Geplaatst op

Nina en de Leeuwenpoort

Er was eens een meisje, Nina, die sinds kindsbeen af een bijzondere fascinatie had voor de natuur, voor dieren, voor sterren, voor het water…haar ouders vonden dat ze een levende fantasie had en stiekem vonden ze dit heel mooi aan haar.

Nina had altijd al het gevoel gehad dat de sterren haar iets wilden vertellen. Als kind kon ze urenlang naar de nachtelijke hemel kijken. Terwijl anderen de sterren gewoon mooi vonden, voelde Nina iets anders. Alsof er tussen al die lichtpuntjes een geheim verborgen zat dat speciaal voor haar bedoeld was.

Vooral één ster trok steeds haar aandacht. Ze wist niet waarom, maar telkens wanneer ze naar die ster keek, voelde ze zich aangetrokken, alsof er een oud verhaal in haar herinneringen werd opgewekt.

Alsof ze ergens op wachtte.

Op een avond droomde Nina van een gouden leeuw.

Hij stond midden in een donker bos voor een enorme stenen poort. Zijn ogen schitterden als sterren.

‘Kom,’ nodigde hij haar uit.

Nina wilde vragen waarheen, maar voordat ze iets kon zeggen, werd ze wakker.

Het was nog midden in de nacht.

Op haar vensterbank lag een kleine gouden veer. Nina wist zeker dat die er de avond ervoor niet lag.

Vanaf dat moment kon ze de droom niet meer vergeten.

Toen de achtste dag van de achtste maand aanbrak, wist Nina dat ze naar het Leeuwenbos moest gaan. Het was geen gevoel van ‘moeten’ als dwang, maar van een diep doordrongen weten.

Het Leeuwenbos lag aan de rand van het dorp. Niemand kwam er graag. Er gingen verhalen rond over vreemde lichten tussen de bomen, stemmen die je naam fluisterden en een oude poort die slechts één keer per jaar zichtbaar zou worden.

Nina had die verhalen altijd geloofd. Maar dit keer wist ze dat dit zelf wou ervaren. Niet van horen vertellen.

Ze trok haar mantel aan, stopte de gouden veer in haar zak en liep het bos in.

De avond was stil.

Veel stiller dan anders.

De maan scheen tussen de takken door en wierp zilveren vlekken op het pad. Hoe dieper Nina het bos in liep, hoe sterker ze het gevoel kreeg dat ze niet alleen was. De wind bewoog door de bladeren.

Nina…

Ze bleef staan.

‘Hallo?’

Geen antwoord.

Toen hoorde ze een zacht gerommel.

Niet van de hemel.

Niet van de aarde.

Het leek alsof ergens diep onder haar voeten een enorm hart begon te kloppen.

En toen zag ze het.

Tussen de bomen verscheen een gouden licht.

Nina liep ernaartoe.

Daar stond de Leeuwenpoort.

De poort was veel groter dan ze zich had voorgesteld. Eeuwenoude stenen vormden een hoge boog, bedekt met mysterieuze tekens die zacht begonnen te gloeien.

Boven op de poort stond een leeuwenkop.

Nina zette voorzichtig een stap dichterbij.

Op dat moment gingen de ogen van de leeuw open.

Ze schitterden.

En plotseling voelde Nina een rilling door haar lichaam trekken.

Het was geen angst dat ze voelde, maar een niet te verklaren herkenning.

‘Je bent terug,’ klonk een stem.

Nina keek om zich heen. Vanwaar kwam die stem, ze zag niemand om zich heen, er was niemand te zien?

En toch, nu zag ze een enorme leeuw uit het gouden licht stappen.

Zijn vacht glansde alsof er duizenden kleine sterren in verborgen zaten.

‘Wie ben jij?’ vroeg Nina.

‘Ik ben de Wachter.’

‘Van de poort?’

De leeuw knikte.

‘En jij bent Nina.’

Ze slikte even, want nu voelde ze toch wel enige spanning in haar lichaam.

‘Hoe weet jij mijn naam?’

De Wachter glimlachte.

‘De sterren kennen meer namen dan mensen denken.’

Nina keek naar de poort.

‘Is dit echt de Leeuwenpoort?’

‘Dat hangt ervan af.’

‘Waarvan?’

De Wachter keek haar recht aan.

‘Van wat je verwacht achter de poort te vinden.’

Nina dacht even na.

‘Ik wil mijn bestemming vinden.’

De leeuw schudde langzaam zijn hoofd.

‘Dan zoek je op de verkeerde plaats.’

‘Maar… waarom ben ik hier dan?’ vroeg Nina verbaasd.

De Wachter kwam dichterbij.

‘Om je te herinneren aan iets wat je allang bezit.’

‘Wat dan? Ik begrijp niet wat je bedoelt.

Zijn ogen begonnen te fonkelen.

‘Je eigen licht.’

Nina wist niet goed wat ze daarop moest zeggen.

Toch stapte ze naar voren.

Zodra haar voet de drempel raakte, veranderde alles.

De bomen verdwenen.

De aarde verdween.

Zelfs de tijd.

Nina werd omringd door een zee van blauw en violet licht.

Ze zweefde tussen sterren.

Om haar heen bewogen sterrenbeelden alsof ze leefden. Lichtpunten vormden nieuwe patronen en verdwenen weer. Ver weg hoorde ze een zachte melodie, alsof het universum zelf aan het zingen was.

‘Waar ben ik?’ fluisterde ze.

‘Tussen wat je kent en wat je nog niet durft te dromen,’ antwoordde de Wachter.

Voor Nina verscheen een groot, kristalhelder meer.

‘Kijk’ sprak de Wachter.

Ze keek in het water.

Maar ze zag niet haar eigen gezicht.

Ze zag zichzelf op verschillende momenten in haar leven.

Het kleine meisje dat naar de sterren keek.

Het meisje dat bang was om anders te zijn.

De momenten waarop ze haar dromen had weggestopt.

De keren waarop ze had gezwegen terwijl ze eigenlijk iets wilde zeggen.

Maar ze zag ook iets anders.

Een Nina die moediger was.

Vrijer.

Een Nina die haar eigen keuzes durfde te maken.

Nina keek op.

‘Wie is zij?’ vroeg Nina onzeker.

‘Dat ben jij’, lachte de Wachter.

‘Maar ik ben nog niet zo zo, zover.’ antwoordde Nina wat verlegen.

‘Misschien niet,’ zei de Wachter. ‘Maar zij leeft al in jou.’

Nina keek opnieuw naar het water.

Ze begreep opeens dat haar kracht niet ergens buiten haar lag.

Ze hoefde niet iemand anders te worden.

Ze hoefde zichzelf alleen niet langer klein te houden.

Een spontane glimlach verscheen op haar gezicht. En op hetzelfde moment lichtte het water op. Een magisch betoverend moment dat samenviel tussen het water en Nina.

Een klein blauw-sierlijk sterretje steeg uit het water omhoog.

Het vloog naar Nina toe en veranderde in een gouden lichtpunt in haar hand.

Rustig liep de Wachter verder.

‘Er is nog iets dat je moet ontvangen.’ ging de Wachter enthousiast verder.

Ze kwamen bij een enorme grote boom, die in de verste verte niet leek op de bomen die ze kende.

Aan iedere tak hingen kleine lichtjes. Ontelbare kleurrijke fonkelende lichtjes. Niet oogverblindend. De lichtjes waren zachtjes, kleurrijk, niet schreeuwend.

‘Wat stellen die prachtige lichtjes voor’, vroeg Nina nieuwsgieriger dan ze al was?

‘Dat zijn Herinneringen’, antwoordde de Wachter.

‘Van wie? Van mij alleen? Dat lijkt me toch wel onwaarschijnlijk.’ opperde Nina.

‘Van iedereen die ooit zijn licht heeft durven volgen.’ antwoordde de Wachter en haalde iets tevoorschijn.

Een klein stervormig amulet, dat hij in Nina’s hand legde.

Het voelde warm.

De Wachter kon haar gedachten lezen en voegde eraan toe dat deze amulet haar liet herinneren niet bang te zijn voor haar eigen licht.

Het amulet begon zacht te gloeien. Er viel een heilige stilte tussen de Wachter en haar.

Nina richtte haar blik naar omhoog.

Tussen de duizenden sterren verscheen een nieuwe.

Haar ster. Tranen welden op en liet ze vrijuit stromen.

De Wachter voegde eraan toe dat iedereen een licht draagt. Het vraagt enkel bereid te zijn om het licht, dat van binnenuit straalt, te erkennen. Nina knikte woordloos haar hoofd, haar ene hand op haar hart en haar andere hand naar de hemel gericht.

Toen Nina terugkeerde, was het alsof ze slechts enkele minuten weg was geweest.

Maar in haar hart voelde het alsof ze jaren had geleefd.

Ze stapte door de Leeuwenpoort.

De bomen van het bos stonden weer om haar heen.

De maan scheen tussen de bomen.

De wind bewoog zacht door de bladeren.

Alles was hetzelfde. En toch was alles anders.

Nina keek naar haar handen.

Het stervormige amulet dat zachtjes gloeide, hing om haar hals.

Vanaf die dag begon Nina anders te leven.

Ze stopte met wachten tot iemand haar vertelde wat ze moest doen.

Ze durfde haar dromen serieus te nemen.

En wanneer mensen in het dorp verdrietig, bang of verdwaald waren, luisterde ze naar hen.

Ze gaf niet altijd antwoorden maar stelde alleen de juiste vraag.

En meestal was dat genoeg.

Langzaam begonnen de mensen haar de droom-ster te noemen

omdat ze anderen eraan herinnerde dat ze zelf de antwoorden op hun vragen konden vinden. Hun innerlijk licht konden terugvinden.

Jaren gingen voorbij.

Nina bleef schrijven.

Ze maakte sterrenkaarten, verzamelde oude verhalen en schreef alles op wat ze tijdens haar reizen leerde.

Elk jaar, op de achtste dag van de achtste maand, keerde ze terug naar het Leeuwenbos.

Op een avond, vele jaren na haar eerste bezoek, stond ze weer voor de Leeuwenpoort.

De Wachter was er, alsof hij haar stond op te wachten.

‘Je bent terug,’ sprak hij hartelijk.

Nina glimlachte en antwoordde met een knipoog dat ze dat had beloofd.

Met verwondering keek de Wachter keek naar het amulet om haar hals.

Het straalde feller dan ooit.

Toen draaide hij zich om.

Achter hem verscheen een tweede poort.

Verbaasd keek ze naar de tweede poort en stelde vast dat die er de vorige keer niet was.

Verwonderd vroeg ze waar deze tweede poort naartoe leidde.

‘Dat hangt ervan af’, antwoordde de Wachter glimlachend en wat mysterieus.

‘Hm, dat is nu wel abracadabra, waarvan hangt het af?’ en denkt lichtjes vermaakt in zichzelf ‘daar heb je hem weer met zijn mysterieuze antwoorden.’

‘Van wie je inmiddels bent geworden, ‘ was het antwoord van de Wachter

Nina voelde haar hart sneller kloppen.

Zwijgzaam keek ze naar de nieuwe poort, alsof ze de trilling van deze poort helemaal in zich opnam en even kort haar ogen sloot.’

Achter de stenen zag ze geen bos.

Geen sterren.

Geen bekende wereld.

Alleen een eindeloos gouden licht.

Ze dacht aan alles wat ze had geleerd.

Aan alles wat ze had verloren.

Aan alles wat ze nog niet kende.

Toen haalde ze diep adem.

En stapte naar voren.

Want Nina had inmiddels iets belangrijks geleerd: een poort verschijnt niet altijd om je ergens naartoe te brengen, maar laat je zien en ervaren dat je klaar bent voor de volgende versie van jezelf.

Boven het Leeuwenbos begon haar oude ster helderder te stralen.

Alsof het Multiversum haar een knipoog gaf.

De reis was nog maar net begonnen. De reis was oneindig, wist Nina. De reis door ontelbare poorten, waar de belangrijkste poort de poort van het hart is. De Leeuwenpoort is uiteindelijk geen poort naar een andere wereld. Het is een poort naar jezelf.

Uit ‘Magische verhalen’ © 2024 Mieke – herwerkte versie