Geplaatst op

WOENSDAG: JUISTE INZICHT

(in de geest van Rudolf Steiner)

Op de woensdag richt de mens zijn ziel op het gebied van het helder denken.

De krachten van Mercurius wekken in ons het vermogen

om het leven niet slechts te ondergaan, maar het innerlijk te ordenen.

Het denken wordt niet koud of abstract,

maar wordt een doorwarmd licht,

dat de mens helpt om het juiste te onderscheiden

van het toevallige en het voorbijgaande.

Wanneer de ziel zich oefent in wakkerheid,

wordt het mogelijk om door de uiterlijke verschijnselen heen te kijken en het wezenlijke te ontmoeten.

Zo ontstaat het juiste inzicht: een innerlijke houding die niet oordeelt uit sympathie of antipathie,

maar uit een stille, liefdevolle gerichtheid op waarheid.

Woensdag nodigt uit tot een denken

dat beweeglijk helder en gericht is. Niet hard, niet dwingend.

Een denken dat de mens in staat stelt zijn plaats in de wereld bewust te kiezen en zijn daden te doordringen met betekenis.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Bij het ordenen van je leven,

leef in harmonie met natuur en geest.

Verlies jezelf niet in de uiterlijke

snufjes en prullaria van het leven.

Wees noch overhaast, noch lui.

Beschouw het leven als een middel voor innerlijk werk, ontwikkeling en handel ernaar.

In deze context kan men spreken

van een “juist inzicht”.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Strek de rechter arm naar voren, de linker arm naar achteren. Draai met de rechter arm rond in een cirkel. Dit is het tegenovergestelde van het liefhebbende, de toegevende aard, het liefhebbende wezen. Mercurius is het egoïstische wezen.

Bij Mercurius hoort de klank I.

‘De krachten van Mercurius spelen in de voorwaardelijke zin een voorname rol bij leerprocessen waarvoor meer nodig is dan het vermogen van de nabootsing.

Innerlijke beweeglijkheid in combinatie met oog en oor voor de specifieke vaardigheden van de leraar en vertrouwen in zijn vakmanschap, zijn geschenken van Mercurius die kunnen leiden tot het verwerven van nieuwe en hogere niveaus van beroepsmatige vaardigheden.

De geestelijke krachten van Mercurius krijgen een negatieve werking, wanneer los van een zinvolle context en in houd een vakbekwame vaardigheid als het ware doorschiet in virtuositeit. Dat zal gebeuren als de ziel der Mercuriuskrachten op monomane wijze gebruikt.

Een goed voorbeeld hiervan is het zielloze spel van de musicus met een doorgeschoten technisch kunnen.

Een uitgesproken verzwakkende invloed gaat uit van Mercurius als zijn krachten worden ingezet bij het oneigenlijke gebruik van verworven vaardigheden. Dit betreft elk handelen waarbij het erom gaat met behulp en ten koste van anderen eigen voordeel te behalen; zoals in het geval van bedrog en oplichting.’

Bron: Bronnen van de euritmie. Werner Barfod.©

Het Mercuriusgebaar als uitdrukking van het wezen dat ego gericht streeft, toont eveneens slechts één kant van het Zongebaar. In de gestrekte rechterarm die met grote dynamiek een cirkelbeweging maakt waarbij de ziel zichzelf als bewegingsbron ervaart, drukt zich de intensiteit uit waarmee de ziel tot zelfbewustzijn komt.

Daarbij wordt de tot rust gekomen gestrekte linkerarm als een steunpunt ervaren dat zich naar de aarde richt.

Het etherlichaam reageert hierop door naar rechtsboven stralend uit te stromen en zich linksonder in te houden.

Daarbij doordringt het in beide bewegingen het gevoelsmidden in de hartstreek als centrum van de ziel.

In naklank van het Mercuriusgebaar ontstaat zo het aanvullende euritmische klankgebaar I’.

Bron: Bronnen van de euritmie ©Werner Barfod

‘ Ieder strekken, waar u het ook beleeft, zij het in de armen, de benen, zij het in het hele lichaam, maar ook in de blik, met de neus, de tong, of alleen met een vinger, of wanneer u het kunt met een teen. Maar het moet de beleving van het strekken zijn. Een zeer typische I is het, wanneer u de ene arm naar boven, de andere naar beneden strekt.

De I kan worden beleefd als het moment waarop de nieuwsgierigheid overgaat in het moment van het weten, het vinden wat het is.

Hier hebben we de klank, die nog dichter bij de mens komt dan de E, die helemaal het zelfbehoud van de mens vertegenwoordigt. De I is het zelfbehoud van de mens.

Bij de A gaan we vanuit het centrum in twee verschillende richtingen, bij de I gaan we van het centrum naar buiten en voelen nu niet, dat we ergens naar grijpen, maar we voelen het strekken, we voelen het van ons uitgaan, bijvoorbeeld vanuit het hart door de arm en door de beide armen. De beide armen moeten zo gestrekt worden, dat ze de verlenging van elkaar worden. Maar één arm strekken kan ook. In wezen moet men vasthouden, dat men het strekken bij de I beleeft.’

🌹
🙏