Er zijn van die uitspraken die op internet een eigen leven gaan leiden. Ze worden duizenden keren gedeeld, verschijnen op websites, in boeken en op sociale media en krijgen uiteindelijk een gezaghebbende naam eronder.
Rudolf Steiner is daar een LEVEND voorbeeld van.
Een uitspraak die regelmatig aan hem wordt toegeschreven, luidt:
“Muziek die is gebaseerd op 432 Hz zal de mensheid ondersteunen op weg naar spirituele vrijheid. Het innerlijk oor van de mens is hierop gebouwd.”
Een prachtige uitspraak, want ik heb ook zelf in mijn tweede boek over muziek, frequenties en solfeggio’s ‘geschreven vanuit mijn muzikale achtergrond, vorming en onderzoek. Dus zeker als je geïnteresseerd bent in de relatie tussen muziek, mens en spiritualiteit is het heel waardevol om daar eens stil bij te staan.
Maar heeft Rudolf Steiner dit werkelijk gezegd? Als we vervolgens gaan kijken naar wat Steiner wél over muziek heeft gezegd, blijkt dat zijn ideeën over muziek misschien nog veel rijker zijn dan deze populaire 432-Hz-quote doet vermoeden.
Bij een authentiek citaat van Rudolf Steiner zou je eigenlijk een concrete bron moeten kunnen aanwijzen: een voordracht, een boek, een datum en bij voorkeur een GA-nummer en paginaverwijzing. Het is me al vaker opgevallen dat Steiner wordt gebruikt om een visie te versterken, zeker als dat in een ‘straatje’ past.
Interessanter is, vind ik persoonlijk, om voor iemands naam wordt gebruikt, na te gaan of iemand dat werkelijk heeft geschreven of gezegd. Het gaat niet alleen over Steiner, dat wil ik er nog aan toevoegen.
Er wordt meestal simpelweg “Rudolf Steiner” onder gezet. Maar wanneer je in zijn verzamelde werk zoekt naar de combinatie van 432 Hz, C=128 Hz en deze formulering over spirituele vrijheid, verschijnt er geen primaire Steiner-bron die de uitspraak bevestigt.
Dat is een belangrijk verschil.
Het betekent niet automatisch dat de gedachte volkomen uit de lucht komt vallen. Het betekent wél dat we voorzichtig moeten zijn met de formulering ‘ Rudolf Steiner zei…”
“Rudolf Steiner zei…”
De bekende uitspraak lijkt vooral een veel latere toeschrijving te zijn. De geschiedenis van de koppeling tussen Steiner en C=128/432 Hz is bovendien ingewikkelder dan veel hedendaagse websites doen vermoeden.
Daarmee is het verstandig om twee dingen uit elkaar te houden,
wat Steiner werkelijk schreef en voordroeg, en wat latere auteurs in zijn geest hebben geïnterpreteerd.
Steiner had namelijk ontzettend veel over muziek te zeggen
Wanneer we de twijfelachtige 432-Hz-quote even opzijzetten en naar Steiner’s eigen teksten kijken, blijkt dat muziek bij hem helemaal geen bijkomstig onderwerp was.
In ‘Das Wesen des Musikalischen und das Tonerlebnis im Menschen’ — in het Engels verschenen als ‘The Inner Nature of Music and the Experience of Tone, GA 283’ — zijn zeven belangrijke voordrachten over muziek verzameld. De eerste dateren uit 1906; de latere uit 1922 en 1923.
Daarin spreekt Steiner over muziek op een manier die veel verder gaat dan muziek als amusement of esthetische ervaring.
Voor hem raakt muziek aan de diepste lagen van het mens-zijn.
Muziek komt volgens Steiner uit een andere wereld
Een van de opvallendste ideeën bij Steiner is dat muziek volgens hem een bijzondere plaats inneemt tussen de kunsten.
In de voordrachten uit 1906 beschrijft hij muziek als een kunst waarvan de oorsprong niet in de zichtbare, fysieke wereld ligt, maar in de geestelijke wereld. Muziek zou daarmee iets kunnen laten klinken van een werkelijkheid die voor onze gewone zintuigen niet rechtstreeks toegankelijk is.
Dat is een heel andere gedachte dan: “432 Hz is de juiste frequentie.”
Steiner begint niet bij een bepaalde frequentie op een meetinstrument. Hij begint bij de vraag wat er eigenlijk met de mens gebeurt bij het horen /beluisteren van een toon. Een fundamentele vraag.
Het oor is volgens Steiner niet het hele verhaal
In zijn voordrachten over het beleven van tonen beschrijft Steiner de muzikale ervaring niet als iets wat uitsluitend via het oor plaatsvindt. Hij spreekt juist over een ervaring die de hele mens raakt.
In de samenvatting van GA 283 wordt bijvoorbeeld beschreven hoe Steiner de muzikale elementen — melodie, harmonie en ritme — verbindt met verschillende aspecten van de menselijke constitutie. Hij ziet muziek dus niet als een puur akoestisch verschijnsel, maar als iets waarin lichaam, ziel en geest elkaar raken.
Dat lijkt misschien op het eerste gezicht op de moderne uitspraken over het “innerlijke oor”. Maar opnieuw: dat betekent niet dat Steiner daarmee ook gezegd heeft dat het menselijk oor specifiek op 432 Hz is gebouwd.
Die sprong moeten we niet maken.
Steiner over intervallen: daar wordt het echt bijzonder
Een groot deel van zijn muzikale beschouwingen gaat niet over één specifieke stemfrequentie, maar over intervallen.
De verhouding tussen tonen was voor hem belangrijk.
In de voordrachten uit 1923 spreekt hij onder andere over de derde, de vijfde, de zevende en de octaaf en over de manier waarop de menselijke ervaring van deze intervallen in de loop van de geschiedenis veranderd zou zijn.
Hij verbindt die muzikale intervallen met verschillende manieren waarop de mens zich tot de wereld en tot zichzelf verhoudt.
Zo beschrijft hij bijvoorbeeld hoe de ervaring van de derde samenhangt met het ontstaan van het onderscheid tussen majeur en mineur en met de ontwikkeling van een meer subjectieve menselijke gevoelswereld.
Of je deze antroposofische visie nu letterlijk neemt, symbolisch interpreteert of historisch-kritisch bekijkt: het is duidelijk dat Steiner muziek zag als iets dat diep verbonden is met de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn.
En dan is er de beroemde “muziek van de sferen”
Ook dit is een belangrijk onderdeel van zijn muzikale denken.
Hij grijpt terug op het idee van de muziek der sferen: de gedachte dat er achter de zichtbare wereld een kosmische orde en harmonie ligt die in het gewone aardse bewustzijn niet rechtstreeks hoorbaar is.
Volgens Steiner heeft de mens in zijn geestelijke bestaan een verhouding tot die wereld van klanken en harmonieën. Aardse muziek kan daar volgens hem een soort afspiegeling of herinnering van zijn.
Dat geeft muziek bij Steiner een bijna sacrale betekenis.
Muziek is dan niet alleen iets wat wij maken.
Het is ook iets wat wij ontvangen.
Een andere prachtige gedachte uit zijn voordrachten is dat de mens zelf als het ware een muziekinstrument is.
In zijn voordracht over spraak en zang uit 1922 beschrijft hij hoe de menselijke organisatie in haar geheel betrokken is bij toon en klank. Hij spreekt over het menselijk lichaam als een soort instrument waarin het geestelijke zich op aarde kan uitdrukken.
Daarmee wordt muziek bijna een spiegel van de mens. Er gebeurt iets met je hele wezen als je een toon hoort.
Dat is misschien wel veel dichter bij Steiner dan de moderne uitspraak over 432 Hz.
Maar hoe zit het dan met 432 Hz? Hier moeten we een onderscheid maken?
432 Hz is een stemming, geen afzonderlijke “spirituele frequentie” die losstaat van muziek.
Wanneer men zegt dat muziek op A=432 Hz is gestemd, betekent dit dat de toon A wordt afgestemd op 432 trillingen per seconde in plaats van bijvoorbeeld 440 Hz.
De populaire Steiner-claim gaat vaak nog een stap verder en verbindt 432 Hz met C=128 Hz. Historisch gezien is dat niet helemaal uit de lucht gegrepen: C=128 Hz en A=432 Hz kunnen binnen een bepaalde stemmingsverhouding met elkaar verbonden worden.
Maar dat is nog steeds geen bewijs dat Steiner deze stemming als dé spiritueel juiste stemming heeft voorgeschreven. En juist daar moeten we oppassen.
Er bestaat een groot verschil tussen: “Steiner had een spirituele visie op toon, interval en muziek.” “Steiner zei dat A=432 Hz de frequentie is waarop het menselijke innerlijke oor is gebouwd.”
Steiner betoogt dat muziek niet alleen met het oor wordt ervaren (“slechts een reflecterend apparaat”), maar met het hele menselijke wezen. De muzikale elementen melodie, harmonie en ritme zijn direct verbonden met de drievoudige constitutie van het menselijk organisme en vervolgens met de drie soorten orkestinstrumenten (blazers, strijkers en slagwerk). “Een orkest is een afspiegeling van de mens”, stelt Steiner.
Voor die tweede uitspraak hebben we een primaire bron nodig.
Waarom wordt zo’n uitspraak dan toch aan Steiner gekoppeld?
Dat is eigenlijk niet zo vreemd.
De taal van de quote klinkt sterk antroposofisch: mensheid, innerlijk oor, spirituele vrijheid, muziek en ontwikkeling.
Bovendien heeft Steiner daadwerkelijk gesproken over de geestelijke werking van muziek, de ontwikkeling van het muzikale bewustzijn en de verbinding tussen de mens en de geestelijke wereld.
Het is daardoor gemakkelijk om een latere interpretatie van zijn ideeën te formuleren alsof Steiner het letterlijk zo heeft gezegd.
Een gedachte kan dus heel goed in de geest van Steiner zijn, zonder dat Steiner haar daadwerkelijk heeft uitgesproken.
Dat onderscheid is belangrijk — juist wanneer we Steiner serieus willen nemen.
Wanneer we ons beperken tot bronnen die daadwerkelijk naar zijn voordrachten teruggaan, krijgen we een bijzonder rijk beeld.
Steiner beschrijft muziek onder andere als iets dat verbonden is met de geestelijke oorsprong van de mens., een kunst die een bijzondere verhouding heeft tot de geestelijke wereld,
een ervaring die de mens als geheel raakt en niet uitsluitend het fysieke oor, een gebied waarin intervallen een betekenisvolle rol spelen, iets waarin de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn weerspiegeld wordt, een verbinding tussen de menselijke ziel, het lichaam en de wereld van klank.
Dat zijn geen oppervlakkige uitspraken.
We ontdekken een Steiner die muziek niet reduceert tot één getal op een stemapparaat, maar die probeert te begrijpen waarom muziek de mens zo diep kan raken.
Wie zijn oorspronkelijke voordrachten leest, ontdekt dat zijn antwoord aanzienlijk rijker is dan de bekende 432-Hz-quote doet vermoeden.
* Bronnen
Voor wie het zelf wil nalezen, is GA 283 ‘The Inner Nature of Music and the Experience of Tone’ een goed beginpunt.
https://rsarchive.org/…/English/AP1983/InNaMu_index.html
Het Rudolf Steiner Archive bevat de afzonderlijke voordrachten uit 1906, 1922 en 1923.
The Essence of Music
How Humans Experience Sound
GA 283
https://rsarchive.org/Lectures/GA283/index.php…
Zijn boek ‘Rudolf Steiner en muziek’ is geeft een bijzondere kijk want als Steiner over muziek sprak en schreef , deed hij dat uiteraard als onderzoeker op geestelijk gebied. Hij sprak over de geestelijke realiteit van de muziek en over de wijze waarop muziek op het menselijk leven inwerkt.
Het is altijd heel zinvol om bronnen na te kijken, de originaliteit ervan trachten te achterhalen en dat te kaderen in de juiste context.
En uit een heel diep respect en eerbied voor Steiner, voelde ik de innerlijke impuls om een breder beeld op te wekken, dat kan uitnodigen om je daarin te verdiepen of minstens één van de vele teksten te lezen en tot je te nemen. En dat nodigt dan weer uit tot dialoog.
ps: De teksten in de archieven kun je het Nederlands ( en andere talen) lezen.
Liefs, Mieke
