De laatste Nieuwe Maan van het jaar onthult een intense positie, op wat sommigen een ‘kritieke’ of anaretische graad zouden noemen, namelijk 28 graden Boogschutter.
Hoewel deze graad een voorbode is van een nieuw hoofdstuk, duidt hij ook op urgentie, crisis of een krachtige impuls om snel te rijpen en de lessen van het teken waarin hij zich bevindt te integreren.
In Boogschutter is de haast om de lessen van groei, expansie en spirituele wijsheid te absorberen en in de praktijk te brengen. Het komt precies op het juiste moment, aan het einde van een bewogen jaar vol talloze veranderingen.
Dus, wat hebben we werkelijk geleerd?
En nog belangrijker, hoe kunnen we deze ervaringen als opstap naar verdere groei, in de praktijk brengen? Hoe kunnen we kennis vertalen naar concrete ervaringen en onze zuurverdiende inzichten toepassen op de reis van het leven zelf?
Dit zijn diepgaande vragen, maar volkomen passend bij deze Nieuwe Maan. Groei en actief betrokken zijn is noodzakelijk, doe je iets vanuit de buitenkant en verinnerlijk dat niet in je hele wezen, dan heeft wat je doet geen tot heel weinig impact. Dit is altijd een waarschuwing bij de energie van Boogschutter: overdaad en van het ene naar het andere rennen leiden alleen maar tot versnippering.
Het hollen van de ene naar de andere cursus of workshop, geen tijd voor nemen om de ervaringen te laten inwerken, of er doordrongen in te worden, geeft vaak een kortstondig gevoel , het geluk hét gevonden te hebben. Daarna volgt dan meestal de ontgoocheling, toch niet dàt gevonden te hebben waarvan gedacht werd: ‘ Dat is hét. Nu ben ik er bijna’. Tot je ontdekt, dat groei een gestage lineaire weg van worden is. Je hoeft nergens aan te komen, dan waar je staat, in elk moment. Dat daar ook kleine terugval momenten in zijn, is heel menselijk en resoneert in het lineaire wordingsproces.
Alles samenbrengen en de losse eindjes aan elkaar knopen leidt op de lange termijn tot een completer, helderder en groter geheel.
De planeten staan ons gunstig gezind. Geregeerd door Jupiter in Kreeft, in een driehoek met Saturnus in Vissen, is er een belofte van een duurzame basis, als we bereid zijn om er bewust in aanwezig te zijn en daar ook in te investeren.
De driehoek tussen Jupiter en Neptunus benadrukt het diep spirituele aspect van deze Nieuwe Maan. Boogschutter staat al bekend als de Wijze Leraar; in zijn meest ontwikkelde vorm begeleidt dit teken anderen naar persoonlijke groei en spirituele ontwikkelingsweg.
De uitnodiging is nu om groots te dromen, te streven naar goddelijke wijsheid en erop te vertrouwen dat alles op zijn plaats zal vallen. Boogschutter wordt immers niet voor niets ‘Gods lievelingskind’ genoemd. Op hun voeten landen is voor hen een tweede natuur, waardoor ze gedurfde risico’s durven te nemen.
Welke risico’s zouden we de komende maanden kunnen nemen? Hoe kunnen we de toekomst in eigen handen nemen, wetende dat alles zich zal ontvouwen zoals het hoort? Hoe kunnen we authentieker leven volgens onze waarheid?
Opnieuw spoort de cruciale graad van deze Nieuwe Maan ons aan tot een ‘versnelde’ groei van geloof, hoop, waarheidsvinding en expansie. Als de impuls opkomt om onze spullen te pakken en een vlucht te boeken, moeten we luisteren naar het verlangen van onze ziel. Als een sprong in het diepe, een nieuwe onderneming of een studie ons roept, laten we daar dan gehoor aan geven.
Gematigdheid is natuurlijk essentieel, hoewel die vanzelfsprekend voortkomt uit de verbinding van Jupiter met Saturnus.
Ook Venus ondersteunt deze Nieuwe Maan. Op slechts enkele graden van een perfecte conjunctie met de Hemellichamen, siert dit archetype van schoonheid, plezier en overvloed deze maanfase met haar welwillende vrijgevigheid – een andere eigenschap die centraal staat in Boogschutter. Wanneer we haar verleidelijke lied van verlangen volgen, openen zich ons pad en onze bestemming wijd. Er is geen limiet aan wat we kunnen ervaren.
Terwijl Mars door Steenbok trekt, word je uitgenodigd om de rauwe energie van ambitie en structuur die deze conjunctie belichaamt, te benutten. Dit is niet zomaar een tijd voor dromen; het is een kans om de handen uit de mouwen te steken en je aspiraties om te zetten in tastbare realiteit.
Stel je de gedisciplineerde bergbeklimmer voor, die elke weloverwogen stap met intentie en focus zet, en zo een pad omhoog baant ondanks de harde wind van twijfel en afleiding. Deze hemelse dans roept je op om je innerlijke strateeg te ontketenen, je doelen hoog te stellen maar je plannen te verankeren in concrete stappen.
De energie is voelbaar: gebruik haar om de obstakels op je pad te overwinnen en je relatie met doorzettingsvermogen te herdefiniëren. In deze fase wordt helderheid je kompas, dat je door de mist van onzekerheid leidt naar je authentieke doelen.
Concreet spoort Mars in Steenbok je aan om je te verdiepen in de structuren om je heen – of het nu gaat om je carrière, relaties of persoonlijke ontwikkeling.
Beschouw dit als een wake-up call om te evalueren wat je groei bevordert en wat deze belemmert. Het archetype van de wijze architect moedigt je aan een solide fundament te leggen voor je ambities. Welke tools heb je tot je beschikking? Hoe kun je tegenslagen omzetten in springplanken? Kijk even terug naar je interne en externe hulpbronnen, werkinstrumenten je bij een eerdere tegenslag hanteerde.
Nu is het moment om de angst voor falen opzij te zetten en een veerkrachtige mindset te omarmen. Jouw acties, hoe klein ook, zijn de penseelstreken op het doek van je leven; gebruik ze wijs om een meesterwerk te creëren dat je ware essentie weerspiegelt.
Deze focus op praktische toepassing stelt je niet alleen in staat je doelen na te streven, maar ook om de helderheid en richting te vinden die je door de stormen die voor je liggen zullen leiden.
Twee bijzondere boeken geschreven door Mieke Mosmuller
Na het boek ‘Singulariteit’ ( uitgegeven in 2019) te hebben herlezen, herlees ik het vervolg ‘Posthumanisme’. (2020)
Zoals dat met antroposofische boeken iets meer vraagt aan geduld is het herlezen van de inhoud een dieper omvormen en omwerken. Ondanks de dialogen van deze boeken heel levend en begrijpelijk beschreven worden, zijn er lagen in verwerkt, die een ander soort begrijpen, een andere manier van denken, onvermijdelijk, opwekt.
En dat andere denken, ja, dat vraagt het actief opnemen van de inhoud, niet als een ja-knikken en doorslikken, maar werkelijk ervan doordrongen worden. In deze beweging voel ik heel kleine opstapjes, die ook wel mijn eigen worsteling in het gewone, alledaagse denken laat zien. Het niet afstoten zonder meer, omdat ongekend onbemind maakt, laat ons als mens zien, hoe ons denken door onze opvoeding en socialisatieprocessen is ‘gevormd’. Of mag ik zeggen het ‘eenzijdig’ op het materialistische denken is gestoeld, en liefst nog ‘wetenschappelijk’ te bewijzen.
Dat beperkende denken, wat veel mensen een houvast geeft, ontspruit aan iets anders. Dat wetenschappelijk te bewijzen, begin er maar aan. Breng het in cijfers, in grafieken, in modellen, en je komt erachter dat dit een beeld is wat zelden strookt met de werkelijkheid.
Dus wat Mieke schrijft, helderder kan ze het al niet aanbrengen; Ik voel daar zeer zeker iets anders bij, dan het voor of tegen iets zijn. Dat iets is een uitnodiging tot vrij denken, zelf-staand- denken, niet om haar na te praten, of na te bootsen, maar wel een opmaat tot zuiver duiken. Als we al zo’n gewaarwording kunnen beleven, een glimp van het zuiver te denken bij iemand waar te nemen, dat is toch wel een geschenk.
Want zuiver denken…al zijn daar heel veel meningen en visies over, dat moet eigenlijk een streven zijn, daar moet je wel die liefde voor het zuiver denken van binnen kunnen voelen, al is de weg ernaartoe een kwestie van moed niet af te dwalen en mee te varen met alles wat de weg ernaartoe afhoudt.
Met diep respect citeer ik de volgende woorden als een soort van aanspreken voor je begint te lezen. Het lezen van het eerste boek is wat ik aanraad, omdat het tweede volgt, verder bouwt op het eerste.
‘In mijn boek ‘Singulariteit’ heb ik een poging gedaan om de actuele toekomstvisie op de mens vanuit de Artificial Intelligence te weerspiegelen met de visie op de mens zoals we die kunnen hebben vanuit de anthroposofie, die niet voor niets die naam draagt: wijsheid van de mens., of een wijs mensbeeld.
Aan het slot van het boek vaan de vrienden die dit thema hebben besproken uiteen en spreken af om enkele maanden later opnieuw samen te komen om een concreet toekomstbeeld van de menselijke ontwikkeling te ontplooien, dat uitgaat van de soevereiniteit van de geest.
Dit huidige boek ‘Posthumanisme’ is het verslag van die samenkomst van dertien vrienden in het hooggebergte. Het is een gecomprimeerde beschrijving van de mensheidsontwikkeling op aarde geworden, beschreven vanuit de tijd van het vroege Lemurië tot aan het eind van het Na-Atlantische tijdperk.
Makkelijk te lezen zal het niet zijn, ik reken op de activiteit in het meedenken en vooral voorstellen bij de geëngageerde lezer(s). Zonder die activiteit kan het niet anders zijn dan een merkwaardige opeenstapeling van feiten in het verleden en toekomst.
Brengt de lezer het daarentegen op om met het actieve voorstellen mee te denken en te imagineren, dan verschijnt een onbegrensd rijke toekomst voor de innerlijke blik.
Daarbij zal het posthumanisme van de singulariteit verbleken tot een levenloos onding.
Als in de mens ingeboren de waarheidszin leeft, waarin ik het vaste vertrouwen heb, dan moet daarin de vreugdevolle herkenning van dit toekomstbeeld oplichten.
Het enige wat ertegen kan spreken is de onwil, in alle mogelijke vormen, van geen zin hebben tot regelrechte weerzin.’
Mieke Mosmuller
Achterflap boek: ‘ De transhumanisten zijn niet bereid zich te verdiepen in de zin en de betekenis van het fysieke lichaam op zich. Ze willen er eenvoudigweg van af, nadat ze daaruit gedistilleerd hebben wat voor hen het belangrijkste is: een algoritme op basis van informatica, dat ook een zekere creativiteit bevat, zoals we die in het game kennen.
Met die creativiteit moet je dan genoegen nemen, verder ontwikkeld uiteraard. Met de ongekende rekencapaciteit als ondergrond voor de intelligentie moet je dan gelukkig zijn. De toekomstige machinemensen, die nog iets heel anders zullen zijn dan de robots, zullen dan de plaats van de biologische mens innemen.’
Wanneer je deze inzichten meditatief opneemt, dan vind je het tegenbeeld daarvan en kom je min of meer vanzelf bij de stap in de mensheidsontwikkeling dat hier de ‘wederhelft’ van is en die nog in een verre toekomst ligt.’
In de vorm van voordrachten en gesprekken wordt in dit boek deze ‘wederhelft’ van het trans- en posthumanisme geschilderd. Het is een spirituele toekomstvisie, geen science fiction.
Mieke Mosmuller (1951- Amsterdam) studeerde geneeskunde in Amsterdam en heeft meer dan dertig jaar ervaring als praktiserend arts. Sinds 1994 is zij naast haar beroep als arts auteur van romans en spiritueel-filosofische boeken. Zij schrijf inmiddels meer dan 57 boeken. Een deel van haar werken zijn vertaald in het Duits, Engels, Deens en Frans.
De Engel van Dankbaarheid straalt zacht licht uit haar vleugels
Zwaar en donker, alsof de wolken zich samentrekken in een dreigende sfeer is er de Engel van Angst.
De Engel van Dankbaarheid had zo pas haar blik laten vallen op de Aarde, zag hoe groot het worstelen was van velen, het verdriet om het leed berokkend onder mensen door mensen vooral met macht, raakte haar diep. ‘Wat moet ik hiermee, als Engel van Dankbaarheid, al het donkere en duistere met een gevoel van Dankbaarheid te benaderen.’? ‘Dat kan geen mens ontvangen, dat achter de duisternis en de donkerte, een geschenk ligt.’
Nadenkend over wat ze had gezien, zag ze wat verderop de Engel van Angst tevoorschijn treden. Aarzelend bewoog de Engel van Dankbaarheid naar de Engel van Angst, opende haar vleugels-armen en sprak ze de woorden ‘Kom, laat mij jou omarmen, want in jouw schaduw kan ik het geschenk zien.’
Maar Angst kon niet antwoorden. Zijn hart was gesloten, zijn donkere naar beneden hangende vleugels trilden. Hij voelde de warmte van haar licht, maar durfde niet dichterbij te komen. ‘Ik kan niet,’ fluisterde hij, ‘ want als ik jou ontvang, verlies ik mijn macht en controle. Ik ben hier om te waarschuwen, niet om te vieren.’
Dankbaarheid knielde langzaam neer en legde haar hand op haar hart. ‘Je hoeft niets te verliezen,’ zei ze zacht. ‘ Wanneer je mij ontvangt, wordt jouw waakzaamheid een zegen. Jij toont waar jouw angst is, en ik kan je helpen hoe je angst om te ontvangen helend kan inwerken.’
Maar Angst bleef staan, gevangen in zijn eigen energie. Hij kon niet van harte ontvangen, en daarom kon hij geen dankbaarheid tonen. Zijn vleugels bleven donker, zijn blik bleef naar beneden gericht.
En toch — in het moment van die ontmoeting werd iets anders opgewekt. Want hoewel Angst niet kon antwoorden, bleef Dankbaarheid aanwezig. Haar licht omhulde hem zonder dwang, zonder verwachting. En heel even, in een flits, voelde Angst dat hij niet alleen was. Er was nog een derde Engel aanwezig, dat kon hij voelen, maar nog niet helder waarnemen. Hij werd het zich wel gewaar.
Hij keerde zich om en verdween weer terug naar zijn schaduw. Dankbaarheid bleef achter, haar vleugels nog steeds stralend. ‘Op een dag,’ fluisterde ze, ‘zal hij terugkeren. En dan zal hij weten dat zelfs zijn donkerte een plaats heeft in het grote geheel.’
Op een gegeven moment keek De Engel van Angst zijn schaduw. aan. Zijn vleugels waren alsnog zwaar, donker, als wolken die de zon bedekken. Hij droeg de energie van terughoudendheid, van wat als…? en ik durf niet…. Hij wilde beschermen, maar zijn bescherming was vaak een gevangenis. Maar toch voelde hij een derde aanwezigheid, nog sterker dan de vorige keer.
Haar vleugels waren licht als de dageraad, in tinten van zacht roze en zilverblauw. De Engel van Hoop trad naar voor.
Hoop keek naar Angst en sprak: “k zie jouw schaduw, maar ik zie ook de weg die daarachter ligt. Jij bent niet het einde, jij bent de poort.’
Angst hief zijn hoofd voor een fractie op, verrast door haar woorden. Hij voelde dat er iets mogelijk was, iets dat verder ging dan zijn eigen verharding.
‘Hoop opent de deur,’ sprak ze bemoedigend ,’ maar ik ben de stap die volgt. Vertrouwen. Ik ben het weten dat je gedragen wordt, zelfs als je niet alles begrijpt. Ik ben de adem die fluistert : ‘ Omarm je schaduw, maar laat ook het licht erop schijnen, zodat jij het midden vindt.’
Dankbaarheid had het gebeuren met een glimlach waargenomen, want zij wist dat haar licht nu een bondgenoot – Hoop- had gevonden. Angst voelde de zachte kracht van Hoop als een uitnodiging. Hij wist dat er een weg was, al kon hij het geschenk nog niet volledig ontvangen.
De ontmoeting van de drie Engelen- de Engel van Dankbaarheid, de Engel van Angst en de Engel van Hoop is een verhaal van contrasten. Samen vormen ze een spiegel van de ziel.
Zo is het ook op aarde. Veel mensen dragen de Engel van Angst in zich — een stem die hen tegenhoudt, die fluistert dat ze niet durven, dat ze tekortschieten. En tegelijk leeft in hen de Engel van Dankbaarheid — een zachte kracht die herinnert aan wat er wél is, wat ontvangen mag worden. Door de Engel van Hoop die ook in ieder mensenhart leeft, is de mens in staat om het Licht en de Duisternis in zichzelf te verbinden, in de meest uitdagende situaties en beproevingen van het leven. Dat is de Kracht van deze Engel. Daarin het midden te vinden.
Angst kan niet volhartig worden ontvangen, waardoor dankbaarheid niet doordrongen wordt in Wezen van de mens . Het is de angst om iets te verliezen, wat tijdelijk tot een opluchting zorgt of een gemoedsopwelling geeft van ‘dankbaarheid’, maar die deugd van dankbaarheid dringt niet dieper door in de Ziel.
Telkens wanneer een mens, ondanks de angst, toch een moment van bewust dankbaarheidsgemoed in zichzelf laat opwellen en dieper doordringen in de Ziel, dan verandert er iets. Het donker wordt niet verdreven, maar krijgt een andere zingeving en betekenis.
Wat is de diepere betekenis vanuit de antroposofie?
* De Engel van Dankbaarheid kan gezien worden als een beeld van de Christuskracht in ons: zij omarmt, zij herinnert ons aan het geschenk van het leven, zij brengt balans tussen de polen.
* De Engel van Angst weerspiegelt de Ahrimanische invloed: de energie die ons wil beschermen door ons stil te zetten, die fluistert dat we niet durven, dat we tekortschieten. Hij kan niet van harte ontvangen, want zijn natuur is verharding en controle.
* Tegelijk speelt ook de Luciferische verleiding mee: de neiging om dankbaarheid te verheffen tot een vlucht in licht en illusie, zonder de schaduw werkelijk te erkennen. Dankbaarheid kan dan zweverig worden, los van de aarde.
Wanneer deze twee krachten elkaar ontmoeten, ontstaat spanning. Angst kan niet ontvangen, en Dankbaarheid kan niet afdalen zonder te verliezen in illusie. Maar juist in het midden — in het hart van de mens — kan er een transformatie plaatsvinden.
In het dagelijks leven ervaren mensen vaak dat angst hen verlamt (Ahrimanisch), terwijl de verleiding groot is om weg te vluchten in illusies of oppervlakkige positiviteit (Luciferisch).
Dankbaarheid is de weg van het midden: zij erkent de schaduw, maar ziet ook het geschenk. Zij verbindt hemel en aarde, licht en donker.
Hoop en Vertrouwen groeien wanneer we leren beide krachten te herkennen, zonder ons door hen te laten overheersen.
“Wanneer wij de Luciferische vlucht en de Ahrimanische verharding herkennen, en toch kiezen voor Dankbaarheid, dat het IK de middenweg daarin actief in kan bewegen, dan ontstaat vertrouwen.
Het hart wordt de plaats waar licht en donker elkaar ontmoeten — en waar de ziel zich herstelt.’
Ik heb met dit heel eenvoudig verhaal een poging gedaan om iets in beweging te brengen, omdat ik daar ook zelf natuurlijk steeds vaker bewust bij stilsta. We moeten het duister niet ‘verlichten’ op manieren die, zoals we dat kennen, de schone schijn hoog houdt maar weghoudt van een opwaartse beweging naar heelWording.
In het hart van het oude land Bharat, een hindoenaam voor India, waar de heilige rivieren stroomden en de bergen geheimen fluisterden aan de wind, leefde godin Sarasvati.
Zij maakte deel uit van de drie-eenheid van godinnen, waartoe ook Lakshmi en Parvati behoorden.
Zij was een van de belangrijkste godinnen in het hindoeïsme, vereerd als de godin van rijkdom, welvaart en fortuin en werd vaak afgebeeld als een prachtige vrouw met vier armen, staand of zittend op een lotusbloem, wat staat voor zuiverheid en spirituele kracht. Ze wordt actueel meestal afgebeeld met gouden munten die uit haar handen stromen, wat overvloed en vrijgevigheid vertegenwoordigt.
Parvati belichaamde de verzorgende en meelevende aspecten van het goddelijke vrouwelijke en stond ook bekend om haar felle vormen, zoals Durga en Kali, die ze aannam om de wereld te beschermen tegen kwade krachten Haar constante toewijding aan Shiva en haar rol als liefhebbende moeder, maakten haar tot een heel geliefd figuur onder toegewijden. Samen vertegenwoordigden ze het vrouwelijke goddelijke aspect.
Sarasvati was de belichaming van wijsheid, muziek, kunst en geleerdheid. Haar aanwezigheid was als een zachte bries die helderheid en inspiratie bracht aan iedereen die haar zegeningen zocht.
Sarasvati verbleef al heel lang in een hemels rijk, omringd door de meest exquise tuinen en serene meren. Haar verblijfplaats was een plek van rust en schoonheid, waar de lucht gevuld was met de melodieuze klanken van haar veena, een goddelijk snaarinstrument. De muziek die ze speelde was niet alleen een verzameling noten, maar een symfonie die resoneerde met de essentie van de Schepping.
Op een dag, toen Sarasvati bij het met lotus gevulde meer zat, voelde ze een verstoring in de wereld beneden. De mensen van Bharat verloren het contact met hun innerlijke wijsheid en creativiteit en er was nog meer gaande, wist ze. De kunsten vervaagden en de dorst naar kennis nam af.
Sarasvati wist dat ze moest ingrijpen om de balans en harmonie te herstellen, want klanken kunnen op de juiste manier ingezet, het donker naar het licht brengen, zelfs rampen afwenden, echter wist ze dat de aardse mens diep doordrongen is in het aardse denken, niet echt bewust zuiver meer kan waarnemen.
Toen ze afdaalde naar het aardse rijk, nam Sarasvati de vorm aan van een stralende vrouw gekleed in een eenvoudige witte sari, die puurheid en verlichting symboliseerde. Ze droeg haar veena, een boek met oude geschriften, haar mala- een gebedsketting met 108 kralen- om haar hals. Een schaal met puur bronwater zou ze wel, eenmaal terug op aarde, ergens vinden. Klaar om te helpen.
Terwijl ze door de dorpen en steden liep, bracht Sarasvati’s ingetogen aanwezigheid een serene en rustgevende energie. Ze bezocht scholen, waar ze kinderen over het belang van leren en creëren vertelde. Ze zat bij kunstenaars en begeleidde hen met wijsheid en geduld, terwijl ze schilderden en beeldhouwden.
Met een bovennatuurlijke kunstminnende gave- haar ogen gesloten om de door haar ziel gehoorde klanken ongestoord te laten stromen, speelde ze met haar fijngevormde handen en vingers op haar veena. Hun zielen werden zichtbaar geraakt, toen ze hen, na de laatste klanken in een vertraagd ritme tokkelend, een voor een met een zachte blik aankeek. De ruimte was gevuld met de zuiverste klanken- die minutenlang helend natrilden. Dat er geen woord werd gesproken, applaus de sereen vervulde ruimte verstoord zou hebben, was voor haar een teken dat haar zielsgeïnspireerde klanken de harten en zielen van de kunstenaars hadden bereikt. Sarasvati dankte hen voor hun aanwezig zijn en wist dat hun bijdrage tot het creëren en co-creëren van nieuwe Velden in het Scheppingsplan zich verder zou ontvouwen.
Zelf nam Sarasvati wat tijd voor zichzelf,
om haar ervaringen te verwerken. Een paar dagen ,voor ze haar weg verder zette in een heel klein dorpje, vlakbij een rivier, nam ze in stilte haar 108-kralige houten mala, en bleef een tijdlang in lotushouding met gesloten ogen zitten, herhaalde met zachte kracht de eenvoudige heilige mantra ‘Aum’.
Enkele dagen later arriveerde Sarasvati in dat heel klein dorpje, en zag een kampvuur waar de inwoners zich hadden verzameld. Dichterbij komend voelde ze de energie en trillingen van de dorpelingen, bezorgd en wanhopig. Het leven in het dorpje werd steeds onzekerder door aardschokken- en bevingen waardoor het water het dorpje dreigde te overspoelen.
Sarasvati luisterde met mededogen en begreep dat de situatie die werd gecreëerd niet natuurlijk was. Dit had ze al vaker waargenomen, dat donkere krachten het leken te overwinnen van het licht. Echter, had ze ook waargenomen, dat er een enorme overgang en transitie over de hele wereld plaatsvond. Een overgang die helaas heel veel onzekerheid zou geven, bestaans-onzekerheid.
Die informatie, voelde ze, kon ze nog niet meteen delen met de dorpelingen. Met enige droefheid, stemde ze zich af op haar ziel, de dorpelingen, het dorpje aan het water, en het groter geheel- wederom vulde de omgeving aan het kampvuur zich met niet eerder gehoorde helende klanken van haar veena.
De muziek die uit haar instrument stroomde was anders dan alles wat de dorpelingen ooit hadden gehoord. Melodieën die tot hun hart sprak en hen herinnerde aan de schoonheid en wijsheid die in ieder van hen verborgen lag. Terwijl de zuivere klanken in de lucht dansten, voelden de dorpelingen een hernieuwd gevoel van hoop en inspiratie. Met weloverwogen woorden- nam Sarasvati het woord en sprak de dorpelingen bemoedigend toe.
Ergens ‘wisten’ de dorpelingen, omdat ze heel sterk vanuit hun zielsessentie leefden, wat er gaande was. Het was een bevestiging van wat ze al wisten. Echter door de helende klanken die Sarasvati afgestemd op het kleine dorpje, liet horen, viel de dreigende angst-schaduw van hen af. Iedereen die Sarasvati had ontmoet, ervoer een diepe energetische verandering, ook al waren de omstandigheden erbuiten van een andere hoedanigheid.
Samen in verbinding en samenhorigheidsgevoel, kozen ze ervoor om hun dagelijkse leven nieuw leven in te blazen met kunst op de meest veelzijdige manier. Het dorp transformeerde in een centrum van artistieke en intellectuele activiteit. Kinderen gingen graag naar school, kunstenaars creëerden meesterwerken en muzikanten componeerden liederen die het leven en de natuur vierden.
Het nieuws over Sarasvati’s aanwezigheid verspreidde zich wijd en zijd en mensen uit verre landen kwamen om zicht te laten inspireren door haar helende kunstzinnige gaven. Ze bleef haar gaven delen en leidde de mensheid naar een pad van eigen wijsheid, creativiteit en verlichting.
Naarmate de jaren verstreken, bloeide het land op met kennis en kunst. De mensen eerden Sarasvati met festivals en rituelen en uitten hun dankbaarheid voor haar goddelijke tussenkomst. Ze bouwden tempels in haar naam, waar ze chantten en mantra’s zongen.
Sarasvati keerde terug naar haar hemelse rijk, wetende dat haar missie was volbracht. Ze waakte over de wereld met een gevoel van vervulling, haar hart gevuld met liefde voor de mensen die ze had aangeraakt. Haar nalatenschap leefde voort, een bewijs van de kracht van wijsheid, muziek en kunst.
Sarasvati herinnert er ons aan dat de goddelijke creatieve vonk in ieder van ons aanwezig is. Het is die krachtige vonk op ‘aan’ zetten. Sarasvati, de godin van wijsheid en creativiteit is een tijdloos verhaal, dat generatie op generatie mag doorgegeven worden.
Met het chanten van de heilige mantra OM SHRIM HRIM SARASVATI NAMAHA verbind je je met de helende creatieve scheppingsenergie van Sarasvati.
Het kunstzinnig onderwijs in Steiner-Waldorfscholen heeft een diepgaande meerwaarde omdat het niet alleen creativiteit stimuleert, maar ook de cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van leerlingen ondersteunt.
* Hoofd, hart en handen
Het onderwijs richt zich op een holistische ontwikkeling, waarbij denken, voelen en doen in balans zijn. Kunst helpt leerlingen om kennis niet alleen intellectueel, maar ook intuïtief en emotioneel te verwerken.
* Creativiteit en verbeeldingskracht
Door kunstzinnige vakken zoals schilderen, vormtekenen, muziek en toneel leren leerlingen vrij en expressief denken, wat hun probleemoplossend vermogen versterkt.
* Diepere leerervaringen
Kunst wordt geïntegreerd in alle vakken, waardoor lesstof levendiger en betekenisvoller wordt. Dit helpt leerlingen om kennis op een diep niveau te verinnerlijken.
* Sociale en emotionele groei
Kunstzinnige activiteiten bevorderen zelfvertrouwen, samenwerking en empathie, wat essentieel is voor een harmonieuze sociale ontwikkeling.
*Spirituele en persoonlijke ontwikkeling
Het Steiner-Waldorfonderwijs ziet kunst als een manier om innerlijke groei en bewustzijn te stimuleren, waardoor leerlingen zich verbonden voelen met zichzelf en de wereld.
Door kunst als een levend en dynamisch onderdeel van het onderwijs te maken, krijgen leerlingen de kans om hun unieke talenten te ontwikkelen en een diepere verbinding met kennis en creativiteit te ervaren.
In de antroposofische visie van Rudolf Steiner wordt de mens gezien als een wezen dat bestaat uit vier wezensdelen: het fysieke lichaam, het etherische lichaam, het astrale lichaam en het Ik. Kunstzinnige expressie speelt een belangrijke rol in hoe deze wezensdelen zich manifesteren en ontwikkelen.
1. Het fysieke lichaam en kunst
Het fysieke lichaam is het stoffelijke deel van de mens, gevormd door de materiële wereld. Kunstzinnige activiteiten zoals schilderen, beeldhouwen en muziek helpen om het fysieke lichaam te verfijnen en te harmoniseren. Door kunst wordt de motoriek, coördinatie en zintuiglijke waarneming versterkt, waardoor de mens zich bewuster wordt van zijn fysieke aanwezigheid in de wereld.
2. Het etherische lichaam en kunst
Het etherische lichaam, ook wel het levenslichaam genoemd, is verbonden met ritme, vitaliteit en vormkracht. Kunstzinnige processen zoals muziek, dans en vormtekenen werken in op het etherische lichaam door harmonie en ritme te brengen. Dit helpt bij het innerlijk evenwicht en ondersteunt de levenskrachten die het fysieke lichaam doordringen.
3. Het astrale lichaam en kunst
Het astrale lichaam is het zielenaspect van de mens, waarin gevoelens, emoties en wilsimpulsen leven. Kunst raakt het astrale lichaam diep, omdat het een uitdrukking geeft aan innerlijke belevingen. Poëzie, schilderkunst en theater kunnen emoties transformeren en helpen bij het verwerken van innerlijke ervaringen. Het astrale lichaam wordt door kunst verfijnd en verrijkt, waardoor de mens zijn innerlijke wereld beter kan begrijpen.
4. Het Ik en kunst
Het Ik is de wezenlijke kern van de mens, die hem tot een bewust en scheppend individu maakt. Kunst is een manier waarop het Ik zich uitdrukt en ontwikkelt. Door kunstzinnige creatie kan de mens zijn spirituele en morele idealen vormgeven en zijn innerlijke groei versterken. Steiner zag kunst als een brug tussen de materiële en geestelijke wereld, waardoor de mens zijn hogere bewustzijn kan ontwikkelen.
Kunstzinnige expressie is in de antroposofie niet alleen een vorm van creativiteit, maar een spirituele en fysieke ervaring die alle wezensdelen van de mens beïnvloedt. Het helpt om balans en harmonie te brengen tussen lichaam, ziel en geest, en ondersteunt de innerlijke ontwikkeling van de mens.
Ik voel me vredig in mezelf. Kleurrijke lichtjes flikkeren zachtjes niet-verblindend in ons huis. Dieren nemen een belangrijke plek in in mijn hart. Ik voel wat mijn zielsverbinding met dieren met me doet, een diepe gevoelservaring, hoe ze zich ook aan mij laten zien. Ik ervaar het elke dag met ons allerliefste Caspertje, dankbaar dat hij reeds meer dan 14 jaar deel uitmaakt van ons gezin.
Met diep respect, een extra in het licht zetten van onze dieren, groot en klein, nodig ik ieder mens uit mee te delen in de vreugde en dankbaarheid voor alle dieren. Dieren zijn onze spiegels, healers en transformators op een drievoudige manier: lichaam, geest en spirit.
Ik eer de dieren in het bos, op het veld, in de lucht, in het water…
De herten met hun gracieuze lichte tred, alsof ze over de aarde zweven, een toonbeeld van elegantie, opvallend onopvallend en één met de natuur. De vele soorten vogels in de bomen, zingen zacht vrolijk stemmige en meerstemmig beantwoorde lied. De vos die in de schemering van de dag door de velden sluipt. En de konijnen, met hun zachte vacht, nieuwsgierige ogen, springen speels snel en behendig alsof ze vrolijk dansen in het rond.
De schapen die vredig grazen in de wei, dicht bij elkaar staand, als een symbool van samenhorigheid en verbinding, met hun zachte geblaat de lucht vult, ik luister naar hun verhaal.
Kauwend op hun voer, af en toe rondkijkend met hun grote zachte ogen, laten in hun ziel kijken, ik zie de koeien, ik zie hun ziel, zoals elk dier een ziel heeft trouwens, ik zie hun angst, omdat ze weten wat hen te wachten staat. En toch zie ik hun dankbaar zijn, omdat ze instinctief ‘weten’ dat de mens steeds bewuster wordt.
Zacht spinnend op mijn schoot en op vele knusse plekjes in huis, spint ons Caspertje genietend tevreden met half gesloten ogen. Bijzonder hoe katten zich sierlijk haast onhoorbaar op hun pootstappen bewegen, speelse sprongen makend, onvermoeid doorgaan tot ze zich in hun mandje neervleien.
Hun jachtinstinct moeten we niet afkeuren, want hun bijdrage voor velen is groot. Katten zijn, hoe groot of klein ze ook zijn, spiegels van onze ziel en healers. Hen tot iets verplichten wat ze niet willen….laat ons zien hoe wij met grenzen omgaan. Tot bloedens toe….voor wie dat niet respecteert. Katten hebben notabene geen baas.
Altijd klaar om hun baasjes te begroeten, waken honden trouw bij de deur. Hun ogen stralen loyaliteit en puur liefde uit. Altijd klaar voor een nieuw avontuur, rennen ze vrolijk door het veld, hun staarten kwispelend van vreugde. En valt het je niet op dat katten en honden het steeds beter met elkaar gaan vinden, terwijl wij mensen het nog steeds anders vertellen. Katten en honden zet je maar beter uit elkaar.
Ondanks spinnen voor velen angst inboezemen, en ik geef toe, ik zie ze liever buiten hun ding doen, dan ze plots vanuit mijn ooghoek te zien verschijnen. Bewonderenswaardig is hoe spinnen hun krachtige geweven kunstweb-werken creëren, glinsterend in het ochtendlicht, een bewijs van geduld en precisie. Kunstenaars van de natuur.
Een toenemende bijzondere band zie ik groeien tussen mens(en) en paard. Majestueuze krachtige dieren, zich bewegend met een vloeiende elegantie, hun manen wapperend in de wind terwijl met snelheid over uitgestrekte velden galopperen. Kijk in hun ogen, wat een diepe wijsheid, rust en intelligentie stralen ze uit. Met hun enorme gevoeligheid communiceren paarden met subtiele signalen, in staat om de emoties van hun ruiters en wie paarden respectvol benadert, aan te voelen. Als sociale dieren, die sterkte familiebanden onderhouden, is hun aanwezigheid een symbool van nobelheid en vrijheid.
En wat heerlijk om dolfijnen te eren, vooral geliefd om hun sociale aard, hun sierlijke acrobatische speelse sprongen in het water, hun intelligentie en vermogen om te communiceren op een bijzondere manier. Ze zijn eigenlijk een symbool van vrijheid en vreugde, als ze zich vrij uit bewegen in de oceaan. Dat dolfijnen om hun intelligentie en sociale interacties wetenschappers inspireren en fascineren kan ik begrijpen, echter….hun zielssignatuur vraagt om een vrij rijk stromende bestemming, uiteindelijk wel.
Er is over elk dier wel iets te delen, het gaat erom voor vandaag mogen we alle dieren, groot en klein, dankbaar eren omdat ook hun bewustzijn verder evolueert. Een zegen voor ons als mens, voor de aarde, wonderen van de natuur.
In een wereld waar schaduwen vaak groot waren en het gewicht van de duisternis overweldigend leek, was er een andere wereld net buiten de sluier van de menselijke waarneming – een wereld waar engelen woonden. Deze stralende pure hemelse wezens, waakten over de aarde met hun zachte liefde en mededogen.
Onder deze engelen was een Waker, wiens vleugels schitterden met de kleuren van de dageraad. Die engel had een speciale missie, zoals alle engelen dat wel hebben, om degenen die zich verloren voelden in de duisternis te begeleiden en te beschermen, om hen te helpen hun weg naar het licht te vinden. Hun innerlijk licht.
Op een koude winternacht, terwijl de sterren fonkelden als verre bakens van hoop, daalde de engel af naar deze wereld. Wat de Waker zag en aankeek, stemde deze engel bedroefd. Mensen die worstelden met het leven, oogsten waren mislukt, spanningen onder elkaar liepen op, sommigen werden ziek en gingen dood. Ook kinderen, dieren. De nachten waren lang en ijzig koud.
De engel liep tussen hen door, onzichtbaar, maar ondanks de mensen de engel niet konden zien met hun ogen, voelden ze een zachte warme aanwezigheid. Al was de situatie onveranderd, het voelde alsof de lasten van hun schouders vielen. Zachtjes fluisterde de engel bemoedigende woorden naar de vermoeide boeren en herinnerde hen aan de veerkracht van de menselijke geest.
De inmiddels verzwakte kinderen voelden zich aangeraakt door een onzichtbare hand. Maar er gebeurde wel iets opmerkelijk. De jonge kinderen zagen de contouren van de engel verschijnen. Hun doffe ogen werden helder, alsof er lichtjes werden aangestoken, hun levenskracht werd leven ingeblazen. Wat wonderbaarlijk!
In het hartje van het dorp woonde Tess, een jong volwassen vrouw, die haar weg was kwijtgeraakt door de vele tegenslagen, haar geliefde buren te zien strijden. Maar wat haar levenslust verlamde, was het plotse overlijden van haar geliefde, met wie ze zich van kindsbeen af enorm verbonden voelde. Zielsgeliefden.
Haar verstand kon er niet bij dat een zo nog jong gezond mens, zomaar uit het leven kon worden gerukt. Onrechtvaardig, vond ze dit. Wat had ze dan verkeerd gedaan? Zij, die zo betrokken was bij de mensen, die er altijd was voor anderen, zorgzaam en liefdevol.
Het leed was zwaar om te dragen, te zwaar voor haar hart.
Gebroken voor het leven. Dat was het enige wat ze voelde.
Op een avond, nam ze plaats bij een flikkerend zacht vuur. Hopend dat de warmte van het vuur haar diepe pijn zou helen. Zilte tranen liepen onophoudelijk over haar wangen. Niets kon haar troosten, niemand, ook niet de warme gloed van het vuur.
Verloren ben ik, heel spoedig zal ik me naar de andere wereld begeven, zal ik mijn geliefde zien en voor eeuwig samen zijn. Met die laatste gedachten, legde ze zich neer op een groene deken, die ze zelf had geweven.
In haar dromen verscheen de engel-Waker. De aanwezigheid voelde als een zachte balsem op haar gebroken hart. Een gevoel van rust en overgave stroomden in haar hart.
‘Tess,’ sprak de engel-Waker haar fluisterend aan, ‘je bent niet alleen. Je geliefde is er nog steeds, maar op een andere plek, een andere wereld. Een wereld die ver af lijkt, maar heel dichtbij is. Het licht in jezelf dooft nooit uit. Je hart is heel, al voel je je hart als gebroken, de liefde van je geliefde is eeuwig. Ook al is hij in de vorm getransformeerd’. Voorbij het lijden, is het de Liefde die blijft.’
Tess was in een diepe slaap en droomde verder. Er leek een gesprek te ontstaan tussen de engel-Waker en Tess. ‘Maar hoe kan ik de kracht vinden’ vroeg Tess met trillende stem, ‘ de moed om door te gaan. Zonder mijn geliefde.’
Waarop de engel-Waker met een tedere beweging de vleugels over Tess-schouders legde.
‘De kracht die je zoekt, die zin in je. Het zit in je hele Wezen. In de Liefde die je deelde, in de herinneringen die je koestert, in de vriendelijke gemoedelijkheid hoe je met andere mensen omgaat. Je hart is je gids, je kompas. Liefde is wat heelt, je heelheid waarmee je geboren bent, ben je niet verloren. Het leven omarmen, in elk moment, met het besef dat het moment van het fysieke loslaten, een aards leven, een einde komt. Soms heel onverwachts. Of na een lange lijdensweg. Echter is het Leven eeuwig in de Ziel. Praat met je geliefde zoals je hem hebt gekend. Dierbaren horen je op een andere manier weliswaar. Maar denk goede gedachten, dat is helpend voor dierbare overledenen en voor de mensen die achterblijven.’
Met die woorden legde de engel-Waker een hand op het hart va, Tess. Een warm gouden licht straalde heel zacht in haar hart- en buikgebied. Haar hele lichaam werd ingestraald met helende energie. Het leven in haar hele wezen werd opgewekt.
Tess begon te ontwaken en opende haar ogen, om zich heen kijkend, het vuur brandde nog steeds zachtjes, voldoende om het warm te hebben. Een golf van hoop en vastberadenheid was wat ze gewaar werd. In liefde, uit liefde voor het Leven.
Naarmate de dagen verstreken voelde Tess zich geheeld.. Ze zocht contact met haar buren en bood hulp en troost. Zoals ze dat altijd had gedaan. Onvoorwaardelijk dienstbaar.
Ze verzorgde de gemeenschappelijke tuin van het dorp, plantte zaden van hoop en verzorgde ze met zorg. De dorpelingen, geïnspireerd door haar kracht en vriendelijkheid, begonnen hun eigen licht in de duisternis te vinden.
De engel-Waker bleef tot zolang het nodig was, waken over deze wereld: begeleidden en beschermden degenen in nood, en herinnerden de bewoners eraan dat zelfs in de donkerste nacht het licht van liefde altijd zou schijnen.
Met gekromde rug, zittend op een afgebladderd houten bankje in het park, staarde hij voor zich uit. In gedachten verzonken flitsten ervaringen uit het verleden voorbij. Zijn hart voelde als lood, zo zwaar, verhard, beschermend tegen nog meer pijn, happend naar adem, zijn blik naar de grond richtend- alsof hij daar ergens de oplossing zou vinden. ‘Ik heb een lichaam’, sprak hij zachtjes tot zichzelf- zacht genoeg zodat voorbijgangers het niet konden horen- ‘maar het lijkt of ik slechts een omhulsel heb, met niets maar dan ook niets van binnen, en dat beangstigt me steeds meer en meer, wat ik van binnen voel. Echt voel.’
Het besef, zijn hele leven lang naar glans te hebben gezocht in de buitenwereld, strevend naar perfectie, bewondering, glorie, succes, zo ook in menselijk contact, waardoor zijn binnenwereld langzaam maar zeker verduisterde, dat wekte iets in hem op. Wat dat was, daar kon hij nog niet bij.
Uren gleden voorbij, het oogje van het maanlicht liet zich zien en het werd frisser.
‘Tijd om naar huis te gaan’, sprak hij zichzelf met moed aan, ‘ al wacht er niemand op mij.’
De dagen gingen al even kleurloos voorbij, net als alle andere dagen, tot er iets in hem werd opgewekt, een impuls zeg maar, om een wandeling te maken. De mist hing nog in de vroege ochtend tussen de bomen, de nacht ademde als in een zachte omhulling van etherische sferen, verder in de nieuwe dag.
Zijn voeten raakten, traag stappend, de aarde. Ook zijn ademhaling werd trager en dieper. Verbaasd stond hij even stil van die gewaarwording. Voor de eerste keer sinds hoelang geleden, begon iets in hem te stromen, al was het een heel subtiel gewaarworden.
Zijn aandacht werd getrokken naar een in de verte zingende vogel, als een verwelkoming ontvangend en antwoordde met een voorzichtig ontluikende blijdschap het gezang van de vogel. Verder wandelend was het alsof ook een boom hem begroette. Met verwondering stond de man stil, zette zich neer aan de stam van de boom, terwijl zijn lichaam ontspande. Voor de eerste keer sinds hoelang?
Met zijn rug tegen de stam van de boom leunend, voelde hij vanbinnen een zacht kriebelen. ‘Kan dat nu echt, een boom? ‘Wie me hier nu ziet zitten, denkt vast dat ik gek ben. Gelukkig is er niemand te zien.’, mompelde hij, alsof hij zich richtte naar de boom.
Een genoeglijk deugddoend innerlijk lachen- zijn buik lachte warempel mee, werd een glimlachen. Spontaan legde de man op zijn hart en een andere hand op zijn buik.
Wat eigenlijk veranderde was dat zijn etherisch lichaam- het lichaam van levensstromen- zachtjes begon te ontwaken.
In zijn ene hand voelde hij het lichte pulseren van zijn hart , alsof er kleine stroomstootjes door zijn hart kronkelden, zijn bloedsomloop hem invoelend verwarmde. Tot in zijn benen, door zijn voeten.
‘Zo wil ik hier wel blijven zitten’, dacht hij glimlachend dankbaar.
Eerbiedig dankte hij voor het op gang brengen van zijn innerlijk gemoed de sierlijk zingende vogel en de helende sappen van de boom. Gemakkelijker dan ooit stond de man rechtop, alsof de kromming van zijn rug iets of wat veranderd was. Ademhalen voelde vrijer, alsof zijn borstkas zich had geopend. Minder zwaar als lood voelde. ‘Zou het dan toch nog….’ liep hij in gedachten verzonken naar huis.
Na het avondeten, dat hem beter dan de voorbije tijd had gesmaakt, richtte hij zich dankbaar voor de afgelopen dagen, tot God. Een ritueel dat hij vaak als kind had gedaan, dat was hem ook zo bijgebracht. Door een eenzijdige weg te kiezen, een materialistische weg, waar de buitenkant alleen er toe deed, had hij het contact met zijn binnenkant verduisterd. Zijn licht van binnen, was uitgedoofd.
Die nacht droomde hij van sterren. Ze fluisterden hem toe: ‘Je hart is niet van lood. Het is een poort. Maar je bent vergeten hoe je moet openen.’
Hij zag beelden — van verdriet, van verlangen, van hoop. Zijn astrale lichaam — het lichaam van gevoel en herinnering — bracht hem naar momenten van waarheid: een kind dat hem aankeek, een woord dat hem raakte, een stilte die hem troostte.
En toen, in die droom, smolt het loden hart tot goud. Niet blinkend, maar warm. Een hart dat kon dragen, dat kon luisteren, dat kon liefhebben.
Hij besefte dat, toen hij wakker werd, zijn fysieke, etherische en astrale lichaam een eenheid vormden en zijn IK kon kiezen om innerlijk actief met moed en doorzettingsvermogen, zijn weg van Worden verder te zetten.
Van enkele mensen had hij al wel iets horen vertellen over gehoord antroposofie van Steiner. Hij vond dat allemaal maar vreemd en stootte die mensen af. Succes en schitteren, ja, dat was hét echte leven….Het leven liet hem iets anders zien, maar wat dat anders zou worden, ja, dat was toch weer iets wat hij zelf actief mocht ontdekken. Dat was het eerste inzicht, zelf de keuze te hebben.
‘Hallo, Karel, met Luk’, ging het wat ongemakkelijk beginnend gesprek aan de telefoon, ‘ ik weet dat …’
‘ Hallo Luk, wat is dat lang geleden!’
‘Ja, man, ik weet niet waar ik moet beginnen….’
‘ Nou, ik voel het al, zullen we meteen een dag afspreken en gezellig bijpraten?’
Zo ging het nog even door over wat alledaagse dingen. Een ding stond vast voor Luk: ‘ Ik zit mezelf niet langer meer in de weg, er is een andere weg….’
Rudolf Steiners aanwijzingen voor de Heilige Nachten, gegeven aan Herbert Hahn.
Hieronder volgt de tekst van de Instructies die Rudolf Steiner aan zijn leerling Herbert Hahn gaf voor de Dertien Heilige Nachten (zonder de aanwijzingen voor de Vier Weken van Advent).
De originele tekst ‘aanwijzingen’, stenografisch in het Duits, direct na deze inleiding, is zonder auteur, maar men vermoedt dat deze door Herbert Hahn is opgetekend tijdens een privégesprek met Steiner voor het biografische werk.
De tekst werd in december 2013 online gedeeld door Jean Benedicte, die hem op zijn beurt van zijn grootmoeder
Sunhilt Benesch had ontvangen.
De vertaling is bewerkt door Laura Zanutto, later herzien door Mark Willan en met de fundamentele bijdrage van een Duitstalige die anoniem wenst te blijven.
Aanwijzingen
Op 24 december beginnen de Twaalf Heilige Nachten. ( de 13de heilige nacht voegt een transcendente dimensie toe: het overstijgt de kringloop van 12 en wijst naar het nieuwe, het onbekende, het geestelijke dat boven de kosmos uitgaat.)
De Twaalf Heilige Nachten symboliseren de twaalf krachten van de ziel die in ons leven. Deze aanwijzing is dus voor altijd geldig, niet alleen voor de Twaalf Heilige Nachten.
Op 1 januari om 12.00 uur staat de zon zo dicht mogelijk bij de aarde en daarom zijn er slechts vijf en een halve dag ervoor en vijf en een halve dag erna, de tijd van de Twaalf Heilige Nachten.
Tijdens deze nachten, de donkerste van het jaar, zijn we het dichtst bij de Geest van de Zon en dit betekent dat de Geest Zon die vanuit de aarde schijnt, deze doorschijnend maakt en alles van binnenuit verlicht, niet zoals het later is wanneer de zon de aarde van bovenaf, van buitenaf, verlicht.
Ga deze Twaalf Heilige Nachten volledig wakker en zeer bewust in . Het is belangrijk dat we de eerste nacht (24 december) slechts tot één of twee uur ‘s nachts wakker blijven. Probeer op de andere avonden, indien mogelijk, regelmatig en op hetzelfde tijdstip naar bed te gaan.
Het is van essentieel belang om in deze tijd een regelmatig ritme te hebben. Als dit in het actieve leven niet mogelijk is, probeer dit innerlijk te bereiken. Zij die in het uiterlijke leven niet stil kunnen zijn, dienen er voortdurend naar streven zich innerlijk bewust te zijn van de heiligheid van deze tijd.
Het is belangrijk om de dagelijkse plichten te vervullen zonder dit besef van de heiligheid van deze tijd uit het oog te verliezen, en niets ongezonds, geen lelijke beweging in de ziel toe te laten, en altijd alert en streng voor zichzelf te blijven in dit opzicht.
Tijdens de kerstperiode, met zijn twaalf heilige nachten, zaaien we het zaad voor de komende twaalf maanden.
Daarom zijn deze twaalf dagen belangrijk. Als we bijvoorbeeld op de eerste dag fouten maken, zaaien we een zaadje, dat in de eerste maand negatief zal ontkiemen in het bloed.
Doe een inspanning om de twaalf heilige dagen op de juiste wijze door te brengen, want we moeten elk jaar werken aan onze wedergeboorte en we mogen geen enkel jaar verliezen.
* 24/25 december
Steenbok
Op kerstavond, wanneer Christus in de ziel geboren wordt, vraagt de ziel: Kan ik gehoord worden met al mijn zwakheden, mijn fouten en mijn hartstochten?
Symbool: De stal van Bethlehem, in wiens nederigheid en armoede het Licht van de wereld geboren werd. De
Stem van de Stilte dringt door tot de ziel en leert ons om met vreugde het goede in onszelf en in anderen te bevestigen.
Steenbok. De Goddelijke Geest werd geboren in de Materie. Geest en Materie. De Alfa en Omega raken elkaar aan en het leven werd geboren.
Mysterie: De ziel die verlangt in de duisternis van een woud zonder paden.
* 25/26 december
Waterman
Johannesnacht. De Adelaar van de Ziel zweeft hoog op zijn vleugels, kijkt terug van grote hoogte en observeert zijn eigen leven. Nu herkent de mens de wetten van Karma.
Mysterie: kies het smalle en moeilijke pad of de brede en eenvoudige weg. Het is moeilijk voor degene die geboren is uit het vlees om het pad van de geest te vinden.
Bhagavad Gita: een egoïstisch leven of een leven gewijd aan de mensheid?
* 26/27 december
Vissen
De Drie Nachten van de Witte Lelie.
De ziel beseft dat ze niet langer in de hemel kan blijven hangen en wordt weer naar beneden getrokken, omdat ze nog veel aardse last met zich meedraagt.
De ziel begint bewust het aardse lichaam te zuiveren en beschouwt elk voedsel als een “Heilig Viaticum”. “Ik ben het brood…”
“Wij komen voort uit brood, we leven van brood op het pad van vorming en keren terug naar brood.”
Mysterie: Vergeet nooit het Doel van Bestemmingen langs de wijde paden in het Aardse Koninkrijk.
* 27/28 december
Ram
Zuiver bewust het astrale lichaam: antipathie en sympathie worden omgezet in Liefde. Passies en verlangens zwijgen. De kracht van Christus dringt met Zijn licht en Zijn kracht door in wat luciferisch is in ons.
Mysterie: het werk aan onszelf dient het welzijn van allen. De aartsengel Uriel plaatst ons voor een spiegel waarin we onszelf zien zoals we zijn.
* 28/29 december
Stier
Zuiver bewust je gedachten.
Tuchtig je gedachten. Richt je op positieve dingen. Verander de zwarte duiven van je gedachten in witte duiven, want onze gedachten kunnen vergeleken worden met een duiventil, totdat ze bewust en gedisciplineerd worden geleid. We moeten deze duiventil sluiten voor negatieve en vreemde gedachten.
Mysterie: De reiniging van de Tempel door Jezus Christus.
* 29/30 december
Tweelingen
Volg nu de drie Nachten van het Zwaard.
De Nacht van Petrus. De Nacht van de Inwijding van het Zwaard.
Ieder van ons moet zijn eigen zwaard van onderscheidingsvermogen smeden. Ieder van ons moet met toegenomen wilskracht de twee kanten, het Onsterfelijke, het Eeuwige en het Vergankelijke, verenigen om de waarheid te herkennen.
Mysterie: De vereniging van de Zoon van God met de Zoon van de Mens – Eenheid!
* 30/31 december
Kreeft
De slang aan het gevest van het zwaard. Wijsheid. Wijd je aan diepgaande lectuur. Het is de nacht van het Grote Gebod.
Mysterie van activiteit: Wie regeert over onze ziel? Wie is de Heer van onze ziel, de auteur van onze daden? We hebben de vrijheid om de goede wil in ons te versterken.
* 31 december/1 januari
Leeuw
Het kruis aan het gevest van het zwaard. Offer. De tong, omringd door het zwaard van de christelijke kracht, spreekt de waarheid zonder te kwetsen. Het is de nacht die angst verdrijft.
Mysterie: de ridder, de strijder met de speer van de wil en het zwaard van kennis. De hond als symbool van gehoorzaamheid. Achter hem de Dood en de Duivel! Tot op zekere hoogte van kennis leidt elke verkeerde zet snel tot verderf. Overwinning wordt behaald door de Volheid van God en onvermoeibare trouw aan de taken van de Leeuw.
* 1/2 januari
Maagd
Nu volgen de drie Nachten van de Kroon. De onthechting van het koude intellect of de scheiding van het intellect van aardse beperkingen en doelen. Dit is de drievoudige Heilige Nacht, waarin het lagere zelf zich overgeeft en alles wat overblijft het verlangen is om te dienen en zichzelf te geven.
* 2/3 januari
Weegschaal
Het is de nacht waarin het grootste Offer zich ontwikkelt en groeit door te dienen (en zichzelf te geven). Leer gehoorzaam te luisteren naar de Innerlijke Stem en de Tekenen van het Goddelijke.
Mysterie: de Stem in ons die roept door de verschillende incarnaties: de helderheid ervan neemt toe door offer en besluit.
* 3/4 januari
Schorpioen
De elfde nacht: de strijd met de Drempelbewaker.
Mysterie: het bouwen van het Kasteel van de Graal in onszelf. Steeds meer loyaliteit betuigen aan de Allerhoogste.
* 4/5 januari
Boogschutter
Op de Twaalfde Nacht wordt de Kroon, verkregen aan de voeten van het Goddelijke, neergelegd, want als wij het waren die streden om de Kroon te veroveren, dan was het Genade, de goddelijke wet, die ons die schonk. Want Genade is de instroom uit een bron die de mens, met alleen menselijke kracht, niet kan bereiken. Nu zijn het Begin en het Einde één.
Tijd zonder ruimte en Ruimte zonder tijd. Alles is nu eeuwig en heilig! De gerichte en vastberaden krachten van Boogschutter moeten worden ingezet om het spirituele goede te ontvangen.
Adam Kadmon als archetypische mens, vervat in het menselijk embryo.
* 5/6 januari – Toekomstig Jaar – Adam Kadmon – Openbaring
Wat we hebben begrepen en ontvangen in de Twaalf Heilige Nachten, kunnen we nu tot leven brengen en materie en ziel vergeestelijken.
De Twaalf Nachten van Dante zijn belangrijk voor leven en bestemming gedurende het hele jaar. Ze kunnen een zaadje van
In veel Europese tradities spreekt men over 12 heilige nachten.
Dit hangt samen met de 12 maanden van het jaar: elke nacht correspondeert met een maand die volgt, zodat men in dromen en meditatie een glimp kan opvangen van wat die maand zal brengen.
Het getal 12 is kosmisch: denk aan de 12 dierenriemtekens, 12 apostelen, 12 uren van dag en nacht. Het staat voor orde, structuur en de kringloop van het jaar.
Het getal 13 voegt een transcendente dimensie toe: het overstijgt de kringloop van 12 en wijst naar het nieuwe, het onbekende, het geestelijke dat boven de kosmos uitgaat.
Rudolf Steiner en latere esoterische tradities benadrukken dat de 13e nacht een poort is: een nacht van wedergeboorte, waarin de ziel zich opent voor het komende jaar en voor hogere inspiratie.
Het blog werk ik verder uit op een praktische manier, via sprookjes en hoe je ook de 13 Heilige nachten met kinderen kunt beleven.