In de opleiding Emotioneel Lichaamswerk werden we ook uiteraard ondergedompeld in het praktiseren van de Vijf Tibetanen.
Het idee ‘ dat gaan we hier eens met volle moed’ aanpakken, was in werkelijkheid eerder een ‘puffen en afzien’ …althans de allereerste keer. Belangrijk is om NOOIT over jouw grenzen te gaan, want je hebt niets te bewijzen. Opbouwen voor ogen houden, voelen tot waar je grenzen reiken, en gestaag, heel gestaag vanuit een groeiend bewust (er) gewaarworden leidt tot een expanderend lichaamsbewust Zijn en Voelen.
De opgave was systemisch elke dag, gedurende 30 dagen, de vijf tibetanen te integreren in ons dagelijks leven. Makkelijker gezegd dan gedaan, want in groep is dat toch weer veel fijner dan alleen. Nu denk ik daar wel anders over, maar 30 jaar geleden vond ik dat wel een opgave.
Eerst even een stukje achtergrond
Hoewel ze ‘De Vijf Tibetanen’ worden genoemd, zijn er in totaal eigenlijk zeven oefeningen. Bij de laatste twee staan ademhaling, klank en gerichte aandacht centraal, in plaats van fysieke bewegingen. Ze kunnen worden uitgevoerd tijdens een detox, of dagelijks voor de algemene gezondheid en het welzijn. eter Kelder beschreef in The Eye of Revelation oorspronkelijk vijf fysieke oefeningen. Maar in de uitgebreide editie uit 1998 (Ancient Secret of the Fountain of Youth) voegde hij twee extra rituelen toe die volgens hem óók door de monniken werden beoefend.
De reden dat ze vaak ontbreken is omdat ze subtieler werken op de ademhaling, energie en seksuele levenskracht. De meeste yogadocenten beperken zich tot de vijf klassieke rites.
De klassieke richtlijn van Peter Kelder is 21 herhalingen per oefening.
Maar… dat is het eindpunt, niet het begin.
De reeks is bedoeld als een opbouwritueel, waarbij je lichaam en energiesysteem langzaam wennen aan de bewegingen. In Tibetaanse tradities is 21 een heilig getal: 21 is de cyclus van wind (lung) in het lichaam
21 staat voor volledige energetische activatie
21 is een ritmisch getal dat balans brengt tussen inspanning en herstel
Wat zijn de Vijf Tibetaanse Riten en hoe voer je ze uit?
De Vijf Tibetaanse Riten, ook wel de “Fontein van de Jeugd” genoemd, zijn een reeks van vijf specifieke bewegingen die eeuwen geleden hun oorsprong zouden vinden in Tibetaanse kloostertradities.
Deze beoefening, die in 1939 in het Westerse boek “The Eye of Revelation” onder de aandacht werd gebracht, is een beknopt systeem van oefeningen dat lijkt op een vorm van yoga. De bewegingen zijn ontworpen om dagelijks te worden uitgevoerd om verjonging te bevorderen en de algehele vitaliteit te verhogen. De hele reeks is bedoeld als een eenvoudige routine met weinig impact die een gevoel van welzijn stimuleert.
De filosofische basis van de Vijf Tibetaanse Riten is gebaseerd op het concept van draaiende energievelden in het lichaam, die “vortexen” of “chakra’s” worden genoemd. Beoefenaars geloven dat het lichaam zeven van deze centra bevat, die overeenkomen met de endocriene klieren die veel lichaamsfuncties reguleren. De oorspronkelijke theorie suggereert dat in een staat van jeugd en gezondheid deze energiecentra snel en harmonieus met dezelfde snelheid draaien.
Veroudering of ziekte zou optreden wanneer een of meer van deze vortexen vertragen of uit balans raken, waardoor de stroom van levensenergie wordt verstoord.
Het doel van de vijf bewegingen is om de draaiing van deze centra te stimuleren en te versnellen, zodat ze weer in balans komen. Door de rotatiesnelheid en harmonie van deze energievelden te herstellen, zou de oefening hormonale onevenwichtigheden normaliseren en de energetische staat van het lichaam verbeteren.
Stapsgewijze zijn dit de volgende oefeningen
De oefening begint met het eerste ritueel, vaak de Wervelende Dervish genoemd, waarbij je rechtop staat met je armen zijwaarts gestrekt, parallel aan de vloer, met je handpalmen naar beneden. Het doel is om je lichaam langzaam met de klok mee te draaien, terwijl je je blik gericht houdt op een punt voor je om duizeligheid te minimaliseren. Houd tijdens het draaien je voeten iets uit elkaar en stop de beweging onmiddellijk als je je te gedesoriënteerd voelt.
De tweede oefening
De Schommel, voer je uit door plat op je rug te liggen, met je armen langs je zij en je handpalmen plat op de grond. Houd je benen gestrekt, adem in en til tegelijkertijd je benen op tot een hoek van 90 graden, of zo hoog mogelijk, terwijl je je hoofd optilt en je kin naar je borst brengt. Adem vervolgens uit terwijl je je hoofd en benen langzaam terug laat zakken naar de beginpositie, waarbij je ervoor zorgt dat je onderrug tijdens de hele beweging plat op de grond blijft.
De derde oefening
De Boog, begint vanuit een knielende positie met je knieën en voeten ongeveer op schouderbreedte uit elkaar, met je handen op de achterkant van je dijen, net onder je billen. Adem in en laat je hoofd zachtjes naar achteren zakken, waarbij je je ruggengraat buigt terwijl je je handpalmen op de grond drukt voor steun en je borst opent. Adem vervolgens uit terwijl je terugkeert naar de rechtopstaande positie, waarbij je tegelijkertijd je kin naar je borst brengt.
De vierde oefening
De Brug, wordt uitgevoerd vanuit een zittende positie met de benen gestrekt naar voren, voeten op schouderbreedte, en de handen op de grond naast de heupen met de vingers naar voren gericht. Adem in en til je heupen op en buig je knieën om een ’tafelblad’-positie te creëren, waarbij je romp parallel aan de vloer is en je armen en schenen verticaal staan. Je houdt deze positie even vast voordat je uitademt en terugkeert naar de zittende beginpositie.
De vijfde oefening
Begin in de houding ‘neerwaartse hond’: handpalmen stevig op de grond, armen gestrekt, stuitje omhoog, benen gestrekt en hoog op de tenen steunend. Houd je rug recht. Adem in en beweeg gecontroleerd door naar de ‘opwaartse hond’. Breng je borst naar voren tussen je armen, hol je rug en strek voorzichtig je nek. Houd je wervelkolom lang. Richt je blik zachtjes omhoog. Keer bij de uitademing terug naar de beginpositie. Dit is één herhaling. Neem na afloop van de herhalingen de herstelpositie aan. Deze oefening richt zich op het versterken en openen van de onderste twee chakra’s; deze gebieden zijn verbonden met seksuele gezondheid, relaties, ergens bij horen en gegrond zijn.
De zesde oefening:
Dit ritueel wordt staand uitgevoerd en dient op een lege maag te gebeuren. Plaats je handen in je zij, adem volledig uit en buig iets naar voren. Trek, terwijl je geen lucht in je longen hebt, de bekkenbodemspieren aan (alsof je urine ophoudt), trek je buik omhoog en naar binnen, en breng je kin naar je keel. Hiermee activeer je de energiesloten in het lichaam. Houd dit enkele seconden vast, hef de ‘sloten’ (bandha’s) op en adem vervolgens in. Ik raad aan om deze oefening rechtstreeks van een yogadocent te leren.
De zevende oefening:
Bij deze laatste oefening zit je met een rechte rug. Bepaal een positieve intentie voor je beoefening. Deze dient als volgt te worden geformuleerd:
“Ik gebied [hier de positieve intentie] op dit moment.”
Wanneer je er klaar voor bent, chant je “AUM”.
De klank “A” heeft betrekking op het eerste, tweede en derde chakra.
De klank “U” heeft betrekking op de middelste chakra’s.
De klank “M” heeft betrekking op de bovenste twee chakra’s (het punt tussen de wenkbrauwen en de kruin). Terwijl je de klank “M” chant, spreek je in gedachten de intentie uit. Bijvoorbeeld: “Ik gebied: mijn gezondheid is perfect, op dit moment.” Herhaal dit drie keer. Dit is een krachtige manier om je onderbewustzijn en onbewuste te programmeren met bewuste gedachten.
Deze oefeningen kun je dagelijks doen; ze kosten slechts 5 tot 15 minuten. Het is het beste om ze ‘s ochtends vroeg uit te voeren – op een lege maag, in een goed geventileerde ruimte en na een koele douche.
Maar: altijd en overal is beter dan helemaal niet. Pas de oefeningen altijd aan op jouw niveau. Heb je lichamelijke klachten? Doe het dan rustig aan en bouw de intensiteit van de oefeningen geleidelijk op. Zelfs het visualiseren van je lichaam in de juiste houdingen helpt je om die houdingen na verloop van tijd volledig te kunnen aannemen.
Wees je bij elke beweging bewust van je lichaam. Maak van de oefening een bewegende meditatie. Bewustzijn van lichaam en ademhaling maakt het geheel vele malen krachtiger. Regelmatige beoefening zorgt voor een dagelijkse reiniging van je energiecentraIn Tibetaanse tradities is 21 een heilig getal:
21 is de cyclus van wind (lung) in het lichaam
21 staat voor volledige energetische activatie
21 is een ritmisch getal dat balans brengt tussen inspanning en herstel
Uitvoering
De vijf Tibetanen, 21 herhalingen – YouTube
De Vijf Tibetanen – De 5 Tibetanen – YouTube
Mieke