Geplaatst op

Antroposofie als een uitnodiging belicht

Antroposofie wordt door buitenstaanders weleens gezien als een gesloten leer of zelfs als een dogma. Alsof Rudolf Steiner op alle levensvragen een definitief antwoord heeft gegeven en zijn woorden zonder meer gevolgd zouden moeten worden.

Wie zijn werk aandachtig leest, ontdekt juist het tegenovergestelde.

Antroposofie vraagt niet om blind geloof in de woorden van Rudolf Steiner. Integendeel. Steiner moedigde mensen steeds opnieuw aan om niets enkel op zijn gezag aan te nemen. Zijn voordrachten en geschriften waren nooit bedoeld als een verzameling onbetwistbare waarheden, maar als een uitnodiging om zelf op onderzoek uit te gaan.

In de geest van de antroposofie ontstaat ware kennis niet door autoriteit, maar door ervaring, waarneming en innerlijke ontwikkeling. Wat wordt aangereikt, mag een impuls zijn, een zaadje dat pas werkelijk betekenis krijgt wanneer het door het leven zelf wordt beproefd.

Dat vraagt om een open, maar ook kritische houding. Niet alles zomaar aannemen, maar ook niet bij voorbaat verwerpen.

De kunst is om te onderzoeken, te oefenen en te ervaren wat waar blijkt te zijn in het eigen leven. Steiner zag de mens immers als een vrij wezen, dat zich vanuit eigen inzicht en verantwoordelijkheid ontwikkelt. Vrijheid ontstaat niet door een leer te volgen, maar door de waarheid zelf te onderzoeken.

Daarin, ervaar ik, de blijvende waarde van de antroposofie. In het levend houden van vragen, het aanwakkeren van mijn eigen denken, voelen en handelen erop afgestemd, want pas wanneer inzichten doorleefd worden en vrucht dragen in het dagelijks leven, worden ze werkelijk eigen.

Precies daarin ligt de grootste uitdaging én de grootste schoonheid van de antroposofie, middels zijn werken en voordrachten een weg bewandelen naar zelfstandig denken. Er is geen eindpunt of een eindstation, het is een levenslange uitnodiging om wat we naar ons toekomt te toetsen in ons eigen leven.

Ik ben op dit moment ‘Beelden van evolutie’ aan het lezen, een reeks van voordrachten die Steiner heeft gehouden voor de bouwvakkers aan het Goetheanum, een cadeau van mijn jongste dochter voor mijn 68ste verjaardag. Het blijkt wederom dat Steiner geen onderscheid maakte tussen mensen, van welke klasse, geloof, geleerdheid dan ook. Hij was een mensen-mens. De voordrachten zijn ontstaan op vraag van bouwvakkers, ze droegen zelf allerlei onderwerpen aan. Een ‘goudmijn’ aan inhouden. ( de evolutie van de mens, Lemurië en Atalantis, de schepping van de wereld, fossielen en ijstijden, meteorieten en kometen, Adam Kadmon, de oermens, het verleden van de maan, vulkanisme, embryologie….’

Voor alle duidelijkheid: ik ben geen antroposoof, ik kan enkel maar erkennen dat Steiner me sinds mijn 21ste ergens toe aangezet heeft, waar ik, als ik daar vandaag naar kijk, geen enkel idee had, me zelfs niet kon voorstellen waar deze weg me naartoe zou leiden.

Door dat éne boek dat voor mijn voeten uit de bibliotheekschap viel, en dat nieuwsgierig opraapte, erin bladerde en het mee naar huis nam, was de toon gezet.

Welke toon, de ut toon, zeg maar. En waar ik nu op de ladder beweeg, is dat ergens tussen Ut ♯ en Re ♭ 😀 Een muziekkenner zal nu even lachen, maar dat is werkelijk hoe ik dat ervaar, voel en beleef en toch niet treur, want….ik blijf bewegen tussen die twee tonen, die beweging impulseren.

Sprankelende groetjes Mieke 🙏🌹