Levinas wist me tijdens de lessen filosofie in mijn graduaat Sociaal Werk heel diep te raken. Opnieuw wekt Levinas mijn belangstelling door mijn uitgebreide cursus filosofie.
Het boek’ Het menselijk gelaat’ heeft een diepe indruk gemaakt op mij alsook mede-studenten.
Het is een boek om met je hele wezen te lezen, er helemaal in te kruipen.
Ik ontdekte ook wel, zij het nog niet in de mate dat ik dat nu beter ‘begrijp’, een verband tussen het denken van Levinas en Steiner.
Ook al kwamen ze uit verschillende tradities. Levinas uit de joodse fenomenologie en ethiek en Steiner uit de geesteswetenschap en antroposofie.
Ervaren hoe het inwerken, doorwerken, verwerken, uitrijpen verloopt….dat is op zich toch wel heel wonderbaarlijk. Dat is dat zo een weg van diep doordrongen worden, dat ik daar op die laag geen woorden voor vind. Doordrongen door iets worden is gewaarworden en daar een taal voor bedenken, mij lukt dat -nog niet. Misschien moet ik dat niet eens willen.
Beiden raken de heiligheid van de ontmoeting aan.
Als je ‘Mijn Levensweg’ van Steiner leest, ontdek je dit zelf.
Levinas spreekt over het gelaat van de Ander als een morele openbaring, een openbaring van iets heiligs, een kwetsbare aanwezigheid die mij aanspreekt en mij tot verantwoordelijkheid roept. Het gelaat is geen object, maar een appèl dat zegt: ‘Wees mens voor mij.’
Steiner spreekt in zijn pedagogie over het wezen van het kind dat zich toont in zijn temperament, zijn blik, zijn beweging. Ook hij roept de opvoeder op om niet te oordelen, maar te luisteren. In zijn woorden: ‘ Het kind is een raadsel dat zich alleen laat benaderen met eerbied.’
Beide denkers vragen dus om een houding van ontvankelijkheid: niet beheersen, maar ontmoeten. Niet invullen, maar ruimte laten. Niet het ik centraal stellen, maar de Ander als bron van menswording.
Zowel Levinas als Steiner stellen dat ethiek voorafgaat aan kennis.
Bij Levinas is het de Ander die mij tot mens maakt. Bij Steiner is het de ontmoeting met het kind, de leerling, de mens in wording, die mij als opvoeder vormt. In beide gevallen is er sprake van een innerlijke omkering: ik besta niet vóór de Ander, maar door de Ander.
Voor Steiner is elk mens een geestelijk wezen een drager van een hoger Ik. Hoger Ik moet je niet begrijpen vanuit New- Age taal. Dat vraagt de welwillendheid om zijn werken te bestuderen.
Voor Levinas is het gelaat van de Ander een spoor van het oneindige.
Emmanuel Levinas werd geboren op 12 januari 1906 in Kaunas, Litouwen, in een joods gezin. Hij studeerde filosofie in Straatsburg en Freiburg, waar hij in contact kwam met de fenomenologie van Edmund Husserl en het denken van Martin Heidegger. Hoewel hij aanvankelijk bewondering had voor Heidegger, keerde hij zich later scherp tegen diens denken mede vanwege Heideggers betrokkenheid bij het nationaalsocialisme.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Levinas als Frans militair krijgsgevangen genomen. Zijn vrouw en dochter overleefden de oorlog, maar bijna zijn hele familie werd vermoord. Deze ervaring van radicale ontheemding en geweld werd een bron voor zijn filosofie: een denken dat niet begint bij het ik, maar bij de Ander.
Centraal in Levinas’ denken staat het gelaat niet als uiterlijk kenmerk, maar als een morele openbaring.
Wanneer ik de Ander ontmoet, verschijnt hij niet als object of als deel van mijn wereld, maar als een onherleidbare aanwezigheid die mij aanspreekt. Het gelaat zegt, zonder woorden:
“Gij zult niet doden.”
Deze ontmoeting is geen keuze, maar een appèl: de Ander roept mij op tot verantwoordelijkheid, nog vóór ik kan kiezen of ik wil antwoorden. In die zin is ethiek bij Levinas eerder dan vrijheid, ik ben al aangesproken, al betrokken, al verantwoordelijk.
Levinas keert zich tegen een filosofie die alles wil begrijpen, beheersen of reduceren tot het eigen denken. Hij noemt dat het totaliserende denken een denken dat de Ander opsluit in het Zelf.
Tegenover deze traditie stelt hij een ethiek van alteriteit: de Ander is radicaal anders, ongrijpbaar, en juist daarin ligt zijn waardigheid.
“Als men de Ander kon bezitten, begrijpen en kennen, zou het
de Ander niet zijn.”
In zijn hoofdwerken Totaliteit en Oneindigheid(1961) en ‘Autrement qu’être’ (1974) stelt Levinas dat ethiek de eerste filosofie is. Niet het denken, niet het zijn, maar de verantwoordelijkheid voor de Ander is het fundament van mens-zijn.
Deze ethiek is geen systeem, maar een levenshouding: een openheid, een luisterbereidheid, een bereidheid om plaats te maken voor de ander.
Levinas’ denken heeft diepe invloed gehad op theologie, zorgethiek, mensenrechten en intermenselijke relaties.
Zijn filosofie is geen abstracte theorie, maar een weg van nabijheid een uitnodiging om de ander niet te beheersen, maar te ontmoeten. In het gelaat van de Ander verschijnt iets van het oneindige, het heilige, het onvoorwaardelijke.
“God openbaart zich in het gelaat van de Ander.”
Het gelaat van de Ander is misschien wel het meest indringende en tegelijk tederste beeld in het denken van Emmanuel Levinas. Het is geen gezicht in de alledaagse zin, maar een morele openbaring een kwetsbare aanwezigheid die mij aanspreekt, nog vóór ik iets zeg of denk.
GEDICHT
** “Geen masker, geen spiegel, maar een open wond van mens-zijn” wil poëtisch tot uitdrukking brengen wat Emmanuel Levinas bedoelt met het gelaat van de Ander.
Het gelaat is niet verhuld, dus geen masker, het probeert zich niet mooier, sterker of wijzer voor te doen dan het is. Het is ook geen spiegel, dus het toont mij niet mezelf, reflecteert niet mijn gedachten of projecties, het is niet van mij.
Maar een open wond van mens-zijn… dat beeld verwijst naar de radicale kwetsbaarheid van de Ander.
Zoals Levinas schrijft, verschijnt het gelaat in zijn naaktheid en weerloosheid en juist daardoor spreekt het tot mij. Het gelaat is een soort stil schreeuwen: het zegt “raak mij niet aan”, “dood mij niet”, “zie mij”.
Door te spreken over een “wond” wordt het gelaat geen esthetisch object, maar een plek waar het leven zindert en pijn zich toont. Het is daar dat ik verantwoordelijk word. Niet omdat ik dat kies, maar omdat de Ander zich aan mij toevertrouwt in zijn openheid.
Liefs Mieke