Geplaatst op

Beschouwing over denken- zelfstandig denken

De filosofie van de vrijheid

De weg van overgenomen gedachten naar zelfstandig denken

We leven in een merkwaardige tijd.

Nooit eerder hadden we toegang tot zoveel kennis. Met een paar aanrakingen kunnen we lezen wat anderen denken, luisteren naar deskundigen aan de andere kant van de wereld en binnen enkele seconden een antwoord krijgen op vrijwel iedere vraag.

En toch betekent toegang tot meer informatie niet automatisch dat we vrijer denken.

Misschien is zelfs het tegenovergestelde aan de hand….want hoe meer stemmen er voortdurend tot ons spreken, hoe belangrijker het wordt om te ontdekken welke stem er spreekt van binnenuit tot mezelf?

Dat is geen eenvoudige vraag.

We worden vanaf onze vroegste jeugd gevormd door anderen. We leren onze taal van anderen. We nemen gewoonten over. We ontwikkelen waarden binnen een bepaalde cultuur. We worden beïnvloed door onze ouders, leraren, vrienden, boeken, nieuwsmedia en tegenwoordig door sociale-mediaplatforms en algoritmen.

Een groot deel van ons innerlijke leven is ons aanvankelijk aangereikt.

Maar volwassen worden betekent niet alleen ouder worden. Ouder worden betekent niet noodzakelijk volwassen worden of volwassen Zijn.

Het betekent de vaardigheden te ontwikkelen om te onderscheiden wat van buitenaf in ons is gekomen én wat we ons werkelijk eigen hebben gemaakt.

Daar ligt een belangrijke sleutel tot het zelfstandige denken.

Rudolf Steiner heeft in De filosofie van de vrijheid een vraag centraal gesteld die vandaag misschien relevanter is dan ooit namelijk: Wanneer is een mens werkelijk vrij?

Vrijheid betekent volgens deze gedachte niet simpelweg dat niemand ons tegenhoudt.

Je kunt immers uiterlijk volkomen vrij zijn en toch innerlijk gestuurd worden door angst, door begeerte, door gewoonten, door groepsdruk, door verwachtingen, door de behoefte erbij te horen, door de mening van anderen en zelfs door gedachten waarvan je denkt dat ze van jezelf zijn.

Steiner zoekt vrijheid daarom niet in de eerste plaats buiten de mens, maar in de ontwikkeling van diens innerlijke activiteit.

Een mens wordt vrijer naarmate hij bewuster leert denken en handelen wat niet betekent dat hij zich losmaakt van de wereld, maar omdat hij leert om zelf een verhouding tot de wereld te vormen. Daar ligt een subtiel verschil.

Het kleine kind leeft aanvankelijk sterk vanuit nabootsing. Het kijkt naar de wereld en neemt haar op.

Het leert hoe mensen spreken, bewegen, reageren en met elkaar omgaan. Het kind vraagt zich niet voortdurend af of iets filosofisch verantwoord is. Het vertrouwt op zijn omgeving en vormt zich daaraan. Het is een natuurlijke fase van de menselijke ontwikkeling.

Maar als volwassene kunnen we niet blijven leven vanuit uitsluitend nabootsing. Toch gebeurt dat vaak. We nemen politieke overtuigingen over. We nemen ideeën over gezondheid over.

We nemen beelden over van wat succes betekent.

We nemen ideeën over over relaties, geld, opvoeding, schoonheid en geluk.

En vervolgens noemen we deze overtuigingen als ‘onze mening’.

Maar is het werkelijk onze mening? Of is het een verzameling gedachten die wij onderweg hebben verzameld?

De vraag is niet of we beïnvloed zijn want hoe je het draait of keert worden we allemaal beïnvloed.

Wat we doen met wat was ons beïnvloedt of beïnvloed heeft is uitnodigend om daar stil bij te staan.

De eerste stap naar vrijheid waarnemen en bewust worden.

Zelfstandig denken begint daarom niet met een mening.

Het begint met bewustwording.

Je merkt ineens bij jezelf op, als je zelfonderzoekvragen stelt, dat je dit of dat gelooft, maar eigenlijk niet weet ‘waarom’.

Dat kan een ongemakkelijk moment zijn.

Misschien heb je jarenlang iets als vanzelfsprekend beschouwd. Omdat je ouders het zo zagen. Omdat je omgeving het zo zag. Omdat iedereen het zo doet.

En dan komt de eenvoudige vraag: ‘Waarom?’

De tijd dat ik onder andere gedrags-en cultuurwetenschappen gaf aan mijn leerlingen in Humane Wetenschappen, stelde ik heel vaak de vraag hoe ze bij een gedachte kwamen, hoe ze zich een beeld en een mening hadden gevormd over alleenstaande vrouwen. Onderzoeksvragen stellen hoorde bij het leerplan en daar maakte ik gretig gebruik van om de leefwereld van mijn leerlingen beter te leren kennen. De spontane antwoorden waren van ‘ zielige vrouwen’ tot ‘ onvermogen om een relatie te hebben.’

Wat toen interessant was om te beluisteren vanwaar hun uitspraken, meningen vandaan kwamen was dit overwegend: ‘ Ja mijn ouders vinden dat alleenstaande vrouwen zielige vrouwen.’ Ik was notabene zelf ettelijke jaren een alleenstaande moeder met vier opgroeiende kinderen en vroeg hen welk beeld ze van mij hadden. Leerlingen wisten niet dat ik alleenstaand was, dus ik was heel benieuwd. Enkelen vermoedden dat ik alleenstaand was, legden meteen de link en anderen reageerden meteen, ja, je bent een toffe, met jou kunnen we praten, met jou kunnen we lachen want je hebt veel humor…’

Glimlachend vroeg ik hen of het beeld van alleenstaand en zielig nog wel klopte, want ook ik was een alleenstaande vrouw en moeder….Met grote verbaasde ogen keken mijn leerlingen me aan, ik zag hen denken en nadenken, zoekend naar woorden. ‘Neen, mevrouw, wij vinden jou helemaal niet zielig’, daar waren ze het unaniem mee eens.

De opdracht was om onderzoeksvragen op te stellen rond een thema wat hen na aan het hart lag en na die opdracht een interview af te nemen met enkele mensen uit hun omgeving. De resultaten waren verbluffend, positief.

Jong geleerd is oud gedaan.

Dat kleine woord kan een enorme innerlijke beweging veroorzaken.

Waarom denk ik dit?

Waarom reageer ik zo?

Waar komt deze overtuiging vandaan?

Wat heb ik zelf waargenomen?

Wat heb ik slechts gehoord?

Wat weet ik werkelijk?

Wat neem ik aan?

Wat zou ik moeten ontdekken om mijn huidige mening te herzien?

Daar begint het ontwaken van het eigen oordeel.

Waarnemen is nog geen begrijpen, dat vraagt iets van jou om te begrijpen.

Steiner maakt een belangrijk onderscheid tussen wat wij waarnemen en wat wij daarover denken. Dat onderscheid is in onze tijd buitengewoon belangrijk.

We zien een filmpje, lezen een koptitel in een dagblad, horen een uitspraak. We krijgen een grafiek te zien. En vrijwel onmiddellijk vormen we een oordeel.

Maar wat hebben we eigenlijk waargenomen?

En wat hebben we er zelf aan toegevoegd? Een voorbeeld uit het dagelijks leven, kijk maar eens hoe het in real life werkt. Iemand vertelt jou iets over een gemeenschappelijke kennis. Je vertelt het daags nadien of wat later aan iemand anders. Diegene vertelt het verder. Als je zou verifiëren wat er van dit verhaal uit de eerste hand nog overblijft, wat eraan toegevoegd is, je zou nog eens vreemd kunnen opkijken.

Zo’n oefeningen deden we dus ook met mijn leerlingen en in het vormingswerk. Het was zo helder als bronwater dat van wat we horen, dénken te horen en te begrijpen én interpreteren/herinterpreteren, nog maar weinig overblijft.

Denken is niet alleen informatie verwerken. Denken kan een activiteit worden die we bewust leren beoefenen.

Wanneer je alleen maar herhaalt wat je hebt gehoord, ben je nog niet werkelijk zelfstandig aan het denken.

Wanneer je een gedachte onderzoekt, verbanden legt, tegenargumenten overweegt en probeert tot een eigen inzicht te komen, wordt je denken actief.

Je wordt niet alleen ontvanger. Je wordt deelnemer. Dat is een belangrijk verschil.

Een algoritme kan informatie voor je selecteren. Een zoekmachine kan antwoorden aanbieden. Een deskundige kan je vertellen wat je zou moeten denken

Maar geen van deze dingen kan de verantwoordelijkheid voor jouw innerlijke oordeel van je overnemen.

Sterker nog: juist in een tijd waarin machines steeds meer voor ons kunnen formuleren, wordt het belangrijker dat wij leren zelf te oordelen.

Maar jouw vrijheid begint waar jij niet meer automatisch accepteert wat het systeem je aanreikt.

Het grootste gevaar voor zelfstandig denken is misschien niet onwetendheid. Het is ‘gemak’. Het is heerlijk wanneer iemand anders het al voor jou heeft uitgezocht. Of een influencer je vertelt wat je moet kopen, of een algoritme bepaalt wat je interessant zult vinden, Het is handig en makkelijk, je hoeft je verder niet in te spannen om het eerst te onderzoeken.

Het is net het actief onderzoeken wat vormend is.

Wie nooit zelf probeert een gedachte op te bouwen, ontwikkelt het vermogen daartoe minder sterk. Net zoals een spier sterker wordt door gebruik, wordt ook het denken gevormd door oefening.

Een mens kan buitengewoon intelligent zijn en toch niet zelfstandig denken. Hij kan veel feiten kennen. Veel boeken gelezen hebben.

Een indrukwekkend vocabulaire hebben. Een hoge opleiding hebben.

Maar toch voornamelijk denken binnen de grenzen van wat zijn omgeving hem heeft aangereikt. Merk je het verschil? Zelfstandig denken is niet hetzelfde als veel weten. Het is het vermogen om bewust en kritisch onderzoekend met kennis om te gaan.

“Dit weet ik.”

“Dit vermoed ik.”

“Dit heb ik van iemand anders aangenomen.”

“Dit heb ik zelf onderzocht.”

“Hier twijfel ik nog aan.”

Het is intellectuele eerlijkheid.

De moed om je eigen overtuiging te onderzoeken, ook dàt.

Er bestaat een merkwaardige paradox.

We denken graag dat zelfstandig denken betekent dat we onze eigen overtuigingen verdedigen.

Werkelijk zelfstandig denken vraagt juist dat we bereid zijn onze eigen overtuigingen te onderzoeken.

Want als mijn mening belangrijker wordt dan de waarheid, ben ik niet vrij. Dan ben ik gehecht geraakt aan mijn eigen standpunt.

Vrijheid vraagt de bereidheid om mijn mening te veranderen wanneer mijn inzicht verandert. Dat is moeilijk (er), omdat dit vaak verbonden is met onze identiteit.

Denken en voelen zijn geen vijanden!

Zelfstandig denken betekent overigens niet dat we onze gevoelens moeten uitschakelen.

Integendeel.

Gevoelens vertellen ons iets. Angst vertelt ons iets. Woede vertelt ons iets. En enthousiasme vertelt ons iets.

Maar een gevoel is nog geen oordeel. Ik kan boos zijn en toch ongelijk hebben. Ik kan bang zijn en toch veilig zijn.

Ik kan enthousiast zijn en toch een verkeerde conclusie trekken.

Het volwassen worden van het innerlijke leven betekent daarom niet dat we gevoelens onderdrukken, maar dat we leren ze te onderscheiden van onze oordelen.

Daar komt het denken opnieuw in beeld.

Het kan afstand scheppen. Het kan onderzoeken. Het kan ordenen.

Het kan luisteren naar gevoel zonder er blind door geregeerd te worden.

Van denken naar intuïtie

Intuïtie is geen willekeurige ingeving of een mystiek gevoel als ‘ ik weet gewoon dat het zo is.’ Soms is het wensdenken, dat iets zo is of zou zijn, maar in werkelijkheid een verlangen is. In consulten hoor ik dat vaker, wat dan achteraf gezien wel wordt herkend als een hoopvolle gedachte.

Maar als een vorm van innerlijk inzicht waarbij een mens steeds bewuster leert handelen vanuit een doorzien van wat hij doet.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Je kunt dit dagelijks oefenen.

Wanneer je iets hoort waar je sterk op reageert, probeer dan niet onmiddellijk een mening te vormen.

Neem even afstand.

1. Wat heb ik werkelijk waargenomen?

Scheid de feiten van de interpretatie.

2. Wat voel ik hierbij?

Erken je emotionele reactie zonder haar meteen tot waarheid te verheffen.

3. Wat denk ik hierover?

Formuleer je eigen gedachte.

4. Waar komt die gedachte vandaan?

Heb je haar zelf ontwikkeld, of heb je haar ergens overgenomen?

5. Welke andere verklaring is mogelijk?

Dwing jezelf om minstens één alternatief perspectief serieus te overwegen.

6. Wat weet ik nog niet?

Dit is misschien de krachtigste vraag van allemaal.

7. Kan ik mijn oordeel veranderen?

Als het antwoord ja is, blijft je denken beweeglijk.

Van mening naar inzicht

Een mening kan worden overgenomen.

Een inzicht moet worden ontwikkeld.

Een mening zegt:

“Dit is wat ik denk.”

Een inzicht vraagt:

“Ik heb onderzocht waarom ik dit denk.”

Een mening zoekt soms bevestiging.

Een inzicht verwerf je via onderzoek.

Een mening kan luidkeels verkondigd worden. Een inzicht rijpt in stilte uit. En dat is precies wat we in een wereld waar zoveel meningen gevormd worden, opnieuw mogen cultiveren.

Stilte. Niet omdat we niets te zeggen hebben, maar omdat we eerst willen luisteren naar wat er werkelijk in onszelf ontstaat.

De vrijheid om zelf te denken

De weg van zelfstandig denken is geen weg van afzondering.

We hebben anderen nodig. We hebben voorbeelden, inspirators nodig. We hebben wetenschappers nodig. We hebben filosofen nodig. We hebben kunstenaars nodig. We hebben tradities nodig.

We hebben gesprekken nodig.

Maar uiteindelijk moeten we wat we ontvangen zelf verwerken.

Dat is de beweging van volwassen worden.

Van nabootsen naar onderscheiden.

Van ontvangen naar onderzoeken.

Van herhalen naar begrijpen.

Van afhankelijkheid naar innerlijke zelfstandigheid.

En uiteindelijk misschien van denken wat anderen denken naar zelf leren denken. Het is een oefenweg.

Een weg waarop je steeds opnieuw bereid bent te vragen:

Waarom geloof ik dit?

Wat weet ik werkelijk?

Wat heb ik slechts aangenomen?

Wat vertelt mijn gevoel mij?

Wat laat mijn denken mij zien?

En vanuit welk inzicht wil ik handelen?

Daar begint een diepere vorm van vrijheid.

Niet de vrijheid om zomaar alles te geloven. Niet de vrijheid om iedereen tegen te spreken. Maar de vrijheid om je eigen oordeel stap voor stap bewust te vormen.

In een wereld die steeds harder voor ons probeert te denken, wordt dat misschien wel een van de belangrijkste menselijke vermogens.

Lees.

Luister.

Observeer.

Vraag.

Denk.

Onderzoek.

Durf te twijfelen.

Durf te veranderen.

Intellectuele vrijheid begint niet wanneer niemand meer invloed op ons heeft. Ze begint wanneer we ons bewust worden van die invloeden en leren er vrij mee om te gaan.

En misschien kunnen we dan, in de geest van Steiner, een stap zetten van het eenvoudigweg hebben van gedachten naar het werkelijk bewust voortbrengen van gedachten.

Daar, in die levende activiteit van het denken, begint de weg naar de vrijheid.

Zelfstandig denken ontstaat niet alleen door erover te lezen.

Het vraagt oefening.

Net zoals een muzikant zijn instrument oefent en een sporter zijn lichaam ontwikkelt, kan ook het innerlijke leven worden geoefend. In het werk van Rudolf Steiner vinden we verschillende aanwijzingen voor zo’n ontwikkeling van aandacht, denken, zelfkennis en innerlijke vrijheid.

Het doel is niet om een bepaald wereldbeeld aan te nemen.

Het doel is juist om bewuster en zelfstandiger te leren waarnemen, denken en handelen.

Liefs Mieke 🙏🌹💚