De laatste tijd blijf ik een beetje haken aan een heel gewoon woord: mogen. Het is zo’n woord waar je normaal gesproken moeiteloos overheen leest. We gebruiken het voortdurend, zonder erbij stil te staan. “Dat mag je vinden.” “Je mag gelukkig zijn.” “Je mag jezelf zijn.” “Je mag trots zijn.” Allemaal vriendelijk bedoeld. Soms zelfs liefdevol. En toch ben ik me gaan afvragen wat er eigenlijk gebeurt wanneer ik dat woord gebruik.
Neem een eenvoudig gesprek. Iemand zegt tegen mij: “Ik vind dat je een verschrikkelijke muzieksmaak hebt.” Ik antwoord: “Dat mag je vinden.”
Een heel beschaafd antwoord, zou je zeggen. Ik ga niet in discussie, ik respecteer haar/zijn mening.
Maar als ik er langer over nadenk, klinkt het ineens een beetje merkwaardig. Dat mag je vinden. Alsof ik degene ben die toestemming verleent. Alsof ik zeg: vooruit dan maar, ik geef je toestemming om dat te vinden.
Terwijl die ander helemaal geen toestemming van mij nodig heeft om iets te vinden. Ik heb daar helemaal niets over te zeggen. Hij/zij vindt mijn muzieksmaak ronduit verschrikkelijk. Punt.
En daar begint voor mij de paradox.
We gebruiken het woord ‘mogen’ vaak juist wanneer we vrijheid willen uitdrukken, terwijl er tegelijkertijd een klein beetje macht in verborgen zit.
“Je mag jezelf zijn.” Het klinkt prachtig, maar wie ben ik om jou toestemming te geven om jezelf te zijn?
“Je mag gelukkig zijn.” Wie heeft mij tot scheidsrechter van jouw geluk gemaakt?
“Je mag verdrietig zijn.” Alsof verdriet eerst langs een loket moet om goedgekeurd te worden.
We zijn gewend geraakt aan toestemming. Te vragen en te krijgen ( of niet).
Van jongs af aan leren we: dit mag wel, dat mag niet. Je mag buiten spelen. Je mag opstaan. Je mag praten. Je mag iets pakken. Je mag niet liegen. Je mag niet schreeuwen. Langzaam leren we de regels van het samenleven. En ergens onderweg gebeurt er iets merkwaardigs: de buitenwereld verhuist naar binnen.
We nemen de toestemminggever met ons mee, heel vaak onbewust.
En opeens vraag ik mezelf af: mag ik dit wel voelen? Mag ik boos zijn? Mag ik gelukkig zijn terwijl iemand anders verdriet heeft? Mag ik nee zeggen? Mag ik anders denken? Mag ik trots zijn op mezelf? Mag ik veranderen? Mag ik gewoon niets doen? Mag ik iets vinden?
Het lijkt alsof er ergens in mij een klein loket is geopend waar ik voor iedere emotie, gedachte en levenskeuze een vergunning moet aanvragen. Het kan wel wat lachwekkend of zelfs als muggenzifterij overkomen, maar als we eens stilstaan in gesprekken, in wat er wordt geschreven en hoe er wordt gereageerd op elkaar, vanuit welke impuls een reactie ontstaat?
En dan is er nog een ander woord dat ik minstens zo interessant vind: moeten. Ik moet gelukkig zijn. Ik moet positief denken. Ik moet gezond leven. Ik moet mijn best doen. Ik moet sterk zijn. Ik moet er voor anderen zijn. Merkwaardig eigenlijk: eerst moet ik van alles, en vervolgens mag ik gelukkig zijn als ik het allemaal goed heb gedaan.
We maken een vaak heel merkwaardige combinatie van ‘moeten’ en ‘mogen’.
Ik moet voldoen aan allerlei verwachtingen en daarna mag ik mezelf zijn.
Ik moet succesvol zijn en daarna mag ik trots zijn.
Ik moet sterk zijn en daarna mag ik rusten.
Ik moet goed voor iedereen zorgen en daarna mag ik voor mezelf zorgen.
Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat mogen uit ons denken moet worden geschrapt.
Integendeel.
Het kan juist een prachtig woord zijn wanneer het over respect en grenzen gaat.
Als iemand mij vraagt: “Mag ik binnenkomen?”, respecteert diegene mijn grens. Daar heeft mogen een duidelijke functie.
Het probleem ontstaat pas wanneer we het gebruiken voor dingen waarvoor helemaal geen toestemming nodig zou moeten zijn.
Ik hoef bijvoorbeeld niet te mogen voelen wat ik voel. Hoe vaak gebeurt het niet dat we er ook nog eens ‘sorry’ aan toevoegen?
Sorry dat ik het niet met je eens ben….Geen probleem, je mag dat anders voelen, anders denken. Maar de vraag van waaruit het anders voelen en denken ontstaat, wordt niet gesteld. Je mag dat maar ik heb toch gelijk.
Dat brengt me ook terug bij het voorbeeld van muzieksmaak. Misschien is “Dat mag je vinden” eigenlijk een heel veilige manier om een discussie te beëindigen.
En dat is soms prima.
Maar ik zou ook kunnen zeggen: “Dat is jouw mening. Ik ervaar het anders.” Dan geef ik de ander geen toestemming en hoef ik hem ook niet te overtuigen, je kunt dan wel de ruimte nemen om ervaringen te delen.
Ik laat iemands mening gewoon bestaan en dat is eigenlijk veel interessanter. Dat is respect. Dat is een vaardigheid die we toch nog kunnen verder cultiveren.
Jij bent vrij om anders te denken dan ik.
Niet omdat ik het goedkeur, toesta maar omdat jouw innerlijke wereld niet die van mij is en omgekeerd, onze belevingswereld is gewoon anders, niet beter, niet slechter, maar gewoon anders.
Daar ontstaat voor mij nog een andere paradox. We zeggen vaak dat we mensen moeten accepteren. Ook dat klinkt mooi. Maar zelfs daarin zit soms iets merkwaardigs, iets niet zo écht kloppend in werkelijkheid.
Als ik zeg: “Ik accepteer jou zoals je bent”, kan daar onbewust nog steeds een klein beetje boven iemand staan in zitten. Alsof ik degene ben die beslist of jij acceptabel bent.
Erkenning ervaar ik als een zuiverder woord. Want ik hoef jou niet goed- of af te keuren, ik hoef jou niet toe te staan te bestaan ( want je bent er, je bestaat), Ik kan eenvoudig erkennen: jij bent zoals je bent, jij denkt zoals je denkt, jij voelt wat je voelt. En ik ben zoals ik ben. Boeiend en tegelijk een flinke uitdaging om waarachtig het anders Zijn van de Ander te erkennen, te eerbiedigen.
Ook al vind je er van alles over en van alles van. Zolang er ruimte is om elkaar écht te zien, écht te ont-moeten, ontstaat iets anders.
Daarmee verdwijnt niet automatisch het conflict. Ik kan je mening verschrikkelijk vinden. Ik kan je gedrag afkeuren. Ik kan zelfs besluiten dat ik niet langer met je wil en kan omgaan. Grenzen zijn ook onderdeel van vrijheid.
Hoe langer ik erover nadenk en ook merk dat ik ‘mogen’ veelvuldig hoor en lees en daarin een diversiteit van onderstromen ( wat dan niet altijd of soms verbloemd) waarneem, hoe fijngevoeliger mijn manier van denken wordt. Het gaat dus niet over gelijk hebben, want dat is niet de insteek.
In gesprekken, in opvoeding, in relaties, zelfs in mijn eigen hoofd. “Je mag trots zijn.” “Je mag genieten.” “Je mag gelukkig zijn.” En iedere keer denk ik tegenwoordig even: wacht eens… wie geeft hier eigenlijk toestemming? Is dat de groef van een platenspeler die in zo’n momenten blijft hangen? Is of zijn dat verinnerlijkte stemmetjes die met momenten levendig verschijnen?
Uiteraard is de context waarin ‘mogen’ en ‘dat mag je…vinden’ belangrijk, het is de ondertoon van waaruit soms subtiel ‘machtsposities’ uitgespeeld worden, zichzelf te beschermen tegen een al te grote kwetsbaarheid…
Misschien herken je enkele voorbeelden uit jouw leven en wat dit in jou mogelijks kan opwekken….
Je mag dat denken/voelen/
maar je denkt/voelt/ dat helemaal verkeerd.
Je mag jezelf zijn
maar niet té vreemd.
Je mag gelukkig zijn
maar niet op een manier die anderen ongemakkelijk maakt.
Je mag succesvol zijn
maar niet arrogant worden.
Je mag verdrietig zijn
maar niet te lang.
Je mag anders zijn
zolang je anders-zijn voor ons herkenbaar en acceptabel blijft
Mieke