‘Zijn moeder had maar één oog. Hij had echt een hekel aan haar, omdat hij altijd voor schut stond door haar uiterlijk. Ze werkte sinds jaren als schoonmaakster op de school waar hij zat.
Op een dag kwam ze de klas binnen en vroeg aan zijn leraar of hij wel zijn best deed in de les. Hij schaamde zich dood. Hoe durfde ze de klas binnen te komen??? Hij deed alsof hij haar niet kende en keek haar aan met haat in zijn ogen.
Een dag later begon een klasgenoot hem te pesten en in een mum van tijd werd hij door meerdere klasgenoten uitgelachen, gepest. De leraar trad bestraffend op, maar er werd verder niet dieper in op ingegaan.
” Hahahaha, jouw moeder heeft maar één oog”, riepen de kinderen op de speelplaats.
Op die momenten voelde hij zich wanhopig en trok zich steeds meer terug. Hij voelde zich helemaal alleen en eenzaam en wenste zijn moeder dood.
Toen hij thuis kwam begon hij boos te schreeuwen: ” Val dood, door jou word ik op school gepest met je lelijke gezicht.”
Ze zei helemaal niks terug. Geen één seconde had hij nagedacht over hoe ze zich voelde door zijn harde woorden.
Op school deed hij zijn uiterste best en had besloten om ver uit de buurt te gaan studeren. Ver weg van alles. Nadat hij zijn diploma had behaald ontmoette hij een meisje met wie hij trouwde en drie kinderen kreeg.
Hij was heel gelukkig met zijn vrouw en kinderen. Tot op een dag zijn moeder aanbelde. Via via was ze te weten gekomen waar haar zoon en zijn gezin woonde. Eén van zijn kinderen deed de deur open en was geschrokken van zijn moeders uiterlijk.
Het was ongeveer 15 jaar geleden dat hij haar niet had gezien en gesproken. Hij was enorm boos dat ze aanbelde en stuurde haar meteen weg met de woorden: “Wat kom je hier doen? Mijn kinderen worden bang van je ga weg.”
Heel zachtjes mompelde ze,,, Sorry ” en liep langzaam met gebogen hoofd de straat uit.
Maanden later werd hij op een dag wakker uit zijn slaap midden, in de nacht.
Hij droomde over zijn moeder en besloot om naar zijn geboortedorp terug te keren om te te kijken hoe het met zijn moeder ging.
Hij belde aan… de deur bleef dicht. De buurvrouw zag hem aan de deur staan en kwam naar buiten.
Ze vroeg hem wie hij was, want ze had hem niet herkend na al die jaren. Zij vertelde hem dat zijn moeder overleden was en dat ze een brief had achtergelaten.
Er stond het volgende in de brief:
“Mijn lieve zoon . Zolang heb ik aan jou moeten denken. Zolang heb ik jou moeten missen. Zolang heb ik zitten huilen, omdat jij niet bij me was en omdat ik je nodig had. Ik was al die tijd eenzaam en werd maar zieker en zieker.
Het spijt me dat jij door mij werd gepest toen je nog op school zat. Het spijt me dat je door mij elke keer voor schut stond als jouw vrienden wisten dat ik jouw moeder was. Het spijt me dat ik naar je huis ben gekomen en dat jouw kinderen bang werden door mijn uiterlijk.
Één ding moet je nog weten, wat jij nog niet weet
.
Toen jij drie jaar was hebben jij en je vader een auto-ongeluk gehad. Je vader is bij het ongeluk overleden en jij had je rechter oog verloren.
En ik, als moeder, kon het niet hebben dat jij met één oog zou opgroeien. Daarom had ik jou mijn oog gegeven. Ik was zo blij dat de operatie gelukt was. Ik was zo blij en trots dat jij met mijn oog de wereld kon zien. Met veel liefde voor jou mijn zoon. Jouw moeder die altijd van je heeft gehouden.”

Vanuit de antroposofie kun je bij dit verhaal vragen stellen die verder gaan dan alleen schuld, spijt en vergeving. Je kunt bijvoorbeeld kijken naar karma, reïncarnatie, de levensloop, de betekenis van het lichaam en de ontmoeting tussen mensen.
* Over karma en levensloop
– Welke betekenis zou deze ontmoeting tussen moeder en zoon vanuit een antroposofisch perspectief kunnen hebben?
– Zou je kunnen spreken van een karmische relatie tussen moeder en zoon? Wat zou dat kunnen betekenen?
– Welke levenslessen zouden zowel de moeder als de zoon uit deze moeilijke relatie kunnen hebben meegenomen?
– Kun je zeggen dat bepaalde ontmoetingen in het leven niet toevallig zijn?
* Over het oog
Het oog krijgt in dit verhaal een heel bijzondere betekenis.
– Welke symbolische betekenis heeft het oog binnen de antroposofie?
– Wat betekent het dat de zoon letterlijk de wereld door het oog van zijn moeder heeft gezien?
– Kun je het oog zien als een beeld voor de manier waarop iemand naar de wereld en naar andere mensen kijkt?
– Wat zou de tegenstelling kunnen betekenen tussen het uiterlijk van de moeder en de liefde die achter haar uiterlijk verborgen zit?
* Over oordeel en uiterlijk
– Waarom hecht de zoon zoveel waarde aan het uiterlijk van zijn moeder?
– Wat zegt het verhaal over de neiging van mensen om anderen te beoordelen op hun uiterlijke verschijning?
– Hoe zou antroposofie kijken naar de ontwikkeling van de mens van oordeel naar begrip en mededogen?
-Is de grootste “blindheid” in het verhaal misschien niet lichamelijk, maar innerlijk?
* Over ontwikkeling van de mens
– Welke ontwikkeling maakt de zoon door van zijn jeugd tot het moment waarop hij ontdekt wat zijn moeder voor hem heeft gedaan?
– Wat kan er gebeuren wanneer iemand pas veel later de ware betekenis van gebeurtenissen uit zijn jeugd begrijpt?
– Welke rol spelen schuldgevoel, berouw en vergeving in de persoonlijke ontwikkeling?
– Kan een pijnlijke ervaring uiteindelijk bijdragen aan de ontwikkeling van het bewustzijn?
Wat kan dit verhaal ons leren over karma, menselijke ontwikkeling en de manier waarop we door liefde en opoffering met elkaar verbonden zijn?
Het oog is niet alleen een zintuig om de buitenwereld waar te nemen, maar ook een beeld van het innerlijke bewustzijn. Het verbindt de mens met de zichtbare wereld én weerspiegelt zijn vermogen om waarheid, schoonheid en geestelijke werkelijkheid waar te nemen. Hoe bewuster de mens kijkt, hoe meer hij achter het uiterlijk kan leren herkennen dat zien een innerlijke activiteit is.
De zoon had letterlijk het oog van zijn moeder gekregen, maar moest uiteindelijk leren om met zijn eigen innerlijke blik naar zijn moeder te kijken. Dat kun je vanuit de antroposofie heel mooi verbinden met de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn.
Vanuit de antroposofie zou je het oog als innerlijke activiteit niet zozeer trainen in “beter kijken”, maar in leren waarnemen met aandacht, eerbied en innerlijke rust.
Het kind leert dan niet alleen wat het ziet, maar ook hoe het kijkt.
Dat wij hierin een belangrijke voorbeeldfunctie in hebben ervaar ik als mijn waarheid en beleving. We kunnen onszelf niet (langer) buiten beeld brengen/houden.
* Vertragen: geef een kind tijd om werkelijk naar een bloem, dier, gezicht of landschap te kijken, zonder meteen uitleg te geven.
* Beschrijven vóór verklaren: vraag: “Wat zie je precies?” in plaats van meteen te vertellen wat iets is. Zo wordt het eigen waarnemingsvermogen wakker.
* Aandachtig tekenen: laat kinderen een plant, voorwerp of landschap tekenen vanuit directe waarneming. Niet het “idee” van een bloem tekenen, maar werkelijk kijken naar vorm, beweging en kleur.
* De natuur beleven: regelmatig buiten zijn en veranderingen door de seizoenen volgen. Het kind leert subtiele verschillen in licht, kleur, groei en vorm herkennen.
* Stilte en verwondering: momenten creëren waarin niet alles benoemd of verklaard hoeft te worden. Verwondering kan een vorm van innerlijk kijken worden.
* Het voorbeeld van de opvoeder: een kind merkt hoe een volwassene kijkt. Een rustige, belangstellende en niet-oordelende blik werkt zelf opvoedend.
* Van uiterlijk naar innerlijk: later kan je vragen: “Wat doet dit met je?” of “Welke stemming ervaar je wanneer je hiernaar kijkt?” Zo wordt uiterlijke waarneming verbonden met innerlijke beleving.
We voeden niet alleen het oog, maar de mens die door het oog naar de wereld kijkt.
Daarbij is het belangrijk om kinderen niet te vroeg van wat ze zien iets op te leggen. Juist het eigen, onbevangen waarnemen kan de basis vormen voor een later zelfstandig innerlijk oordeel.
Fijne Zondag, Mieke