Pinkstergedachte
Rudolf Steiner maakt in zijn beschrijving van Hemelvaart en Pinksteren duidelijk dat Christus niet alleen iets historisch heeft gedaan voor de mensheid, maar ook iets levends in ieder mens mogelijk wil maken.
Hemelvaart symboliseert dat Christus zich verbond met de aarde en met de menselijke natuur. Hij hielp de mensheid op een diep niveau, vooral in het fysieke en levendragende deel van ons wezen wat Steiner het fysieke en etherische lichaam noemt. Het gaat hier om de basis van ons mens-zijn: ons lichaam, onze levenskracht en onze verbinding met het aardse bestaan.
Pinksteren gaat een stap verder. Dat feest gaat niet alleen over de mensheid als geheel, maar over het individu en betekent Pinksteren dat ieder mens innerlijk wakker kan worden voor een hogere geestelijke werkelijkheid. Niet door blind geloof of alleen verstandelijk denken, maar door een bewuste innerlijke ontwikkeling van ziel, hart en bewustzijn.
Hemelvaart als een weg, een poort, een Veld dat wordt geopend. Pinksteren is een uitnodiging om die weg innerlijk te gaan.
Geestelijk begrip verwerft men niet door puur materialistisch denken. Sommige dingen kunnen pas werkelijk begrepen worden wanneer een mens innerlijk stiller, bewuster en ontvankelijker wordt. Het betekent niet je de wereld moet afwijzen, maar dat er naast rationeel denken ook een diepere vorm van weten bestaat via intuïtie, innerlijke ervaring, liefde, stilte en bewustzijn.
De Heilige Geest symboliseert in deze visie een levende innerlijke kracht die de mens helpt om diepere inzichten te verwerven, liefde en waarheid als een innerlijke kracht gewaar te worden, zich te verbinden met iets groters dan het ego alleen.
Slaap speelt een belangrijke geestelijke rol, aldus Steiner. Tijdens de slaap laat de mens tijdelijk het fysieke lichaam los. In die toestand kan de ziel ontvankelijk worden voor geestelijke krachten mits iemand innerlijk open en voorbereid is. Daarom zijn innerlijke rust, eerlijkheid, bewust leven en zielszorg zo belangrijk. Wat we overdag voeden in ons bewustzijn werkt volgens hem door tijdens de nacht.
De prachtige vergelijking met bloemen maakt zijn bedoeling uiteindelijk heel eenvoudig en menselijk.
Zoals bloemen zich openen voor het zonlicht en daardoor kunnen groeien en vrucht dragen, zo kan ook het menselijke hart zich openen voor geestelijk licht, liefde en bewustzijn. De Zon staat symbool voor de geestelijke kracht die leven geeft. De vurige tongen bij Pinksteren symboliseren diezelfde kracht die de mens van binnenuit wakker maakt.
De mens is niet alleen een lichamelijk wezen, maar ook een ziel in ontwikkeling. Er bestaat een innerlijke mogelijkheid om bewuster, liefdevoller en spiritueel te ontwaken. Maar die ontwikkeling vraagt persoonlijke inzet, innerlijke openheid en een bereidheid om jezelf steeds dieper te leren kennen.
Rudolf Steiner heeft verschillende uitspraken en spreuken rond Pinksteren, de Heilige Geest en innerlijke geestelijke ontwaking. Een van de bekendste en meest passende gedachten voor Pinksteren is
“Niet in het lawaai van de wereld,
maar in de stilte van de ziel
wordt de stem van de geest gehoord.”
En een andere mooie Pinkstergedachte in de geest van Steiner is:
“De geest moet niet slechts geloofd worden,
maar innerlijk beleefd en gewekt.”
Ook deze tekst wordt vaak gebruikt in antroposofische kringen rond Pinksteren:
“Het licht van de zon leeft in de plant,
het licht van de geest leeft in de mens.”
Zijn spreuken zijn meditatief ondersteunend, versterkend, contemplatief. Op Antrovista vind je de weekspreuken, natuurspreuken enz….
Wo Sinneswissen endet,
Da stehet erst die Pforte,
Die Lebenswirklichkeiten
Dem Seelensein eröffnet,
Den Schlüssel schafft die Seele,
Wenn sie in sich erstarket
Im Kampf, den Weltenmächte
Auf ihrem eignen Grunde
Mit Menschenkräften führen,
Wenn sie durch sich vertreibt
Den Schlaf, der Wissenskräfte
An ihren Sinnesgrenzen
Mit Geistesnacht umhüllet.
* Waar zintuiglijke kennis eindigt,
Daar staat pas de poort,
Die de werkelijkheid van het leven
Voor het zielenwezen opent.
De ziel smeedt zelf de sleutel,
Wanneer zij innerlijk sterker wordt
In de strijd die wereldmachten
Op hun eigen grond
Met menselijke krachten voeren.
Wanneer zij uit zichzelf verdrijft
De slaap die de krachten van het weten
Aan de grenzen van de zintuigen
Met geestelijke nacht omhult.

Wesen reiht sich an Wesen in Raumesweiten,
Wesen folgt auf Wesen in Zeitenläufen.
Verbleibst du in Raumesweiten, im Zeitenlaufe,
So bist du, o Mensch, im Reiche der Vergänglichkeiten.
Über sie aber erhebt deine Seele sich gewaltiglich,
Wenn sie ahnend oder wissend schaut das Unvergängliche,
Jenseits der Raumesweiten, jenseits der Zeitenläufe.
*Wezen voegt zich bij wezen in de ruimten van het bestaan,
Wezen volgt op wezen in de stromen van de tijd.
Blijf je slechts in ruimte en tijd,
Dan leef je, o mens, in het rijk van het vergankelijke.
Maar daarboven verheft jouw ziel zich krachtig,
Wanneer zij vermoedend of bewust het onvergankelijke aanschouwt,
Voorbij de uitgestrektheid van ruimte, voorbij de loop van de tijd.

Laat ons dat herinneren dat ieder mens een geestelijke vonk in zich draagt, gewekt wordt door een groeiend bewustzijn in de diepte als een mens in Wording.
Een gezegend Pinksteren