Oordelen- Veroordelen
Er wordt nogal makkelijk geroepen: je mag niet oordelen, stop met oordelen, op weg naar een oordeelloos leven, maar kijk eens, we oordelen continue, het is vooral als een oordeel op een negatieve manier gebracht wordt dat mensen zeggen: je mag niet oordelen, maar wat dan als we een oordeel geven over iets wat we waarderen. Is dat niet wat hypocriet? Want oordelen bevat zowel de minder goede dingen als de leuke fijne dingen, waar we ook een oordeel over geven. Dus hoe zit dat met ‘ je mag niet oordelen?’
Een oordeel vormen is onvermijdelijk. Het is een basisfunctie van het denken. Zodra je waarneemt, categoriseer je: dit is veilig/gevaarlijk, mooi/lelijk, relevant/irrelevant. Zonder dat vermogen kun je niet handelen.
In die zin zou bijvoorbeeld Immanuel Kant zeggen dat oordelen een fundamentele structuur van ons verstand is: we brengen de wereld onder begrippen om er überhaupt iets van te kunnen maken. Ook Aristoteles zag oordeelsvorming als onderdeel van phronesis (praktische wijsheid): inschatten wat in een situatie passend is.
Een oordeel verschuift, krijgt een andere lading wanneer we veroordelen.
Bijvoorbeeld
Oordeel: “Dit gedrag vind ik onbetrouwbaar.”
Veroordeling: “Jij bent een onbetrouwbaar persoon.”
Het cruciale verschil tussen de twee is dat oordelen contextueel en corrigeerbaar is en vaak voorlopig. Veroordelen heeft een totaliseren, identiteitsgericht en definitief karakter, waar mensen niet graag op terugkomen, laat staan te onderzoeken.
Hannah Arendt schreef dat denken juist ruimte laat voor nuance en herziening, terwijl gedachteloosheid mensen sneller in harde veroordelingen duwt. Veroordelen sluit het gesprek af; oordelen kan het juist openen.
De morele gevoeligheid rond ‘negatieve’ oordelen
Negatief oordelen glijdt makkelijk af naar veroordelen, heeft sociale gevolgen en kan leiden tot uitsluiting en schade berokkenen. Negatieve oordelen dragen vaak impliciet machtsvertoon al dan niet uitgesproken als ‘ mijn maatstaf geldt en is dat is de waarheid.’
Hetzelfde geldt voor positief oordelen, waar geen veroordeling aan vastzit. Denk maar eens aan de uitspraak over iemand ‘Wat een fantastisch mens’. Ook dat is een oordeel, en dat mag dan wel en rekent men niet aan als een oordeel. Is dat niet wat vragen bij je aanwakkert? Wat betekent dit voor jou: een oordeel, een mening, een visie delen, zowel positief als negatief. Of heb je daar een ander woord voor, dat zachter klinkt dan een oordeel. Als ik zeg dat ik iets of iemand waardeer is dat verbonden met een oordeel gebaseerd op waarden en normen die aansluiten in mijn beleving en wereldbeeld.
Is het niet zo dat we iemand die we niet tot onze belevingswereld rekenen, heel snel en met gemak in een hokje steken met een wir war aan labels, vooroordelen en tot veroordelen leiden. Ik denk hierbij aan het beeld van de wakkeren tegenover de niet-wakkeren.
Een eenvoudig voorbeeld, waarbij ik me de vraag stel hoe iemand in staat is om tot zo’n beeldvorming te komen, zonder elkaar echt te kennen, niet in dialoog te gaan, geen goede en interessante vragen te stellen. Door één woord onder de aandacht te brengen, zou ik al kunnen vragen stellen: wat bedoel je hiermee, wat is jouw beeld van een wakker mens en een mens dat niet wakker is, wat is het beeld dat je hebt over jezelf, hoe heb je dat beeld gevormd….dan ga je werkelijk in gesprek met elkaar, en daar zullen vast ook ongemakkelijke momenten in ontstaan, onvermijdelijk, maar wel verhelderend.
Elke waardering schept een kader. Friedrich Nietzsche zou zeggen: waarden zijn nooit neutraal; ze drukken een perspectief en vaak ook een wil tot ordening uit.
Als je het helemaal terugbrengt, kom je op drie lagen namelijk
- Cognitief: oordelen = noodzakelijk onderscheid maken.
- Existentieel: oordelen = betekenis geven (wat doet ertoe?).
- Moreel/sociaal: oordelen = impact hebben op anderen.
De spanning ontstaat wanneer die derde laag (impact) de eerste twee probeert te ontkennen (“niet oordelen”), in plaats van ze te sturen.
Enkele concrete voorbeelden
1. Werkvloer – een collega mist deadlines
Situatie: iemand levert opnieuw te laat.
Oordeel vormen
“Dit gedrag is onbetrouwbaar in deze context. Wat speelt hier?”
→ Je benoemt een patroon, maar houdt ruimte voor oorzaken (overbelasting, onduidelijke prioriteiten, privézaken).
→ Actie: gesprek aangaan, verwachtingen verduidelijken.
Veroordelen
“Hij ís onbetrouwbaar.”
→ De persoon wordt het probleem; context verdwijnt.
→ Gevolg: minder samenwerking, sneller uitsluiten.
Hier zie je wat Aristoteles bedoelde met praktische wijsheid: juist in concrete situaties het juiste midden vinden—niet blind relativeren, maar ook niet reduceren.
2. Relaties – je partner vergeet iets belangrijks
Situatie: een verjaardag of afspraak wordt vergeten.
Oordeel vormen
“Dit doet me pijn. Wat egoïstisch is dit gedrag.”
→ Je maakt onderscheid (dit gedrag is kwetsend) zonder de ander vast te pinnen.
→ Actie: behoefte uitspreken.
Veroordelen
“Jij geeft nooit om mij. Je bent een dikke egoïst.”
→ Eén gebeurtenis wordt een totaalbeeld.
→ Gevolg: escalatie, defensiviteit.
Dit is precies waar Hannah Arendt op wees: denken houdt de werkelijkheid meervoudig; veroordelen maakt haar eendimensionaal.
3. Sociale media – iemand zegt iets controversieels
Situatie: een opinie die je storend vindt.
Oordeel vormen
“Ik vind deze uitspraak problematisch omdat…”
→ Je richt je op de inhoud en argumenten.
→ Mogelijkheid tot dialoog blijft.
Veroordelen
“Wat een idioot / slecht mens.”
→ De persoon wordt gediskwalificeerd.
→ Gevolg: polarisatie, kampdenken.
Hier zie je hoe snel oordelen een identiteitswapen wordt.
4. Positieve oordelen – waardering op het werk
Situatie: een collega presteert sterk.
Oordeel vormen
“Dit werk is zorgvuldig en creatief.”
→ Concreet, observeerbaar, contextueel.
(Subtiele) veroordeling in positieve vorm
“Zij is een topper; de rest haalt dat niveau niet.”
→ Lijkt positief, maar creëert hiërarchie en impliciete afwaardering.
Hier zie je dus dat positieve oordelen de wereld ordenen. Friedrich Nietzsche zou zeggen dat elke waardering tegelijk een selectie en uitsluiting is.
5. Opvoeding – een kind liegt
Situatie: een kind vertelt niet de waarheid.
Oordeel vormen
“Liegen is niet oké; wat maakte dat je dit deed?”
→ Gedrag wordt begrensd, mens blijft open.
Veroordelen
“Jij bent een leugenaar.”
→ Identiteit wordt vastgezet.
→ Gevolg: kind gaat zich ernaar gedragen of sluit zich af.
Wat deze voorbeelden blootleggen
Oordeel
– gericht op gedrag of situatie
– tijdelijk en herzienbaar
– laat ruimte voor context
– nodigt uit tot gesprek
– nodigt uit om goede vragen te stellen
Veroordeling
– gericht op de persoon als geheel
– definitief en absoluut
– negeert context
– sluit gesprek af
– statisch en onomkeerbaar
Oordelen zegt: “Dit is wat ik waarneem en denk. Dat is mijn visie, mijn mening.”
Veroordelen zegt: “Dit is wat jij bent.”
Hetgeen ik interessant vind is niet het hebben van een oordeel, een mening, een visie maar onderzoek wanneer die verschuiving waarneem vanuit een vooroordeel en tot een veroordelen neig.
Het voelt vaak heel rauw omdat ik die lagen kan voelen opborrelen.
En daar dan werkelijk stil bij te staan. het glijvlak herken van oordeel- een vooroordeel en veroordelen.
In communicatietrainingen wordt dit doorgaans heel duidelijk, hoe lastig, hoe moeilijk die lagen uiteen te rafelen zijn, want het gebeurt vaak heel snel, heel automatisch. De opgave om daar dan werkelijk stil bij te staan, en die lagen op te halen naar de oppervlakte, de juiste en goede vragen erover te stellen, vraagt ook de bereidheid om daarnaar te kijken, en niet het niet alleen aan te kijken, maar daar ook enig innerlijk werk te willen doen.
Een voorbeeld van een waarneming
” X onderbreekt me vaak als ik iets vertel.”
a. * Oordeel:
” Dat voelt respectloos en ik ervaar dit als storend.”
b. * Vooroordeel:
” X komt uit een armoedig gezin en weet van niet beter.”
c. * Veroordeling:
” X is een vervelende kwal, denkt het altijd beter te weten.”
De overgang gaat razendsnel!
a. Er wordt iets geraakt
Een waarde (respect, eerlijkheid), een behoefte, of een oude ervaring. Luisteren naar elkaar, elkaar laten uitspreken vind je een elementaire basis van respect. Dat is een heilige wet voor jou en wie dat niet doet, is ….dat kun je dus zelf naar believen aanvullen.
b. Er ontstaat een impuls tot ordening
Je geest wil grip, labelen, verklaren, afronden.
c. Er komt zelfbewustzijn bovenop, mijn denken en voelen zegt ook iets over mezelf en dat is een cruciale verschuiving van ‘ de ander is zo’ naar ‘dit gebeurt er in mij wanneer dit gebeurt.’
Door daar stil bij te staan, haal ik de lading uit de veroordeling en het negatieve oordeel, zonder dat ik mijn waarneming ontken, negeer of onderdruk. Ik erken dat ik iets als storen, pijnlijk kan ervaren zonder dat ik meteen iemand of een situatie totaliseer, afserveer of projecteer.
Drie vragen
* Wat zie ik gebeuren? ( waarnemen in gedrag)
* Wat doet dit met mij? ( emotie, gevoel)
* Welke betekenis wil ik er meteen aan geven en klopt het of is die te snel gemaakt? Die derde vraag is vaak waar oordeel kantelt naar veroordeling.
Als we weinig interesse of belangstelling opbrengen tot het vormen van een oordeel, een visie, een mening komen, worden we vaag, alles wordt “oké. We kunnen als mens ons zelfstandig denken ontwikkelen, waarbij we een geargumenteerd oordeel kunnen vormen. Ons niet te laten verleiden tot veroordelen en vooroordelen als argument gebruiken.
Ik denk dat, indien we onszelf niet te hard en te veel op de borst kloppen het beter te weten ( we weten het allemaal anders, maar niet minder waardevol) maar naar elkaar te luisteren, oprecht belangstelling te tonen voor elkaar, het strijdpak radicaal uittrekken, de goede en juiste vragen leren te stellen, dat we werkelijk een nieuwe manier van verbinding scheppen.
Liefs Mieke 
