieprijke leven van de oceaan te ontdekken. Ze zwommen met dolfijnen, dansten met zeepaarden en luisterden naar de oude verhalen die de walvissen en dolfijnen vertelden. Naida leerde de taal van de zee te begrijpen, voelde de ritmes, de cycli en stromingen alsof ze haar eigen hartslag waren. Ze ontdekte in zichzelf een rijkdom die ze niet had kunnen ontdekken door het leven dat ze tot nu toe had geleid.

Op een avond, toen de volle maan haar zilveren licht op het water wierp, leidde Pearlina de ondertussen vreugdevolle Naida naar het hart van de Heilige Lagune. ‘Vanavond zul je je ware gave ontdekken,’ knipoogde Pearlina.

In het midden van de lagune dreef een cirkel van stralend witblauwe parels op het oppervlak. Pearlina begon te zingen, haar stem weefde een melodie die resoneerde met de ziel van de oceaan. Naida sloot haar ogen en liet de muziek over zich heen spoelen. Ze voelde een warme gloed in haar borst, een lichtvonkje dat met elke noot helderder werd.

Naida’s stem voegde zich heel natuurlijk en spontaan bij die van Pearlina, in harmonie met een lied van pure, stralende schoonheid. Het water om hen heen schitterde met een gouden licht en de zeedieren verzamelden zich om getuige te zijn van het wonder. Naida’s gave was ontwaakt – ze kon met haar zuiver klinkende stem helen, vrede en harmonie brengen aan iedereen die het hoorde.

Toen hun samen-klanken als een tot eenheid versmolten Ziel eindigde, omhelsden ze elkaar. ‘Je bent nu een deel van de magie van de oceaan,’ sprak Pearlina. ‘ Onthoud, je gave is niet alleen voor de zee, maar ook voor de wereld daarboven. Gebruik het verstandig en luister altijd naar het lied van je hart.’

Met een nieuw gevonden doel keerde Naida terug naar de oppervlakte, de diepe Zielenwijsheid van de oceaan in zich dragend. Als een heler bracht haar stem ook troost en vrede aan velen. En hoewel ze op het land leefde dacht ze nog vaak met verwondering en dankbaarheid terug aan de lessen en ervaringen van de Heilige Lagune en de zachte begeleiding van Pearlina, de zeemeermin die haar de weg had gewezen.

Laat ons het voorbeeld volgen van Pearlina en Naida, door ons bewust te worden van de manier waarop we woorden verklanken’, want woorden zijn frequenties, trillingen die helen en je hartsfrequentie verhogen of je hartsfrequentie verlagen- bevriezen.

Kies.

In een afgelegen bos, onaangetast door de tijd en menselijke handen, bestond een magische plek die bekend stond als het Fluisterbos. Dit bos was de thuisbasis van de Dryaden, oude boomgeesten die al millennia over het bos waakten. Elke Dryade was gebonden aan een specifieke boom, hun levens waren verweven met de gezondheid en vitaliteit van hun boombewonende tegenhangers.

Onder de Dryaden was een jonge geest Zephyria . Ze was gebonden aan een majestueuze eik, waarvan de takken hoog in de lucht reikten en waarvan de wortels diep in de aarde groeven. Zephyria was nieuwsgierig en meelevend, altijd gretig om te leren over de wereld buiten het bos en om iedereen in nood te helpen.

Op een dag struikelde een vermoeide reiziger in het Fluisterbos. Hij was verdwaald en diepverdrietig. met zijn ziel onder zijn arm lopend, niet meer te weten wat zijn doel op aarde was. Terwijl hij rustte onder Zephyria’s eik, ervoer hij een vreemd gevoel van vrede over zich heen vallen. De bladeren ritselden zachtjes en hij hoorde een zachte, melodieuze stem.

‘Welkom, reiziger,’ fluisterde Zephyria. ‘Je hebt een toevluchtsoord gevonden in het Fluisterbos. Wat kwelt je hart?’

De reiziger keek verbijsterd om zich heen, maar getroost door de aanwezigheid die hij voelde. ‘ Ik ben de weg kwijt,’ bekende hij. ‘Ik zoek naar een doel en betekenis, maar het enige dat ik vind is leegte.’

Haar hart huilde om de reiziger. Ze wist dat het bos de wijsheid bevatte die hij zocht. ‘Sluit je ogen en luister,’ sprak ze zachtjes. ‘De bomen hebben verhalen te vertellen en hun gefluister dragen ​​de antwoorden die je zoekt.’

Diep ademend sloot hij zijn ogen en luisterde aandachtig. Hij hoorde het zachte geritsel van bladeren, het kraken van takken en het zachte gemompel van de wind. Terwijl hij luisterde, begon hij de taal van het bos te begrijpen. De bomen spraken van veerkracht, van rechtop staan ​​door stormen en seizoenen, van het voeden van het leven en het bieden van beschutting.

Zephyria bleef hem heel nabij. en vertelde hem over de eik. ‘De eik staat sterk omdat zijn wortels diep zijn. Hij put kracht uit de aarde en reikt naar de hemel. Ook jij moet je wortels vinden en je dromen realiseren.’

De reiziger voelde een diepe connectie met het bos en met Zephyria’s woorden. Hij realiseerde zich dat zijn doel niet iets was dat gevonden moest worden, maar iets dat in hemzelf gekoesterd moest worden. Dan pas kon hij vanuit zijn Ziel scheppen. Hij bedankte Zephyria en het Fluisterbos voor hun wijsheid en beloofde hun leringen met zich mee te dragen.

Toen hij het bos verliet, voelde hij een hernieuwd gevoel van zingeving en helderheid. Hij wist dat hij uitdagingen zou tegenkomen, maar hij wist ook dat hij de kracht had om ze te overwinnen, net zoals de bomen de stormen doorstonden.

Zephyria keek hem na, haar hart vervuld van vreugde. Ze wist dat de wijsheid van het fluisterbos een andere ziel had geraakt en ze voelde een diep gevoel van vervulling. Het Fluisterbos bleef een toevluchtsoord waar de Dryaden iedereen die hun wijsheid zocht, bleven begeleiden en beschermen.

Het verhaal van Zephyria en het Fluisterbos is een tijdloos verhaal over veerkracht, innerlijke kracht en de eeuwige verbinding tussen mens en de natuur. Haar geschenken met dankbaarheid ontvangen en koesteren is een daad van Liefde en Verbinding met Al- Wat- Leeft.

©Mieke

afbeelding ‘De Dryaden Set’ – Tiziana Mattera ©