Een heel helder en inzichtelijk verrijkend boek, dat een antwoord geeft op de vraag: vanwaar komt het verzet, de weerstand voor het lezen van Rudolf Steiner. Dit boekje heb ik vorig jaar ‘toevallig’ op de kop getikt en met volle belangstelling gelezen- en de nodige tijd voor genomen.
Meer lezers en ook ik ervaren dat het lezen van zijn talrijke oeuvre, en dat allemaal lezen en omwerken is- maar ik spreek voor mezelf- onbegonnen werk is voor één leven.
Zoals Hans Stolp dat ook schreef: teveel om alles te lezen, te begrijpen, je moet wel heel wat laten liggen en zoeken in welk gebied je je werkelijk kunt bewegen. En dat dan ook met discipline en moed aangaan. Dat is dus ook wat ik herken en dat geldt dus ook voor mezelf. Meermaals herlees ik iets in een ‘kleine Steiner’, en meen daar regelmatig iets waar dat na enige tijd dieper doorgedrongen is. Het is dus niet alleen een verstandelijk lezen en begrijpen, maar het geestelijke aspect is een verder uitrijpen van een stukje tekst. Mij helpt het om onder meer ‘Mijn levensweg’ ( onvoltooid ) of verhalen van tijdsgenoten en gekenden te lezen. Het voelt alsof ik de mens Steiner in zijn ontwikkelingsweg beter kan volgen en begrijpen. Dat was ook wat hij verlangde: begrepen worden.
******************************************************************
Waarom we taal kwijtraken – en waarom Rudolf Steiner zo vaak wordt vermeden
In de inleiding van De woordkunst van Rudolf Steiner schetst Martina Maria Sam een opvallend vertrekpunt: het PISA-onderzoek. Op het eerste gezicht lijkt dat een wat droge, statistische ingang voor een boek over taal en woordkunst. Maar niets is minder waar. Want achter die cijfers gaat een diepere vraag schuil: wat is er eigenlijk met onze relatie tot taal gebeurd?
De resultaten van het PISA-onderzoek laten al jaren zien dat jongeren steeds meer moeite hebben met begrijpend lezen. Niet alleen het begrijpen van teksten gaat achteruit, maar ook het vermogen om betekenis te halen uit complexere, gelaagde taal. En misschien nog zorgwekkender: het plezier in lezen neemt af.
Maar wie denkt dat dit probleem ophoudt na de schooltijd, vergist zich.
Wat op school begint, zet zich voort in het volwassen leven. We lezen snel, scannen teksten, zoeken naar kernwoorden en conclusies. E-mails, nieuwsberichten, social media – alles is gericht op efficiëntie. Taal is een middel geworden, geen ervaring meer.
Hoe vaak nemen we nog de tijd om een zin echt te proeven? Om te voelen hoe woorden klinken, hoe een gedachte zich opbouwt, hoe betekenis zich langzaam ontvouwt?
Voor veel volwassenen geldt: we begrijpen taal nog wel functioneel, maar we beleven haar nauwelijks meer.
En precies daar raakt Martina Maria Sam aan het denken van Rudolf Steiner.
Voor Steiner is taal geen neutraal instrument. Woorden hebben klank, ritme, beweging – ze werken door in hoe we denken en ervaren. Taal vormt ons bewustzijn.
Dat idee staat haaks op hoe wij vandaag met taal omgaan. Waar wij snelheid en efficiëntie waarderen, benadrukt Steiner juist vertraging, aandacht en beleving. Taal moet niet alleen begrepen worden, maar ook doorleefd.
En misschien is dat precies waarom zijn werk zo vaak weerstand oproept.
De naam Rudolf Steiner roept bij veel mensen direct een reactie op – en die is lang niet altijd positief. Dat heeft verschillende oorzaken.
Ten eerste is er de taal zelf. Steiner schrijft en spreekt complex, gelaagd en soms abstract. Voor wie gewend is aan snelle, hapklare informatie, voelt dat al snel zwaar of ontoegankelijk.
Daarnaast is er de inhoudelijke drempel. Zijn werk is verbonden met antroposofie, een wereldbeeld dat voor veel mensen onbekend of zelfs wereldvreemd is. Begrippen als geest, ziel en bewustzijn worden niet door iedereen vanzelfsprekend geaccepteerd.
Ook speelt beeldvorming een rol. Steiner wordt vaak geassocieerd met alternatieve scholen of esoterische ideeën. Voor sommigen is dat genoeg reden om zijn werk bij voorbaat terzijde te schuiven.
Maar misschien ligt de diepste reden nog ergens anders.
De echte weerstand: vertragen is ongemakkelijk
Steiner vraagt iets wat haaks staat op onze tijd: aandacht. Niet vluchtig lezen, maar je verbinden met taal. Niet alleen begrijpen, maar ervaren. En dat is lastig, want vertragen betekent ook dat je geconfronteerd wordt met je eigen manier van denken. Het vraagt inspanning, openheid en soms ook het loslaten van controle. In een wereld die draait op snelheid en efficiëntie, voelt dat bijna tegennatuurlijk.
Een uitnodiging, geen verplichting
Martina Maria Sam gebruikt het PISA-onderzoek niet om te zeggen dat we “terug moeten naar Steiner”, maar om iets zichtbaar te maken: we zijn iets kwijtgeraakt in onze omgang met taal.
Haar boek is dan ook geen pleidooi, maar een uitnodiging. Om opnieuw te luisteren. Om woorden niet alleen te gebruiken, maar te ervaren. Om taal weer iets levends te laten zijn.
Misschien is dat wel de kern van de weerstand én de aantrekkingskracht tegelijk.
Want wie de moeite neemt om anders met taal om te gaan, ontdekt iets wat we bijna vergeten zijn: dat woorden niet alleen iets zeggen over de wereld, maar ook iets doen met onszelf.
*******************************************************************
De woordkunst van Rudolf Steiner – een verkenning van taal als levenskracht – 2004, vertaald in het Nederlands 2007
In ‘De woordkunst van Rudolf Steiner’ neemt auteur Martina Maria Sam de lezer mee in een bijzondere benadering van taal. Het boek is geen gewone literaire analyse, maar een verdieping in hoe taal volgens Steiner meer is dan een communicatiemiddel: het is een levenskracht, een brug tussen innerlijke beleving en uiterlijke wereld.
Centraal staat de visie van Rudolf Steiner dat woorden niet alleen betekenis dragen, maar ook klank, ritme en beweging. Sam laat zien hoe Steiner taal zag als iets levends – iets wat je niet alleen begrijpt met het hoofd, maar ook ervaart met het lichaam en de ziel. Dit wordt vooral duidelijk in zijn werk met spraakvorming en euritmie, waarin taal letterlijk in beweging wordt gebracht.
Het boek gaat inhoudelijk in op verschillende aspecten van Steiners woordkunst. Zo bespreekt Sam hoe klanken verbonden zijn met innerlijke stemmingen en hoe de structuur van zinnen invloed heeft op bewustzijn en waarneming. Ook wordt duidelijk hoe Steiner poëzie en voordracht benaderde: niet als esthetisch spel, maar als een spirituele oefening die de mens kan ontwikkelen.
Daarnaast biedt het boek concrete voorbeelden en analyses van teksten en oefeningen. Hierdoor krijgt de lezer niet alleen inzicht in de theorie, maar ook handvatten om zelf met taal te werken op een meer bewuste en kunstzinnige manier.
Wat dit boek bijzonder maakt, is dat het zich richt op de ervaring van taal. Het nodigt uit om anders te luisteren, te spreken en zelfs te denken. Voor lezers die geïnteresseerd zijn in antroposofie, spraakkunst of de diepere lagen van communicatie, biedt dit boekje een rijke en inspirerende verdieping.
Martina Maria Sam laat zien dat taal volgens Steiner geen neutraal instrument is, maar een kracht die de mens kan vormen – mits we leren haar echt te beleven.
********************************************************************
Achterflap
‘In een imposant oeuvre legde Rudolf Steiner gedurende het eerste kwart van de vorige eeuw het fundament van de antroposofie. Al tijdens zijn leven blijkt men moeite te hebben met de stijl waarin hij schrijft en spreekt. Onder de critici bevinden zich onder andere Herman Hesse, Paul Klee en Rainer Maria Rilke.
Maar ook in de huidige tijd hebben vooral academisch geschoolden grote moeite met het lezen van Steiners werk. Zoals deze kleine studie echter op overtuigende wijze aantoont, is hier geen onkunde in het spel, maar kiest Rudolf Steiner zijn stijl welbewust om de geestelijke kenmerken van zijn onderwerpen tot hun recht te laten komen.
Inzicht in verhouding tussen het ‘wat’ en het ‘hoe’ van zijn beschrijvingen blijkt essentieel voor een goede receptie van zijn werk.
‘Waar het om gaat, is dat wij de taal leren opnemen als gebaar’. Rudolf Steiner.
Minder weergeven