Geplaatst op Geef een reactie

Tussen hemel en aarde: over het niet volledig geïncarneerd zijn

Ik spreek wel eens mensen die verlangen naar het hogere, moeite hebben met het aardse. Vaak hebben ze een heel rijke innerlijke wereld, zijn afgestemd op subtiele energieën, zijn heel intuïtief, maar juist daardoor kan het fysieke leven, met zijn ritmes, grenzen en zwaartekracht als een enorme uitdaging voelen. Je kan dat ook fysiek waarnemen: lichte stappen alsof ze zweven over de grond, dromerige vluchtige blikken….

Wanneer iemand zegt spiritueel te zijn en niet thuis te horen op aarde, dan klinkt daar vaak een gevoel van vervreemding in door. Alsof de ziel zich herinnert aan een hogere sfeer, maar moeite heeft met de zwaarte, de chaos, of de pijn van het aardse bestaan.

Vanuit de antroposofie is dat herkenbaar. Steiner beschrijft dat de mens vanuit de geestelijke wereld neerdaalt en zich verbindt met een fysiek lichaam. Maar die verbinding — die incarnatie — is niet vanzelfsprekend. Ze vraagt om bewuste inspanning. En sommige zielen, vooral gevoelige of spirituele zielen, blijven deels ‘boven’ hangen. Zielen die wel fysiek geboren zijn, maar zich nog niet volledig hebben verbonden met hun lichaam. Alsof ze een paar centimeter boven de aarde zweven — fysiek aanwezig, maar innerlijk nog onderweg.

Hij zag incarnatie niet als een eenmalige gebeurtenis bij geboorte, maar als een proces waarbij de ziel zich geleidelijk verbindt met het fysieke lichaam. In sommige voordrachten zegt hij dat sommigen niet goed in hun lichaam zitten, ze zijn mentaal of spiritueel actief, maar missen ‘aarding’.

Steiner verbond zijn waarnemingen en inzichten aan opvoeding, karma, en zelfs aan de invloed van moderne technologie en materialisme, die mensen uit balans kunnen brengen.

Hoewel hij deze gedachte in meerdere voordrachten aanraakt, wordt ze vaak geciteerd uit voordrachten over gezondheid en opvoeding ( Steinerpedagogie), karma en reïncarnatie, waar hij uitlegt dat sommige zielen moeite hebben om volledig te incarneren door karmische omstandigheden, voordrachten over antroposofische geneeskunde, waarin hij spreekt over de relatie tussen lichaam, ziel en geest.

Dit kan zich uiten in concentratieproblemen, moeite met sociale interactie, of een gevoel van vervreemding, alsof ze kijken naar het leven vanop een afstand maar er niet volledig in participeren.

Het is juist de opgave van de spirituele mens om zijn innerlijke wijsheid te belichamen, zijn geestelijke impulsen in de wereld te brengen, zijn karma te doorleven op aarde ( niet te vermijden)

Het aardse leven is geen straf. De aarde is een plek waar de ziel leert, groeit, en haar unieke bijdrage levert. Wie zegt “ik hoor hier niet,” voelt misschien de pijn van incarnatie — maar mist dan ook de kracht van transformatie die juist in het fysieke leven mogelijk is.

In plaats van de aarde af te wijzen, nodigt de antroposofie uit tot liefdevolle incarnatie. Dat betekent: jezelf voeden, bewegen, ritme vinden, kunst beleven, in relatie gaan. Niet om je spiritualiteit te verliezen, maar om haar zichtbaar en werkzaam te maken.

Want pas wanneer de spirituele mens volledig incarneert, kan hij zijn licht laten schijnen — niet als vluchtige inspiratie, maar als daadkrachtige aanwezigheid.

Dit is geen oordeel, maar een observatie. Want in een wereld die steeds sneller draait, waarin prikkels ons overspoelen en technologie ons uit ons lijf trekt, is het geen wonder dat sommige zielen moeite hebben met landen.

Volledig incarneren betekent thuiskomen in jezelf. Het vraagt om een opvoeding die het etherlichaam voedt, via kunst en beweging, via stilte en aandacht. En soms vraagt het gewoon om geduld — want elke ziel heeft haar eigen tempo.

Rudolf Steiner zag dit als een noodzakelijke stap voor spirituele ontwikkeling: zonder gronding kan het hogere niet werkelijk doorwerken. En daar ben ik het helemaal mee eens.

Via Euritmie, wat letterlijk ‘goed ritme’ betekent, is een bewegingskunst die Steiner verder heeft ontwikkeld ( Marie Steiner was daarin zijn inspirator) samen met zijn vrouw Marie. In deze unieke bewegingsvorm brengt de innerlijke mens zich tot uitdrukking via het lichaam. Door gebaren die klanken, gevoelens en gedachten zichtbaar maken, leert de mens zich harmonisch te bewegen in de ruimte. Euritmie versterkt het etherlichaam en helpt de ziel om zich dieper te verankeren in het fysieke. Je kan euritmie zien als een brug tussen het geestelijke en het aardse. Op youtube kun je daar heel veel voorbeelden van vinden, van het alfabet, planeten, zonnetekens tot uitvoeringen van klassieke componisten…Heel heel mooi om te zien én zelf in beweging te komen.

Kunstzinnige therapievormen ( beeldhouwen, schilderen, boetseren, musiceren, …) zijn wegen tot incarnatie. Door met materialen te werken, ervaart de mens vorm en ritme, wat helpt om in het hier en nu te komen en de innerlijke wereld te belichamen, innerlijke oefeningen ( Steiner gaf ook meditatieve oefeningen ( o.a. zes houdingen van de ziel- denken, voelen en willen in balans brengen), spraakvorming als een manier om de adem, het woord en de wil te verbinden, door bewust te spreken, met ritme en klank wordt het denken geaard in het lichaam. Tuinieren, werken met de aarde, ritmes volgen van de seizoenen als een directe manier op het etherlichaam te voeden. Steiner zag landbouw als een spirituele daad: de mens werkt samen met de natuurwezens en leert zich af te stemmen op kosmische ritmes. Ritme en herhaling door vaste structuren, herhaling én rustmomenten helpen de ziel om zich veilig te voelen in het lichaam, vooral bij kinderen en gevoelige volwassenen is dit een belangrijke sleutel tot aarding.

Genegen groet

Mieke 🌹💚🙏

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *