Gisteren keken mijn partner en ik naar ‘Meltdown: In the Shadow of Nepal’s Lost Glaciers’, een documentaire uit 2003. Een oude documentaire dus, over de gletsjers in de Himalaya en de veranderingen die daar toen al zichtbaar waren. (Netflix)

We weten hoeveel er sindsdien over klimaatverandering is gezegd, geschreven én gediscussieerd. Je zou bijna ‘vergeten’ dat sommigen waarschuwingen niet nieuw zijn, dit liet ons deze documentaire zien.
In 1985 vonden toen al gletsjermeeruitbarstigen bij Dig Tsho. Het meer brak door nadat een ijslawine in het meer terechtkwam; de vloedgolf vernielde onder meer een waterkrachtcentrale, 14 bruggen en landbouwgrond. Getuigenissen van toen doen hun verhaal. Het is dus niet uit de lucht gegrepen.
“Hoewel GLOF-gebeurtenissen al tientallen jaren in Nepal voorkomen, heeft de uitbarsting van het gletsjermeer Dig Cho in 1985 aanleiding gegeven tot gedetailleerd onderzoek naar dit fenomeen. In 1996 meldde het Water and Energy Commission Secretariat (WECS) van Nepal dat vijf meren potentieel gevaarlijk waren, namelijk Dig Tsho, Imja, Lower Barun, Tsho Rolpa en Thulagi, die alle boven de 4100 meter liggen. Een studie uit 2001 van ICIMOD en UNEP meldde 20 potentieel gevaarlijke meren in Nepal. In tien daarvan hebben zich in de afgelopen jaren GLOF-gebeurtenissen voorgedaan en sommige zijn na de gebeurtenis aan het herstellen. Mogelijk bevinden zich ook gevaarlijke gletsjermeren in delen van Tibet die worden afgewaterd door rivieren die Nepal binnenstromen, waardoor de kans bestaat dat uitbarstingen in Tibet stroomafwaarts schade in Nepal veroorzaken. Het stroomgebied van de Gandaki-rivier bevat naar verluidt 1025 gletsjers en 338 meren. [bronvermelding nodig]
De Thulagi-gletsjer, gelegen in het stroomgebied van de bovenloop van de Marsyangdi-rivier, is een van de twee door morenen afgedamde meren (supraglaciaal meren) die als potentieel gevaarlijk worden beschouwd. De Kreditanstalt für Wiederaufbau in Frankfurt am Main en het BGR (Federaal Instituut voor Geowetenschappen en Natuurlijke Hulpbronnen, Duitsland), in samenwerking met de afdeling Hydrologie en Meteorologie in Kathmandu, hebben onderzoek gedaan naar de Thulagi-gletsjer en concludeerden in 2011 dat zelfs in het ergste geval een rampzalige doorbraak van het meer in de nabije toekomst kan worden uitgesloten. [13]
Recente verwoestende overstromingen door het doorbreken van gletsjermeren in Nepal zijn onder andere de Thame-overstroming van 2024 [14] en met name de overstromingen in Nepal in 2026, waarbij honderden mensen om het leven kwamen. [15]” Wikipedia
En er zit nog een belangrijker punt achter. Nepal is niet alleen blootgesteld aan dit soort natuurrampen, het heeft ook beperkte middelen om zulke risico’s te monitoren, te voorspellen en zich ertegen te beschermen.
In deze documentaire volgen we een VN-expeditie die onderzoekt wat er in de Himalaya gebeurt. Gletsjers trekken zich terug, smeltwater verzamelt zich in steeds grotere gletsjermeren en natuurlijke dammen van ijs en puin houden enorme hoeveelheden water tegen. Als zo’n natuurlijke dam bezwijkt, kan een enorme hoeveelheid water, stenen en modder zich in korte tijd door een dal verplaatsen.
Dat zijn geen theoretische processen. In de Himalaya zijn zulke overstromingen al eerder gebeurd.
We leven in een tijd waarin je over bijna ieder onderwerp onmiddellijk berichten kunt vinden die elkaar tegenspreken. Een grafiek hier, een filmpje daar. De ene persoon zegt dat iets overduidelijk is bewezen, de andere maakt hetzelfde onderwerp belachelijk. En voor je het weet, ben je niet meer aan het kijken of onderzoeken, maar ben je vooral bezig met het verdedigen van wat je al dacht.
Informatie wordt gedeeld en verder gedeeld, maar wie onderzoekt dan eigenlijk de informatie die wordt gedeeld? Dat maakt toch deel uit van ‘kritisch’ denken en nadenken en trachten te begrijpen.
Ik vraag me ook af wat de werkelijke reden is waarom ‘wetenschappelijk’ onderzoek snel afgeserveerd wordt? Zijn wij als mens niet een tikkeltje hoogmoedig geworden, dat we zomaar wat doen wat in ons eigen belang is, en niet geneigd zijn om ook daar bij stil te staan?
Wat wisten de onderzoekers in 2003 en nog veel eerder?
Welke veranderingen konden ze toen al meten?
Welke verwachtingen hebben ze uitgesproken?
Wat is daarvan later bevestigd?
En wat bleek ingewikkelder te zijn dan men toen dacht?
Dat laatste vind ik belangrijk. Want achteraf is het verleidelijk om een oude documentaire te bekijken en te zeggen: zie je wel, ze wisten het toen al.
Wetenschap is geen voorspelling die je achteraf simpelweg als goed of fout kunt afvinken. Gletsjers reageren op meerdere factoren. Temperatuur speelt een belangrijke rol, maar ook sneeuwval, neerslag, ijsdynamiek, hoogte, terrein en andere natuurlijke processen. Een afzonderlijke overstroming kun je daarom niet automatisch aan één oorzaak toeschrijven.
Want als we alles reduceren tot een eenvoudig verhaal, verliezen we misschien precies datgene wat we nodig hebben om het werkelijk te begrijpen.
Ondertussen verandert de werkelijkheid wel.
Ook vandaag worden in de Himalaya gletsjers en gletsjermeren nauwlettend gevolgd vanwege de risico’s die samenhangen met ijsverlies, instabiele meren en plotselinge overstromingen.
Het bijzondere is dat er juist nu, in augustus 2026, opnieuw een zeer ernstige ramp heeft plaatsgevonden in het gebied van de Nepalese en Tibetaanse Himalaya. Een enorme ijs- en rotslawine veroorzaakte daar een verwoestende overstroming en er ontstond opnieuw een meer dat extra risico’s opleverde. Wetenschappers onderzoeken nog precies hoe de gebeurtenissen zich hebben ontwikkeld en welke factoren een rol speelden.
Ik vind het bijna ongemakkelijk om dat naast een documentaire uit 2003 te leggen en niet omdat daarmee automatisch bewezen is dat iedere waarschuwing uit die documentaire letterlijk is uitgekomen. Maar het was overduidelijk in deze documentaire.
We waren stil en stonden perplex dat na al die jaren al waarschuwingen werden gegeven en vroegen ons af: wat is hiermee gedaan? Want echt als je die docu bekijkt, dan kun je niet anders dan onthutst zijn. Verbaasd. En dit gaat ook over ons.
We krijgen in ons eigen leven voortdurend signalen. Soms kleine. Iets waarvan we weten dat het niet goed gaat. Een gewoonte waarvan we weten dat ze ons niet helpt.
Zolang er niets dramatisch gebeurt, kunnen we het gemakkelijk naast ons neerleggen.
Misschien werkt dat op grotere schaal ook zo???
Een waarschuwing voelt pas echt dringend wanneer ze een gezicht krijgt. Wanneer een landschap verandert. Wanneer een dorp wordt weggevaagd. Wanneer mensen hun huis verliezen. Wanneer iets wat ver weg leek ineens dichtbij komt.
Hoe meer ik na het bekijken van Meltdown over Nepal verder las, hoe meer ik besefte dat Nepal eigenlijk maar één voorbeeld is van een veel groter verhaal.
Er zijn meer landen waar mensen dagelijks leven met een risico dat voor ons soms bijna onvoorstelbaar lijkt. Ons leven gaat door, we voelen ons veilig, en we denken in het moment ‘ wat een ramp’ en zoals ik gisteren al schreef harde commentaren, smileys, of gewoonweg doen alsof het niet raakt tot ‘ we kunnen daar niets aan doen, ik heb al genoeg met mijn leven’. Het mist toch iets heel menselijk, diepmenselijk…Het Ik- en het Wij vraagt niet dat wij iets oplossen, maar ook het menselijke oprecht met elkaar delen. Als het ergens niet goed gaat op de wereld, dan kan het eigenlijk evenmin goed gaan met onszelf.
Bangladesh bijvoorbeeld. Een laaggelegen land, sterk afhankelijk van rivieren en de zee, waar overstromingen en cyclonen geen uitzonderlijke gebeurtenissen zijn, maar steeds terugkerende risico’s. Tegelijkertijd heeft Bangladesh de afgelopen decennia ook laten zien dat kwetsbaarheid niet hetzelfde is als machteloosheid. Er zijn bijvoorbeeld schuilplaatsen, waarschuwingssystemen en programma’s ontwikkeld om gemeenschappen beter voor te bereiden.
Wanneer we spreken over kwetsbare landen, moeten we oppassen dat we niet automatisch denken aan landen die niets kunnen.
Kwetsbaarheid betekent niet dat mensen daar niets weten of niets ondernemen.
Het betekent vaak dat de omstandigheden moeilijker zijn en dat de middelen beperkter zijn.
Een land met veel geld kan investeren in satellieten, meetstations, vroegtijdige waarschuwingssystemen, stevige infrastructuur, onderzoek en gespecialiseerde reddingsteams.
Een land met minder middelen moet soms keuzes maken tussen basisvoorzieningen die vandaag al dringend nodig zijn en investeringen die misschien pas over jaren hun waarde bewijzen.
Een natuurramp houdt geen rekening met landsgrenzen of met het inkomen van de mensen die beneden in een dal wonen, maar de gevolgen van die ramp worden wél mede bepaald door de samenleving waarin die mensen leven.
Hoeveel mensen sterven, hoeveel huizen verdwijnen en hoe snel een gemeenschap zich kan herstellen, heeft ook te maken met waarschuwingssystemen, infrastructuur, gezondheidszorg, financiële reserves en de mogelijkheid om mensen op tijd te evacueren.
Hetzelfde geldt voor de Himalaya.
Een instabiel gletsjermeer is een natuurkundig verschijnsel. Maar of mensen het meer voortdurend kunnen monitoren, of er een betrouwbaar alarmsysteem is, of wegen toegankelijk blijven en of hulpdiensten snel kunnen worden ingezet, is iets anders.
Een ramp ontstaat niet alleen door wat de natuur doet.
De schade ontstaat ook uit de wisselwerking tussen een gevaar en de kwetsbaarheid van de mensen die ermee te maken krijgen.
En die kwetsbaarheid is niet overal hetzelfde.
Dat zie je bij kleine eilandstaten misschien nog duidelijker. Veel van deze landen hebben weinig land, zijn geografisch afgelegen en hebben een beperkte economische basis. Tegelijkertijd zijn ze sterk blootgesteld aan cyclonen, overstromingen, droogte, kusterosie en zeespiegelstijging. De VN en het IPCC benadrukken dat juist beperkte financiële middelen, technologie, infrastructuur en menselijke capaciteit de mogelijkheden om zich aan te passen kunnen beperken.
Maar ook daar geldt dat kwetsbaar niet moet begrepen worden als hulpeloos.
Er zijn gemeenschappen die zich juist heel actief aanpassen. Mensen ontwikkelen lokale kennis, leren elkaar waarschuwen, bouwen schuilplaatsen, passen landbouw aan en zoeken naar manieren om hun omgeving weerbaarder te maken.
Veiligheid is niet overal vanzelfsprekend. De VN benadrukt inderdaad dat klimaatrisico’s niet iedereen gelijk treffen en dat vooral armere landen en kleine eilandstaten vaak met grotere beperkingen in financiële en technische capaciteit kampen.
Ik wil documentaires volgen om een andere kijk op te krijgen Na te denken omdat het een toegevoegde waarde heeft om niet zomaar dingen aan te nemen vanuit een radicaal zwart/wit denken.
Tot slot nog aan toevoegen dat een aardbeving, overstroming, gletsjerdoorbraak of cycloon heeft niet overal dezelfde gevolgen. De ene samenleving heeft satellieten, sensoren, waarschuwingssystemen, stevige infrastructuur, verzekeringen en goed uitgeruste hulpdiensten. Een andere samenleving heeft misschien dezelfde waarschuwing, maar veel minder mogelijkheden om er iets mee te doen.
Steiner heeft een duidelijk beeld geschetst in één van zijn boeken ‘Natuurrampen en techniek” en ‘Liefde voor de wereld’.
Ik denk aan Rudolf Steiner, die in zijn boek ‘Liefde voor de wereld’ een diepgaande visie deelt. Hij beschouwde liefde niet alleen als een gevoel tussen mensen, maar als iets wat ons juist met de wereld verbindt. In een van zijn voordrachten noemt hij liefde zelfs de “morele zon van de wereld”.
Als het ergens niet goed gaat op de wereld, dan kan het eigenlijk evenmin helemaal goed gaan met onszelf. Niet in die zin dat we persoonlijk verantwoordelijk zijn voor iedere ramp die zich ergens afspeelt, dat we niet alles kunnen oplossen, maar dat onverschilligheid raakt.
Wanneer mensen ergens geen schoon water hebben, wanneer een dorp door een overstroming wordt weggevaagd, wanneer mensen hun huis en hun bestaanszekerheid verliezen, dan is dat niet alleen een probleem van “die mensen daar”.
Het vertelt ook iets over de wereld waarvan wij allemaal deel uitmaken. Betrokkenheid betekent niet dat we de problemen of lasten op onze schouders moeten overnemen of dragen. Terwijl er wel ruimschoots teksten worden geschreven over elkaar dragen.
En de vraag te stellen of ons af te vragen wat het met ons doet wanneer het ergens op de wereld niet goed gaat?
Word ik alleen maar bang? Word ik boos?
Wil ik het ontkennen omdat het te ongemakkelijk is?
Kan ik het verdriet of de kwetsbaarheid toelaten?
Liefde voor de wereld voelt niet voor mezelf aan als dat ik de wereld moet redden, maar wel besef dat ik deel uitmaak van de wereld. Ook al gebeurt iets aan de andere kant van de wereld.
Want uiteindelijk leven we niet naast de wereld.
We leven erin. In dit bewust Worden dat we daarin elkaar kunnen dragen wat verder gaat dan zich gedragen willen voelen…Het Ik verschuift naar Wij als we in staat zijn onszelf te dragen. Ik denk dat we dan pas ook dat diepe oprechte medeleven kunnen gewaarworden, wat elders gebeurt, te dragen.
Mieke ![]()