Geplaatst op

Haiku

‘Zacht ochtendlicht werpt
schaduwen tussen
mist, ontluikt het licht.’

De ochtend hief haar sluier niet op; zij verdichtte zich. Johannes stond op de grens waar de harde straatstenen oplosten in het vormloze grijs. Om hem heen was de wereld haar scherpe contouren kwijt. De daken van de stad, die gisteren nog strak tegen de hemel sneden, waren nu slechts vage achtergebleven indrukken van de materie.

Voor een voorbijganger leek het alsof de mist de wereld lichter maakte, maar Johannes voelde de zwaarte ervan. Het was de aarde die ademde, een diepe uitademing van water en lucht die zich vermengden tot een dichte damp.

In de antroposofie leerde hij dat de natuurelementen nooit slapen; deze mist was het weefsel van de elementen, de etherische wereld die tastbaar werd.Hij trok zijn hoed dieper over zijn ogen. Niet om zich te verbergen voor de kou, maar om zijn zintuigen te sluiten voor de uiterlijke schijn.

De mist dwong hem tot inkeer. Wanneer de buitenwereld zwijgt en haar vormen verliest, wordt de mens teruggeworpen op zijn eigen innerlijke ruimte. Zijn fysieke lichaam liep door de kille dampen , maar zijn ‘Ik’ droeg zijn eigen, onzichtbaar innerlijk licht.

Om hem heen bewogen andere schimmen, zonder gezicht, losgekomen van hun dagelijkse maskers, dwalend door dezelfde drempelsfeer.

Niemand sprak een woord.
Zij waren zielen op doorreis, wezens die pendelden tussen de kosmos waaruit zij vannacht ontwaakt waren.

Johannes keek om. Achter hem vervaagde het laatste bekende gebouw. Voor hem lag het onbekende. Hij ademde de vochtige lucht diep in, voelde hoe de kosmos zich in zijn longen verbond met zijn bloed. Vormen lossen op, dacht hij, opdat ze van binnenuit opnieuw geboren kunnen worden.Met een rustige, bewuste stap trad hij verder de sluier binnen, wetend dat de zon boven de mist al weefde aan het licht van de nieuwe dag.

©Mieke